czesci zdania

 0    84 Datenblatt    malgorzatastas
mp3 downloaden Drucken spielen überprüfen
 
Frage Antworten
zasługa
Lernen beginnen
de verdienste
sztuczka
Lernen beginnen
de truc
grozić czymś
Lernen beginnen
dreigen met
zagrażać
Lernen beginnen
bedreigen
zmuszać
Lernen beginnen
dwingen
udać się
Het lukt me niet.
Lernen beginnen
lukken
nie udać się
Lernen beginnen
mislukken
irytacja
Lernen beginnen
de ergernis
sprzeciwiać się
Lernen beginnen
zich verzetten tegen
zaakceptować
Lernen beginnen
aanvaarden
zgodzić się
Lernen beginnen
goedvinden
zatwierdzić
Lernen beginnen
goedkeuren
potępić / nie zatwierdzić
Lernen beginnen
afkeuren
odrzucić
Lernen beginnen
afwijzen
wahać się
Lernen beginnen
aarzelen
sprzeciw / zastrzeżenie
Lernen beginnen
het bezwaar
gotowy (na)
Lernen beginnen
bereid
zachęta
Lernen beginnen
de aanmoediging
zareagować na
Lernen beginnen
ingaan op
wykorzystać sytuację
Lernen beginnen
inspringen op
potwierdzić
Lernen beginnen
bevestigen
zaprzeczyć
Lernen beginnen
ontkennen
przyznać się (do winy)
Lernen beginnen
bekennen
uczestniczyć
Lernen beginnen
meedoen
zaangażować w
Lernen beginnen
betrekken bij
odkryć
Lernen beginnen
ontdekken
tworzyć
Lernen beginnen
creëren
wynaleźć
Lernen beginnen
uitvinden
pomysłowy
Lernen beginnen
inventief
on (biernik/celownik)
Lernen beginnen
hem
ona (biernik/celownik)
Lernen beginnen
haar
nas
Lernen beginnen
ons
ich (osoby)
Lernen beginnen
hen
ich (posiadanie)
Lernen beginnen
hun
każdy
Lernen beginnen
ieder
wszyscy
Lernen beginnen
iedereen
ktoś
Lernen beginnen
iemand
taki / tego rodzaju
Lernen beginnen
dergelijk
taki (formalnie)
Lernen beginnen
zodanig
coś takiego
Lernen beginnen
zoiets
zarówno ... jak i...
Lernen beginnen
zowel ... als
lub
Lernen beginnen
of
albo... albo...
Lernen beginnen
een ... of...
podczas gdy
Lernen beginnen
terwijl
oprócz
Lernen beginnen
behalve
z wyjątkiem
Lernen beginnen
uitgezonderd
chyba że
Lernen beginnen
tenzij
ponieważ
Lernen beginnen
omdat
dlatego że
Lernen beginnen
daar
ponieważ (wyjaśnienie)
Lernen beginnen
want
przecież / bowiem
Lernen beginnen
immers
z powodu że
Lernen beginnen
doordat
aby
Lernen beginnen
om ... te...
jeśli
Lernen beginnen
als
kiedy
Lernen beginnen
wanneer
dopóki
Lernen beginnen
zolang
za każdym razem
Lernen beginnen
telkens
warunek
Lernen beginnen
de voorwaarde
pod warunkiem że
Lernen beginnen
op voorwaarde dat
również
Lernen beginnen
eveneens
też
Lernen beginnen
ook
równie dobrze
Lernen beginnen
evengoed
przynajmniej
Lernen beginnen
tenminste
chociaż
Lernen beginnen
hoewel
jednak (formalnie)
Lernen beginnen
evenwel
jednak
Lernen beginnen
toch
pomimo
Lernen beginnen
ondanks
jak tylko
Lernen beginnen
zodra
po tym jak
Lernen beginnen
nadat
kiedy (w przeszłości)
Lernen beginnen
toen
poinformować
Lernen beginnen
meedelen
wspomnieć / wymienić
Lernen beginnen
vermelden
komunikacja
Lernen beginnen
de communicatie
prowadzić rozmowę
Lernen beginnen
een gesprek voeren
zwrócić się do / zagadnąć
Lernen beginnen
aanspreken
omówić
Lernen beginnen
bespreken
temat rozmowy
Lernen beginnen
het gespreksonderwerp
wypowiedzieć się / mówić do końca
powiedzieć wszystko do końca bez przerywania
Lernen beginnen
uitpraten
Laat mij even uitpraten.
odpowiadać
udzielać odpowiedzi na pytanie
Lernen beginnen
antwoorden
Hij antwoordde meteen.
odpowiedzieć / udzielić odpowiedzi
bardziej formalne „odpowiadać na pytanie”
Lernen beginnen
beantwoorden
Zij beantwoordde de vraag.
powiedzieć
ogólne „mówić / powiedzieć coś”
Lernen beginnen
zeggen
Hij zei dat hij moe was.
powtórzyć
powiedzieć coś po kimś
Lernen beginnen
nazeggen
De leerling moest het woord nazeggen.
dlaczego / jak to?
używane gdy ktoś się dziwi lub kwestionuje coś
Lernen beginnen
hoezo
Hoezo ga je niet mee?
mieć coś na myśli / mówić poważnie
naprawdę tak uważać
Lernen beginnen
menen
Ik meen wat ik zeg.

Sie müssen eingeloggt sein, um einen Kommentar zu schreiben.