1

 0    74 Datenblatt    mateuszsobolewski36
mp3 downloaden Drucken spielen überprüfen
 
Frage Antworten
vrijgezel
Lernen beginnen
singiel
vrijgezellin
Lernen beginnen
singielka
Ze organiseert een vrijgezellenfeest voor haar vriendin.
Lernen beginnen
Organizuje wieczór panieński dla swojej przyjaciółki.
storten
Ik stort het geld op je rekening.
Lernen beginnen
wpłacać
wplacam pieniadze na twoj rachunek
opbrengen
De actie bracht veel geld op.
Lernen beginnen
przynosic zysk
Ta akcja przyniosla duzo pieniedzy
Het schilderij heeft veel kritiek opgebracht.
Lernen beginnen
Obraz spotkał się z dużą krytyką.
winsten maken
Lernen beginnen
osiągać zyski
spaarboekjes
Lernen beginnen
konta oszczędnościowe
afballen / afbollen
Hij bolde kwaad af na de ruzie.
Lernen beginnen
wynosci sie, spadac(np. spadaj stąd)
po klotni wkurzony sobie poszedl
afkeuren
Het voorstel werd afgekeurd tijdens de vergadering.
Lernen beginnen
potępiać, odrzucac
Propozycja zostala odrzucona podczas spotkania
De rechter keurde het verzoek af.
Lernen beginnen
Sędzia odrzucił wniosek.
afluizen
De politie heeft zijn laptop afgeluisd.
Lernen beginnen
dokladnie przejrzec
policja dokladnie przeanalizowala jego laptopa
UITERAARD
Uiteraard ben ik akkoord.
Lernen beginnen
OCZYWIŚCIE, naturalnie
oczywiscie sie zgadzam
Dat spreekt uiteraard voor zich.
Lernen beginnen
to mowi oczywiscie samo za siebie
ZWART MAKEN
Lernen beginnen
OCZERNIAĆ
Hij probeerde haar zwart te maken bij de baas.
Lernen beginnen
Próbował oczernic ją przed szefem.
BEWAKEN
Het gebouw wordt bewaakt.
Lernen beginnen
pilnowac, strzec
budynek jest strzezony
BEZINNING
Na een moment van bezinning nam hij een besluit.
Lernen beginnen
refleksja, namysl
po chwili namyslu podjal decyzje
BRIEFING
Lernen beginnen
ODPRAWA policyjna
DWAALSPOOR
Het onderzoek volgde een dwaalspoor.
Lernen beginnen
falszywy trop
sledztwo poszlo falszywym tropem
GEKLASSEERD WORDEN
De zaak werd geklasseerd.
Lernen beginnen
zostac umorzonym
sprawa zostala umorzona
KRIJSEN
Het kind begon te krijsen.
Lernen beginnen
KRZYK piskliwy/ piszczec
dziecko zaczelo piskliwie krzyczec
INSTELLING
Hij werd in een instelling geplaatst.
Lernen beginnen
placowka/ instytucja
zostal umieszczony a placowce
LAF
Dat was een laffe daad.
Lernen beginnen
TCHÓRZLIWY
to byl tchorzliwy czyn
LULLIG
Dat is een lullige situatie.
Lernen beginnen
głupi, żenujący, irytujący
To jest zenujaca sytuacja
OPHOUDEN
De productie is opgehouden wegens problemen.
Lernen beginnen
przestac
Produkcja zostala wstrzymana z powodu problemow
SCHENDING
Schending van de wet.
Lernen beginnen
NARUSZENIE
naruszenie prawa
VANDAAR
Hij was ziek, vandaar zijn afwezigheid.
Lernen beginnen
STĄD
Byl chory, stad jego nieobecnosc
WETTIGE ZELFVERDEDIGING
De rechter erkende wettige zelfverdediging.
Lernen beginnen
obrona konieczna
sedzia uznal obrone konieczna
ZONDIGEN
Iedereen zondigt wel eens.
Lernen beginnen
GRZECH, grzeszyc
kazdy czasem grzeszy
Een overvloed aan klachten
Lernen beginnen
Mnóstwo skarg
overstroming
Lernen beginnen
powódź
Is bekend waardoor deze pijn wordt veroorzaakt?
Lernen beginnen
Czy wiadomo, co jest przyczyną tego bólu?
vermogen
Lernen beginnen
zdolność
het mentale vermogen
Lernen beginnen
zdolności umysłowe
het fysieke vermogen
Lernen beginnen
zdolności fizyczne
financieel vermogen
Lernen beginnen
majatek finansowy
maximaal vermogen
Lernen beginnen
maksymalna moc
droogte
Lernen beginnen
Okres suszy
vulkaanuitbarsting
Lernen beginnen
erupcja wulkanu
Geheugen
Lernen beginnen
Pamięć
heuvel
Lernen beginnen
wzgórze
barst
Lernen beginnen
pęknięcie
scheur
Lernen beginnen
rysa, pęknięcie
De werkhervatting
De werkhervatting is gepland voor volgende maand.
Lernen beginnen
Wznowienie pracy
Powrót do pracy jest zaplanowany na przyszły miesiąc.
Gedeeltelijke werkhervatting
Lernen beginnen
Częściowy powrót do pracy
Gewaarborgd
Lernen beginnen
Gwarantowane
De kwaliteit wordt gewaarborgd.
Lernen beginnen
jakosc jest gwarantowana
Dit inkomen is wettelijk gewaarborgd.
Lernen beginnen
Dochód ten jest prawnie zagwarantowany.
Je gaat ervan uit dat
Lernen beginnen
Zakładasz, że
Je gaat ervan uit dat ik het al weet.
Lernen beginnen
Zakładasz, że już wiem.
Je neemt op voorhand aan dat
Lernen beginnen
Zakładasz z góry, że
Je neemt op voorhand aan dat het niet zal lukken.
Lernen beginnen
Zakładasz z góry, że to sie nie uda
schorsen
Lernen beginnen
zawiesic
De werknemer werd geschorst.
Lernen beginnen
Pracownik został zawieszony.
De leerling is tijdelijk geschorst.
Lernen beginnen
Uczeń został tymczasowo zawieszony.
onder afluistering
Lernen beginnen
na podsluchu
afgeluisterd
Lernen beginnen
podsłuchiwany
geluisd
Lernen beginnen
podsluchiwany
Mijn telefoon werd geluisd.
Lernen beginnen
Mój telefon był podsłuchiwany.
behoorlijk
Lernen beginnen
dość, calkiem, Przyzwoity
afdreigen
Lernen beginnen
grozić
Hij probeerde geld af te dreigen.
Lernen beginnen
probowal wymisic pieniadze
Ze werd telefonisch afgedreigd.
Lernen beginnen
Grożono jej telefonicznie.
De cijfers komen overeen met het rapport.
Lernen beginnen
Dane te są zgodne z raportem.
overeenkomen
Lernen beginnen
Zgodzić się
Hij heeft alles bekend
Lernen beginnen
Wyznał wszystko
Er komt gas vrij.
Lernen beginnen
Wydziela się gaz.
vrijkomen
Lernen beginnen
uwolnienie, wypuszczenie
Er kwam een plaats vrij.
Lernen beginnen
Zwolniło się miejsce.
Als er iets vrijkomt, laat het me weten
Lernen beginnen
jesli sie cos zwolni, daj mi znac
Loskomen
Lernen beginnen
Oderwanie się(cos sie samo odczepia)
De kabel is losgekomen.
Lernen beginnen
Kabel się poluzował.
Hij kwam los uit de greep.
Lernen beginnen
Uwolnił się z uścisku.

Sie müssen eingeloggt sein, um einen Kommentar zu schreiben.