Lekcja powtorka nr 2

 0    18 Datenblatt    justynagintowtveghel
mp3 downloaden Drucken spielen überprüfen
 
Frage Antworten
zalogowac sie
Lernen beginnen
aanmelden
Chcę się zapisać na kurs.
Lernen beginnen
Ik wil me aanmelden voor de cursus.
Musisz się najpierw zarejestrować.
Lernen beginnen
Je moet je eerst registreren.
Czy już się zapisałeś/zarejestrowałeś?
Lernen beginnen
Heb je je al aangemeld?
ilosc, liczba
Lernen beginnen
het aantal/ de aantallen
wkladac
Lernen beginnen
aantrekken
Zakładam kurtkę.
Lernen beginnen
Ik trek mijn jas aan.
Załóż buty!
Lernen beginnen
Trek je schoenen aan!
Ten sklep przyciąga wielu klientów.
Lernen beginnen
Deze winkel trekt veel klanten.
ubiegac sie o
Lernen beginnen
aavragen
Chcę złożyć wniosek o nowy paszport.
Lernen beginnen
Ik wil een nieuw paspoort aanvragen.
Muszę złożyć wniosek o urlop.
Lernen beginnen
Ik moet vakantie aanvragen.
obecny
Lernen beginnen
aanwezig
Będziesz jutro obecny/a?
Lernen beginnen
Ben je morgen aanwezig?
Wszyscy są obecni.
Lernen beginnen
Iedereen is aanwezig.
Jego dzisiaj nie ma / Dzisiaj jest nieobecny
Lernen beginnen
Hij is vandaag niet aanwezig.
ziemniak + plural
Lernen beginnen
de aardappel, de aardappels
ziemia
Lernen beginnen
de aarde

Sie müssen eingeloggt sein, um einen Kommentar zu schreiben.