1 - Sklepy

 0    46 Datenblatt    bartoszkowalewski90
mp3 downloaden Drucken spielen überprüfen
 
Frage Antworten
Kan ik u ergens mee ___?
Czy mogę w czymś pomóc?
Lernen beginnen
Kan ik u ergens mee helpen?
Ja graag, ik zoek havermout. | Nee hoor, ik kijk gewoon even rond.
helpen
Zoekt u iets ___?
Szuka pan czegoś konkretnego?
Lernen beginnen
Zoekt u iets speciaals?
Ja, ik ben op zoek naar rijst. | Nee dank u, ik kijk alleen even.
speciaals
Waar kan ik de eieren ___?
Gdzie znajdę jajka?
Lernen beginnen
Waar kan ik de eieren vinden?
In gangpad drie, naast de melk. | Die zijn helaas uitverkocht.
vinden
Kunt u me ___ waar de melk staat?
Czy może mi pan powiedzieć, gdzie jest mleko?
Lernen beginnen
Kunt u me vertellen waar de melk staat?
Ja hoor, achterin bij de koeling. | Dat weet ik niet. Ik vraag het even aan een collega.
vertellen
Heeft u dit ook in een andere ___?
Czy ma pan to w innym rozmiarze?
Lernen beginnen
Heeft u dit ook in een andere maat?
Ja, welke maat zoekt u? | Nee, helaas alleen in deze maat.
maat
Welke ___ zoekt u?
Jakiego rozmiaru pan szuka?
Lernen beginnen
Welke maat zoekt u?
Maat M, alstublieft. | Ik weet het niet zeker. Mag ik twee maten proberen?
maat
Mag ik dit even ___?
Czy mogę to przymierzyć?
Lernen beginnen
Mag ik dit even passen?
Ja hoor, de paskamers zijn achterin. | Nee, sorry, de paskamers zijn nu gesloten.
passen
Heeft u dit nog op ___?
Czy macie to jeszcze na stanie?
Lernen beginnen
Heeft u dit nog op voorraad?
Ja, ik pak het even voor u. | Nee, helaas, het is uitverkocht.
voorraad
Wanneer krijgen jullie het weer ___?
Kiedy znowu będzie dostępne?
Lernen beginnen
Wanneer krijgen jullie het weer binnen?
Waarschijnlijk volgende week. | Dat weten we helaas nog niet.
binnen
Is dit in de ___?
Czy to jest w promocji?
Lernen beginnen
Is dit in de aanbieding?
Ja, u krijgt twintig procent korting. | Nee, die aanbieding is gisteren afgelopen.
aanbieding
Wat is het ___ tussen deze twee?
Jaka jest różnica między tymi dwoma?
Lernen beginnen
Wat is het verschil tussen deze twee?
Deze is wat goedkoper. | Ze zijn hetzelfde, alleen de kleur verschilt.
verschil
Hebben jullie ook een ___ zonder suiker?
Czy macie też wersję bez cukru?
Lernen beginnen
Hebben jullie ook een variant zonder suiker?
Ja, die staat hiernaast. | Nee, die hebben we helaas niet.
variant
Mag ik er even ___?
Przepraszam, czy mogę przejść?
Lernen beginnen
Mag ik er even langs?
Ja hoor, gaat uw gang. | Een momentje, ik zet mijn kar even opzij.
langs
Wie is er aan de ___?
Czyja teraz kolej?
Lernen beginnen
Wie is er aan de beurt?
Volgens mij bent u eerst. | Ik ben nog niet aan de beurt.
beurt
Is deze kassa nog ___?
Czy ta kasa jest jeszcze otwarta?
Lernen beginnen
Is deze kassa nog open?
Ja, u kunt hier afrekenen. | Nee, deze kassa gaat dicht.
open
Legt u het maar op de ___.
Proszę położyć zakupy na taśmie
Lernen beginnen
Legt u het maar op de band.
Natuurlijk, ik leg alles erop. | Momentje, ik moet nog iets uit mijn tas halen.
band
Heeft u alles kunnen ___?
Czy udało się panu wszystko znaleźć?
Lernen beginnen
Heeft u alles kunnen vinden?
Ja hoor, ik heb alles gevonden. | Nee, ik zoek nog olijfolie.
vinden
Heeft u een ___?
Czy ma pan kartę klienta?
Lernen beginnen
Heeft u een klantenkaart?
Ja, ik heb hem bij me. | Nee, helaas niet.
klantenkaart
Wilt u er een ___ bij?
Czy chce pan do tego torbę?
Lernen beginnen
Wilt u er een tasje bij?
Ja graag, ik heb geen tas bij me. | Nee hoor, ik heb zelf een tas meegenomen.
tasje
Spaart u ___?
Czy zbiera pan znaczki promocyjne?
Lernen beginnen
Spaart u zegels?
Ja hoor, graag. | Nee dank u, ik spaar geen zegels.
zegels
Anders nog ___?
Czy coś jeszcze?
Lernen beginnen
Anders nog iets?
Ja graag, nog een fles water. | Nee dank u, dat was alles.
iets
Wilt u de ___ mee?
Czy chce pan zabrać paragon?
Lernen beginnen
Wilt u de bon mee?
Ja graag, ik neem hem mee. | Nee hoor, die mag u houden.
bon
Wilt u ___ of contant betalen?
Czy kartą, czy gotówką?
Lernen beginnen
Wilt u pinnen of contant betalen?
Ik wil graag pinnen. | Ik betaal liever contant.
pinnen
Kan ik ook ___ betalen?
Czy mogę zapłacić zbliżeniowo?
Lernen beginnen
Kan ik ook contactloos betalen?
Ja, houd uw pas maar tegen het apparaat. | Nee, u moet uw pas erin steken.
contactloos
De betaling is helaas niet ___.
Niestety płatność się nie powiodła
Lernen beginnen
De betaling is helaas niet gelukt.
Mag ik het nog een keer proberen? | Kan ik dan contant betalen?
gelukt
Volgens mij ___ de prijs niet.
Wydaje mi się, że cena się nie zgadza
Lernen beginnen
Volgens mij klopt de prijs niet.
U heeft gelijk, ik pas de prijs aan. | De korting geldt alleen voor de andere maat.
klopt
Ik dacht dat dit in de ___ was.
Myślałem, że to było w promocji
Lernen beginnen
Ik dacht dat dit in de aanbieding was.
Ja, u krijgt de korting nog. | Die aanbieding geldt pas vanaf morgen.
aanbieding
Gaat het zo ___?
Czy wszystko się udaje? / Czy da pan sobie radę?
Lernen beginnen
Gaat het zo lukken?
Ja hoor, het lukt wel. | Nee, kunt u even helpen?
lukken
De zelfscankassa geeft een ___.
Kasa samoobsługowa pokazuje błąd
Lernen beginnen
De zelfscankassa geeft een foutmelding.
Ik kom u even helpen. | Deze kassa werkt niet. U kunt de andere gebruiken.
foutmelding
Heeft u alles ___?
Czy zeskanował pan wszystkie produkty?
Lernen beginnen
Heeft u alles gescand?
Ja, ik heb alles gescand. | Nee, deze fles moet nog.
gescand
U bent geselecteerd voor een ___.
Został pan wybrany do kontroli wyrywkowej
Lernen beginnen
U bent geselecteerd voor een steekproef.
Geen probleem, ik wacht even. | Moet ik de boodschappen weer uitpakken?
steekproef
Er moet even iemand ___.
Obsługa musi przez chwilę coś sprawdzić
Lernen beginnen
Er moet even iemand meekijken.
Goed, ik wacht even. | Kunt u iemand voor me roepen?
meekijken
Ik wil dit graag ___.
Chciałbym to zwrócić
Lernen beginnen
Ik wil dit graag retourneren.
Natuurlijk, heeft u de bon bij u? | Dat kan hier niet. U kunt het bij onze andere winkel proberen.
retourneren
Heeft u de ___ nog?
Czy ma pan jeszcze paragon?
Lernen beginnen
Heeft u de kassabon nog?
Ja, die heb ik bij me. | Nee, die heb ik niet meer.
kassabon
Wat is er ___ mee?
Co jest z tym nie tak?
Lernen beginnen
Wat is er mis mee?
Het product is beschadigd. | Er is niets mis mee, maar de maat is niet goed.
mis
Wilt u het ___ of uw geld terug?
Wymiana czy zwrot pieniędzy?
Lernen beginnen
Wilt u het ruilen of uw geld terug?
Ik wil het graag ruilen. | Ik wil graag mijn geld terug.
ruilen
Het bedrag wordt op uw rekening ___.
Kwota zostanie zwrócona na konto
Lernen beginnen
Het bedrag wordt op uw rekening teruggestort.
Prima, dank u wel. | Hoelang duurt dat ongeveer?
teruggestort
Dit valt helaas niet onder de ___.
Tego niestety nie obejmuje gwarancja
Lernen beginnen
Dit valt helaas niet onder de garantie.
Kunt u uitleggen waarom niet? | Wat kan ik dan het beste doen?
garantie
Kan ik mijn bestelling hier ___?
Czy mogę tutaj odebrać zamówienie?
Lernen beginnen
Kan ik mijn bestelling hier ophalen?
Ja, meld u maar bij de balie. | Nee, daarvoor moet u naar het andere filiaal.
ophalen
Heeft u het ___ bij de hand?
Czy ma pan pod ręką numer zamówienia?
Lernen beginnen
Heeft u het bestelnummer bij de hand?
Ja, ik zoek het even op. | Nee, kunt u mijn bestelling op naam vinden?
bestelnummer
Dit artikel is alleen online ___.
Produkt dostępny tylko przez internet
Lernen beginnen
Dit artikel is alleen online verkrijgbaar.
Dan bestel ik het via de website. | Heeft u een vergelijkbaar artikel in de winkel?
verkrijgbaar
Zal ik het voor u ___?
Czy mam to panu zapakować?
Lernen beginnen
Zal ik het voor u inpakken?
Ja graag, het is een cadeau. | Nee dank u, dat hoeft niet.
inpakken
___ dag nog!
Miłego dnia!
Lernen beginnen
Fijne dag nog!
Dank u, hetzelfde! | Bedankt, tot ziens!
Fijne
Sorry, ik heb u niet goed ___.
Przepraszam, nie dosłyszałem pana
Lernen beginnen
Sorry, ik heb u niet goed verstaan.
Ik vroeg of u een tas wilt. | Ik vroeg of u de bon mee wilt.
verstaan
Kunt u dat alstublieft ___?
Czy może pan to powtórzyć?
Lernen beginnen
Kunt u dat alstublieft herhalen?
Ja hoor, ik zei dat het morgen binnenkomt. | Een momentje, ik zoek het even voor u op.
herhalen
Zou u iets ___ kunnen praten?
Czy może pan mówić nieco wolniej?
Lernen beginnen
Zou u iets langzamer kunnen praten?
Ja hoor, ik zal wat langzamer praten. | Momentje, ik vraag een collega om u te helpen.
langzamer

Sie müssen eingeloggt sein, um einen Kommentar zu schreiben.