Lekcja 13-14

 0    177 Datenblatt    Damian Danielewicz
mp3 downloaden Drucken spielen überprüfen
 
Frage Antworten
na, przy
Lernen beginnen
aan
(za) oferować
Lernen beginnen
aanbieding
bood aan, boden aan, (h) aangeboden
przypłynąć, przypływać
Lernen beginnen
aanleggen
O statku
legde aan, legden aan, (h) aangelegd
za
Lernen beginnen
achter
skręcać
Lernen beginnen
afslaan
sloeg af, sloegen af, (h) afgeslogen
apteka
Lernen beginnen
de apotheek
de(m/v) pl. apotheken
bagaz
Lernen beginnen
de bagage
de(v)
skrzynka
Lernen beginnen
de bak
de m pl. bakken
rower trójkołowy
Lernen beginnen
de bakfiets
de mv pl. bakfietsen
biegać tam i z powrotem
Lernen beginnen
banjeren
banjerde, banjerden, (h) gebanjerd
mieć na myśli
Lernen beginnen
bedoelen
bedoelde, bedoelden, (h) bedoeld
należeć (do)
Lernen beginnen
behoren (tot)
behoorde, behoorden, (h) behoord
sławny
Lernen beginnen
beroemd
dostępny
Lernen beginnen
beschikbaar
cel
Lernen beginnen
de bestemming
de(v) pl. bestemmingen
lepiej
Lernen beginnen
beter
Na światłach
Lernen beginnen
bij het stoplicht
nad
Lernen beginnen
boven
most
Lernen beginnen
de brug
de mv pl. bruggen
kampania
Lernen beginnen
de campagne
de mv pl. campagnes
kastaniety
Lernen beginnen
de castagnetten
szampan
Lernen beginnen
de Champagne
de m pl. champagnes
spójnik
Lernen beginnen
de conjunctie
koniunktura
Lernen beginnen
de conjunctuur
pl. conjunctuuren
rejs
Lernen beginnen
de cruise
de mv pl. cruises
data
Lernen beginnen
de datum
de m pl. data/datums
skręcić w ulice
Lernen beginnen
de straat nemen
nam namen, (h) genomen
blisko
Lernen beginnen
dichtbij
bezposredni
Lernen beginnen
direct
prawdziwy, prawdziwie
Lernen beginnen
echt
Wolne miejsce
Lernen beginnen
een vrije plaats/plek
gdzies
Lernen beginnen
ergens
gdzieś indziej
Lernen beginnen
ergens anders
znajdować się gdzies
Lernen beginnen
ergens in zitten
wydzial
Lernen beginnen
de faculteit
de m pl. faculteiten
akcesoria do roweru
Lernen beginnen
de fietsaccessoires
parking dla rowerów
Lernen beginnen
de fietsenstalling
de v pl. fietsstallingen
rowerzysta
Lernen beginnen
de fietser
miłośnik rowerów
Lernen beginnen
de fietsliefhebber
de m pl. fietshebbers
kosz rowerowy
Lernen beginnen
de fietsmand
de mv pl. fietsmanden
cześć do roweru
Lernen beginnen
het fietsonderdeel
pl fietsonderdelen
konserwacja roweru
Lernen beginnen
het fietsonderhoud
budynek, gmach
Lernen beginnen
het gebouw
pl gebouwen
nauki humanistyczne
Lernen beginnen
de Geesteswetenschappen
równy, równo, jednakowy, taki sam
Lernen beginnen
gelijk
mieć rację
Lernen beginnen
gelijk hebben
had hadden h gehad
przewodnik turystyczny
Lernen beginnen
de gids
de m pl gidsen
średni, srednio
Lernen beginnen
gemiddeld
Dobrze utrzymany
Lernen beginnen
goed onderhouden
tańszy taniej
Lernen beginnen
goedkoper
wyciaczka grupowa
Lernen beginnen
de groepreis
złapać np autobus
Lernen beginnen
halen
haalde haalden (h) gehaald
przystanek
Lernen beginnen
de halte
de mv pl haltes
odręczny podpis
Lernen beginnen
de handtekening
de v
wisieć wieszać powiesić
Lernen beginnen
hangen
hing hingen h gehangen
w trakcie sezonu
Lernen beginnen
het hoogseizoen
wynajmwac wynająć
Lernen beginnen
huren
huurde huurde gehuurd
ktos
Lernen beginnen
iemand
Nie jestem stąd
Lernen beginnen
ik ben hier niet bekend
w porównaniu z
Lernen beginnen
in vergelijking met
wliczony w cenę
Lernen beginnen
inbegrepen
zastrzyk
Lernen beginnen
de injectie
de v pl injecties
wsiadać do
Lernen beginnen
instappen
stapte in stapen in z ingestapt
kurtka płaszcz
Lernen beginnen
de jas
mv pl jassen
bilet
Lernen beginnen
het kaartje
pl kaartjes
kanal
Lernen beginnen
het kanaal
pl kanalen
wieszak na ubrania
Lernen beginnen
de kapstok
de m kapstokken
kasztanowy brąz
Lernen beginnen
kastanjebruin
kosciol
Lernen beginnen
de kerk
mv pl kerken
kredens szafka kuchenna
Lernen beginnen
de keukenkast
de mv
skrzyzowanie
Lernen beginnen
het kruispunt
pl kruispunten
ładować wylądować
Lernen beginnen
landen
landde landden h geland
wzdłuż
Lernen beginnen
langs
kłaść położyć
Lernen beginnen
leggen
legde legden h gelegd
oprzeć się opierać się
Lernen beginnen
leunen
leunde leunden h geleund
ulubiony środek transportu
Lernen beginnen
het livelingsvervoermidel
linia
Lernen beginnen
de lijn
de mv lijnen
w lewo
Lernen beginnen
links af
Z lewej po lewej w lewo
Lernen beginnen
Links
ograniczenie sprawności ruchowej
Lernen beginnen
de loopbeperking
de v
lotnisko
Lernen beginnen
de luchthaven
de mv luchthavens
marzec
Lernen beginnen
de maart
m
metro
Lernen beginnen
de metro
de m pl metro's
mozliwe
Lernen beginnen
mogelijk
obok
Lernen beginnen
naast
nigdzie
Lernen beginnen
nergens
nigdzie indziej
Lernen beginnen
nergens anders
tuż za rogiem
Lernen beginnen
net om de hoek
nikt
Lernen beginnen
niemand
nic
Lernen beginnen
niets
Za rogiem
Lernen beginnen
Om de hoek
pod
Lernen beginnen
onder
w drodze
Lernen beginnen
onderweg
błędny blednie
Lernen beginnen
onjuist
bufet sniadaniowy
Lernen beginnen
ontbijtbuffet
na
Lernen beginnen
op
Na skrzyzowaniu
Lernen beginnen
Op het kruispunt
Na koncu
Lernen beginnen
Op het eind
Na wsi
Lernen beginnen
Op het platteland
przez
Lernen beginnen
over
Np over de brug ale door het park
wszedzie
Lernen beginnen
overal
przesiadać się
Lernen beginnen
overstappen
stapte over, stapten over h overstapt
przechodzić przejść na drugą stronę
Lernen beginnen
oversteken
stak over staken over h overgestapt
rejs statkiem
Lernen beginnen
de overtocht
de m pl overtochten
garaż wielopiętrowy
Lernen beginnen
de parkeergarage
de v
parking
Lernen beginnen
de parkeerplaats
de mv
(za) parkowac
Lernen beginnen
parkeren
parkeerde parkeerden h geparkeerd
peron
Lernen beginnen
het peron
miejsce
Lernen beginnen
de plaats
de m pl platsen
plan
terenu budynku itd
Lernen beginnen
de plattegrond
de m
umieszczać umieścić
Lernen beginnen
plaatsen
plaatste plaatsten h geplaats
wies
Lernen beginnen
het platteland
plac
Lernen beginnen
het plein
ciuchy łaszki
Lernen beginnen
de plunje
de mv
poczta
Lernen beginnen
het postkantoor
cena
Lernen beginnen
de prijs
de m prijzen
prosto
Lernen beginnen
Rechtdoor
Z rawej po prawej w prawo
Lernen beginnen
Rechts
w prawo
Lernen beginnen
Rechtsaf
biuro podrozy
Lernen beginnen
het reisbureau
autokar wycieczkowy
Lernen beginnen
de reisbus
(za) rezerwowac
Lernen beginnen
reserveren
reserveerde reserveerden h gereserveerd
rezerwacja
Lernen beginnen
de reservering
V reserveringen
w kierunku
Lernen beginnen
richting
kierunek
Lernen beginnen
de richting
de v
biet na jeden przejazd
Lernen beginnen
het ritkaartje
rzeka
Lernen beginnen
de rivier
de m rivieren
w okół
Lernen beginnen
rond
wycieczka objazdowa
Lernen beginnen
de rondreis
skarb
Lernen beginnen
de schat
de m pl schatten
teatr
jako budynek
Lernen beginnen
de schouwburg
de m pl schouwburgen
sygnał znak
Lernen beginnen
het signal
zauważyć spostrzec dawać znak
Lernen beginnen
signaleren
signaleerde signaleerden h gesignaleerd
(z) rozumieć
Lernen beginnen
snappen
snapte snapten h gesnapt
linia kolejowa
Lernen beginnen
de spoorweg
plan miasta
Lernen beginnen
het stadsplan
pl stadsplannen
zwiedzanie miasta autokarem
Lernen beginnen
de stadsrondrit
de m pl stadsrondritten
start
Lernen beginnen
de start
wkładać włożyć
Lernen beginnen
steken, stoppen,
stopte stopten h gestopt
stak staken h gestoken
kasować
Lernen beginnen
stempelen
stempelde stempelden gestempeld
chodnik
Lernen beginnen
de stoep, trottoir, voetpad
de mv
swiatła
Lernen beginnen
het stoplicht
het pl stoplichten
urlop na plaży
Lernen beginnen
strandvakantie
apartament
Lernen beginnen
de suite
de mv
spotkać przypadkiem, wpaść na
Lernen beginnen
tegenkomen
kwam tegen kwanen tegen z tegengekomen
naprzeciwko
Lernen beginnen
tegenover
budka telefoniczna
Lernen beginnen
de telefooncel
de mv
wracac
Lernen beginnen
terugkomen
kwam terug kwamen terug z teruggekomen
aż do
Lernen beginnen
tot aan
tramwaj
Lernen beginnen
de tram
de m pl trammen/trams
między pomiędzy
Lernen beginnen
tussen
wysiadać
Lernen beginnen
uitstappen
stapte uit stapten uit z uitgestapt
oczywistość
Lernen beginnen
de vanzelfsprekenheid
de v
pływać statkiem
Lernen beginnen
varen
voer voeren h gevaren
bezpieczny bezpiecznie
Lernen beginnen
veilig
daleko
Lernen beginnen
ver
połączenie
Lernen beginnen
verbinding
de v
dalej
Lernen beginnen
verder
przewozić przewieść
Lernen beginnen
vervoeren
vervoerde vervoerden h vervoerd
środek transportu
Lernen beginnen
het vervoermiddel
latać lecieć
Lernen beginnen
vliegen
vloog vlogen h gevlogen
samolot
Lernen beginnen
het vliegtuig
podłoga
Lernen beginnen
de vloer
de m
pieszy
Lernen beginnen
de voetganger
strefa dla pieszych
Lernen beginnen
voetgangersgebied
dosyć wystarczajaco
Lernen beginnen
voldoende
dorosly
Lernen beginnen
de volwassen
de m
przemieszczać się koło czegoś
Lernen beginnen
voorbij
składak
Lernen beginnen
de vouwfiets
de mv
TIR
Lernen beginnen
de vrachtwagen
de m
dom towarowy
Lernen beginnen
het warenhuis
droga
Lernen beginnen
de weg
de m pl wegen
podróż do okola świata
Lernen beginnen
de wereldreis
de mv
wskazywać wskazać
Lernen beginnen
wijzen
wees wezen h gewezen
podróż służbowa
Lernen beginnen
de zakenreis
de mv
przejście dla pieszych
Lernen beginnen
het zebrapad
stawiać postawić
Lernen beginnen
zetten
zette zetten h gezet

Sie müssen eingeloggt sein, um einen Kommentar zu schreiben.