8 - Auto, parkingi oraz stacje benzynowe

 0    80 Datenblatt    bartoszkowalewski90
mp3 downloaden Drucken spielen überprüfen
 
Frage Antworten
Waar kan ik hier ___?
Gdzie mogę tutaj zatankować?
Lernen beginnen
Waar kan ik hier tanken?
Bij pomp drie, rechts van de ingang. | Achter het gebouw vindt u de pompen.
tanken
Is deze pomp nog ___?
Czy ten dystrybutor jest wolny?
Lernen beginnen
Is deze pomp nog vrij?
Ja hoor, u kunt ervoor gaan staan. | Nee, die is buiten gebruik.
vrij
Moet ik hier ___ betalen?
Czy tutaj trzeba płacić z góry?
Lernen beginnen
Moet ik hier vooraf betalen?
Ja, graag eerst bij de kassa. | Nee, u betaalt na het tanken.
vooraf
Welke ___ moet ik tanken?
Jakie paliwo powinienem zatankować?
Lernen beginnen
Welke brandstof moet ik tanken?
Dat staat meestal bij de tankdop. | Kijk even in het instructieboekje.
brandstof
Hebben jullie ook ___?
Czy macie też olej napędowy?
Lernen beginnen
Hebben jullie ook diesel?
Ja, bij pomp vier. | Nee, we verkopen hier geen diesel.
diesel
Waar kan ik de brandstof ___?
Gdzie mogę zapłacić za paliwo?
Lernen beginnen
Waar kan ik de brandstof betalen?
Bij de kassa binnen. | U kunt direct bij de pomp afrekenen.
betalen
Ik heb bij pomp vijf ___.
Tankowałem przy dystrybutorze numer pięć.
Lernen beginnen
Ik heb bij pomp vijf getankt.
Prima, dan rekenen we die af. | Wilt u ook een bonnetje?
getankt
Kan ik met mijn ___ betalen?
Czy mogę zapłacić kartą?
Lernen beginnen
Kan ik met mijn pinpas betalen?
Ja hoor, dat kan. | Sorry, de pinautomaat doet het niet.
pinpas
Wilt u de ___ mee?
Czy chce pan paragon?
Lernen beginnen
Wilt u de bon mee?
Ja graag, voor mijn administratie. | Nee hoor, die hoef ik niet.
bon
Kan ik mijn banden hier ___?
Czy mogę tutaj dopompować opony?
Lernen beginnen
Kan ik mijn banden hier oppompen?
Ja, bij de luchtpomp achter de winkel. | Nee, helaas niet.
oppompen
Is de luchtpomp ___?
Czy kompresor do opon jest darmowy?
Lernen beginnen
Is de luchtpomp gratis?
Ja, u kunt hem zo gebruiken. | Nee, u moet eerst betalen.
gratis
Hoeveel ___ moet er in mijn banden?
Jakie powinno być ciśnienie w moich oponach?
Lernen beginnen
Hoeveel bar moet er in mijn banden?
Dat staat meestal op een sticker in de auto. | Kijk even in het instructieboekje.
bar
Ik wil de tank helemaal ___.
Chcę zatankować do pełna.
Lernen beginnen
Ik wil de tank helemaal volgooien.
Dat kan bij deze pomp. | Die pomp is helaas buiten gebruik.
volgooien
Kan ik hier ___ kopen?
Czy mogę tutaj kupić płyn do spryskiwaczy?
Lernen beginnen
Kan ik hier ruitensproeiervloeistof kopen?
Ja, die staat bij de autoartikelen. | Nee, die hebben we niet op voorraad.
ruitensproeiervloeistof
De ___ doet het niet.
Automat do płacenia nie działa.
Lernen beginnen
De betaalautomaat doet het niet.
Probeert u het nog eens. | Dan kunt u binnen betalen.
betaalautomaat
Is er hier een ___ in de buurt?
Czy w pobliżu jest ładowarka samochodowa?
Lernen beginnen
Is er hier een laadpaal in de buurt?
Ja, naast de ingang. | Nee, de dichtstbijzijnde staat verderop.
laadpaal
Is deze laadpaal ___?
Czy ta ładowarka jest dostępna?
Lernen beginnen
Is deze laadpaal beschikbaar?
Ja, de aansluiting is vrij. | Nee, hij wordt nog gebruikt.
beschikbaar
Kan ik hier ___?
Czy można tutaj szybko naładować samochód?
Lernen beginnen
Kan ik hier snelladen?
Ja, dit is een snellader. | Nee, alleen normaal laden.
snelladen
Hoe lang duurt het ___?
Ile trwa ładowanie?
Lernen beginnen
Hoe lang duurt het opladen?
Nog ongeveer een halfuur. | Dat verschilt per auto.
opladen
Kan ik met een ___ betalen?
Czy można zapłacić kartą do ładowania?
Lernen beginnen
Kan ik met een laadpas betalen?
Ja, houd hem voor de lezer. | Nee, hier werkt het alleen via de app.
laadpas
De laadpaal geeft een ___.
Ładowarka pokazuje komunikat o błędzie.
Lernen beginnen
De laadpaal geeft een foutmelding.
Probeer het nog eens. | Bel het nummer op de laadpaal.
foutmelding
Ik krijg de stekker niet ___.
Nie mogę odłączyć wtyczki.
Lernen beginnen
Ik krijg de stekker niet los.
Is de auto ontgrendeld? | Zal ik u even helpen?
los
Mag ik hier ___?
Czy mogę tutaj zaparkować?
Lernen beginnen
Mag ik hier parkeren?
Ja, maar niet langer dan twee uur. | Nee, hier geldt een parkeerverbod.
parkeren
Is parkeren hier ___?
Czy parkowanie tutaj jest bezpłatne?
Lernen beginnen
Is parkeren hier gratis?
Ja, na zes uur wel. | Nee, u moet betalen.
gratis
Waar staat de ___?
Gdzie stoi parkomat?
Lernen beginnen
Waar staat de parkeerautomaat?
Aan het einde van de straat. | U kunt ook via een app betalen.
parkeerautomaat
Moet ik mijn ___ invoeren?
Czy muszę wpisać numer rejestracyjny?
Lernen beginnen
Moet ik mijn kenteken invoeren?
Ja, op het scherm. | Nee, hier krijgt u een kaartje.
kenteken
Hoeveel kost het per ___?
Ile kosztuje godzina parkowania?
Lernen beginnen
Hoeveel kost het per uur?
Twee euro per uur. | Dat staat op de automaat.
uur
Kan ik met mijn ___ betalen?
Czy mogę zapłacić telefonem?
Lernen beginnen
Kan ik met mijn telefoon betalen?
Ja, met een parkeerapp. | Nee, alleen bij de automaat.
telefoon
Hoe lang mag ik hier blijven ___?
Jak długo mogę tu stać samochodem?
Lernen beginnen
Hoe lang mag ik hier blijven staan?
Maximaal twee uur. | Tot de tijd op uw kaartje afloopt.
staan
Heb ik een ___ nodig?
Czy potrzebuję tarczy parkingowej?
Lernen beginnen
Heb ik een parkeerschijf nodig?
Ja, dit is een blauwe zone. | Nee, hier hoeft dat niet.
parkeerschijf
Is er nog een ___ vrij?
Czy jest jeszcze jakieś wolne miejsce?
Lernen beginnen
Is er nog een plekje vrij?
Ja, verderop rechts. | Nee, de parkeerplaats is vol.
plekje
Ik ben mijn ___ kwijt.
Zgubiłem bilet parkingowy.
Lernen beginnen
Ik ben mijn parkeerkaartje kwijt.
Meld u even bij de balie. | Vraag het aan de beheerder.
parkeerkaartje
Gaat de ___ vanzelf open?
Czy szlaban otworzy się sam?
Lernen beginnen
Gaat de slagboom vanzelf open?
Ja, na het scannen van uw kaartje. | Nee, u moet eerst betalen.
slagboom
Ik heb een ___ gekregen.
Dostałem mandat za parkowanie.
Lernen beginnen
Ik heb een parkeerboete gekregen.
O, wat vervelend. | Misschien kunt u bezwaar maken.
parkeerboete
Waar kan ik ___ maken?
Gdzie mogę złożyć odwołanie?
Lernen beginnen
Waar kan ik bezwaar maken?
De instructies staan op de brief. | Dat kan meestal bij de instantie die de boete heeft opgelegd.
bezwaar
Kunt u een stukje ___?
Czy może się pan trochę przesunąć?
Lernen beginnen
Kunt u een stukje opschuiven?
Ja hoor, geen probleem. | Sorry, ik kan niet verder naar voren.
opschuiven
Mag ik even ___?
Mogę wyjechać samochodem?
Lernen beginnen
Mag ik even uitrijden?
Natuurlijk, ik ga opzij. | Wacht even, dan maak ik ruimte.
uitrijden
Er staat iemand voor mijn ___.
Ktoś stoi samochodem przed moim wyjazdem.
Lernen beginnen
Er staat iemand voor mijn uitrit.
Van wie is die auto? | Zullen we de bestuurder proberen te vinden?
uitrit
Is dit de juiste ___ naar Arnhem?
Czy to właściwy zjazd na Arnhem?
Lernen beginnen
Is dit de juiste afslag naar Arnhem?
Ja, deze moet u nemen. | Nee, u moet de volgende hebben.
afslag
Moet ik hier ___?
Czy mam tutaj skręcić w prawo?
Lernen beginnen
Moet ik hier rechtsaf?
Ja, bij het volgende kruispunt. | Nee, blijf nog even rechtdoor rijden.
rechtsaf
Kunt u me de weg ___?
Czy może mi pan wskazać drogę?
Lernen beginnen
Kunt u me de weg wijzen?
Natuurlijk, waar moet u heen? | Sorry, ik ken de buurt niet goed.
wijzen
Is deze weg ___?
Czy ta droga jest zamknięta?
Lernen beginnen
Is deze weg afgesloten?
Ja, vanwege werkzaamheden. | Nee, hij is weer open.
afgesloten
Waar begint de ___?
Gdzie zaczyna się objazd?
Lernen beginnen
Waar begint de omleiding?
Bij de volgende rotonde. | Volg de gele borden.
omleiding
Staat er ___ op de A12?
Czy na A12 jest korek?
Lernen beginnen
Staat er file op de A12?
Ja, vlak voor de afslag. | Nee, het rijdt goed door.
file
Hoe lang duurt de ___?
Ile potrwa opóźnienie?
Lernen beginnen
Hoe lang duurt de vertraging?
Ongeveer tien minuten. | Dat weet ik niet precies.
vertraging
Ik ben de weg ___.
Zgubiłem drogę / nie wiem, gdzie jestem.
Lernen beginnen
Ik ben de weg kwijt.
Waar moet je naartoe? | Zal ik de route even opzoeken?
kwijt
Kun je me bij het station ___?
Możesz odebrać mnie ze stacji?
Lernen beginnen
Kun je me bij het station ophalen?
Ja, ik ben er over tien minuten. | Sorry, vandaag lukt het me niet.
ophalen
Waar zal ik je ___?
Gdzie mam cię wysadzić?
Lernen beginnen
Waar zal ik je afzetten?
Bij de ingang graag. | De hoek van de straat is prima.
afzetten
Kun je hier even ___?
Możesz się tutaj na chwilę zatrzymać?
Lernen beginnen
Kun je hier even stoppen?
Ja hoor, als het hier mag. | Nee, hier mag ik niet stilstaan.
stoppen
Kun je iets ___ rijden?
Możesz jechać trochę wolniej?
Lernen beginnen
Kun je iets langzamer rijden?
Ja, natuurlijk. | Sorry, ik zal wat rustiger rijden.
langzamer
Is er nog een tankstation ___?
Czy po drodze jest jeszcze stacja benzynowa?
Lernen beginnen
Is er nog een tankstation onderweg?
Ja, bij de volgende afrit. | Nee, pas veel verderop.
onderweg
Kan ik mijn auto laten ___?
Czy mogę oddać auto do sprawdzenia?
Lernen beginnen
Kan ik mijn auto laten nakijken?
Ja, u kunt morgen langskomen. | Deze week zit onze agenda helaas vol.
nakijken
Er brandt een lampje op mijn ___.
Na desce rozdzielczej świeci się kontrolka.
Lernen beginnen
Er brandt een lampje op mijn dashboard.
Welke kleur heeft het lampje? | Kunt u er een foto van maken?
dashboard
Mijn auto ___ niet meer.
Mój samochód już nie odpala.
Lernen beginnen
Mijn auto start niet meer.
Hoort u nog iets als u probeert te starten? | Dan kijken we eerst naar de accu.
start
De ___ is waarschijnlijk leeg.
Akumulator jest prawdopodobnie rozładowany.
Lernen beginnen
De accu is waarschijnlijk leeg.
Heeft u startkabels? | Dan moet de accu worden gecontroleerd.
accu
Ik hoor een vreemd ___.
Słyszę dziwny dźwięk.
Lernen beginnen
Ik hoor een vreemd geluid.
Wanneer hoort u dat? | Komt het van voren of van achteren?
geluid
Mijn remmen ___.
Moje hamulce piszczą.
Lernen beginnen
Mijn remmen piepen.
Dat moeten we even bekijken. | Gebeurt het bij elke rembeurt?
piepen
De auto ___ naar rechts.
Samochód ściąga w prawo.
Lernen beginnen
De auto trekt naar rechts.
Dan moeten we de banden controleren. | Dat kan aan de uitlijning liggen.
trekt
Ik heb een ___ band.
Mam przebitą oponę.
Lernen beginnen
Ik heb een lekke band.
Heeft u een reservewiel? | Staat u op een veilige plek?
lekke
Kunt u de banden ___?
Czy może pan wymienić opony?
Lernen beginnen
Kunt u de banden vervangen?
Ja, wanneer schikt het? | Helaas hebben we deze maat niet op voorraad.
vervangen
Hoeveel kost een ___?
Ile kosztuje przegląd serwisowy?
Lernen beginnen
Hoeveel kost een onderhoudsbeurt?
Dat hangt van de auto af. | We maken graag een prijsopgave.
onderhoudsbeurt
Mag ik eerst een ___ krijgen?
Czy mogę najpierw otrzymać wycenę?
Lernen beginnen
Mag ik eerst een offerte krijgen?
Ja, natuurlijk. | Eerst moeten we de auto bekijken.
offerte
Is de btw ___?
Czy VAT jest wliczony w cenę?
Lernen beginnen
Is de btw inbegrepen?
Ja, de prijs is inclusief btw. | Nee, de prijs is exclusief btw.
inbegrepen
Wanneer is mijn auto ___?
Kiedy mój samochód będzie gotowy?
Lernen beginnen
Wanneer is mijn auto klaar?
Aan het einde van de middag. | Dat durf ik nog niet te zeggen.
klaar
Hebben jullie een ___ beschikbaar?
Czy macie dostępny samochód zastępczy?
Lernen beginnen
Hebben jullie een leenauto beschikbaar?
Ja, die kunt u reserveren. | Nee, helaas zijn ze allemaal bezet.
leenauto
Is de APK nog ___?
Czy holenderski przegląd techniczny APK jest jeszcze ważny?
Lernen beginnen
Is de APK nog geldig?
Ja, tot volgende maand. | Nee, de keuring is verlopen.
geldig
Wordt deze reparatie door de ___ gedekt?
Czy ta naprawa jest objęta gwarancją?
Lernen beginnen
Wordt deze reparatie door de garantie gedekt?
Ja, dat valt onder de garantie. | Nee, dat valt er niet onder.
garantie
Ik ben met pech ___.
Utknąłem w trasie z powodu awarii.
Lernen beginnen
Ik ben met pech gestrand.
Waar staat u precies? | Staat u op een veilige plek?
gestrand
Ik heb ___ nodig.
Potrzebuję pomocy drogowej.
Lernen beginnen
Ik heb pechhulp nodig.
Waar bevindt u zich? | We sturen iemand naar u toe.
pechhulp
Kunt u mijn auto ___?
Czy może pan odholować mój samochód?
Lernen beginnen
Kunt u mijn auto wegslepen?
Ja, we regelen een bergingswagen. | Daarvoor moet u de pechhulpdienst bellen.
wegslepen
Ik heb ___ opgelopen.
Mój samochód został uszkodzony / poniosłem szkodę.
Lernen beginnen
Ik heb schade opgelopen.
Wat is er gebeurd? | Heeft u foto's gemaakt?
schade
Is er iemand ___?
Czy ktoś został ranny?
Lernen beginnen
Is er iemand gewond?
Nee, gelukkig niet. | Ja, iemand heeft hulp nodig.
gewond
Heeft u het kenteken ___?
Czy zanotował pan numer rejestracyjny?
Lernen beginnen
Heeft u het kenteken genoteerd?
Ja, ik heb het opgeschreven. | Nee, ik heb het niet gezien.
genoteerd
Zullen we een ___ invullen?
Może wypełnimy formularz szkody?
Lernen beginnen
Zullen we een schadeformulier invullen?
Ja, laten we dat doen. | Ik wil eerst even foto's maken.
schadeformulier
Moet ik mijn ___ bellen?
Czy powinienem zadzwonić do ubezpieczyciela?
Lernen beginnen
Moet ik mijn verzekeraar bellen?
Ja, meld het daar even. | Kijk eerst wat er in uw polis staat.
verzekeraar
Kunt u een foto van de ___ maken?
Czy może pan zrobić zdjęcie uszkodzenia?
Lernen beginnen
Kunt u een foto van de schade maken?
Ja hoor, ik maak er een paar. | Sorry, mijn telefoon is leeg.
schade
Is de ___ vandaag open?
Czy myjnia samochodowa jest dziś otwarta?
Lernen beginnen
Is de wasstraat vandaag open?
Ja, tot acht uur. | Nee, wegens onderhoud gesloten.
wasstraat
Kan ik de auto hier ___?
Czy mogę tutaj odkurzyć samochód?
Lernen beginnen
Kan ik de auto hier stofzuigen?
Ja, naast de wasbox. | Nee, we hebben geen stofzuigers.
stofzuigen
Hoe werkt deze ___?
Jak działa ta myjka wysokociśnieniowa?
Lernen beginnen
Hoe werkt deze hogedrukreiniger?
U kiest eerst een programma. | Ik kan het even voordoen.
hogedrukreiniger
Moet ik de spiegels ___?
Czy muszę złożyć lusterka?
Lernen beginnen
Moet ik de spiegels inklappen?
Ja, bij deze wasstraat wel. | Nee, hier is dat niet nodig.
inklappen

Sie müssen eingeloggt sein, um einen Kommentar zu schreiben.