Moja lekcja

 0    39 Datenblatt    guest2929559
mp3 downloaden Drucken spielen überprüfen
 
Frage Antworten
Kiedy idziemy na lunch
Lernen beginnen
Wanneer gaan wij lunchen
Możemy iść w sobotę
Lernen beginnen
Wij kunnen zaterdag gaan
Dziś jest pochmurno. Jutro będzie padać
Lernen beginnen
Vandaag is het bewolkt. Morgen gaat het regenen
Nie, nie idziemy jutro na plażę
Lernen beginnen
Nee, wij gaan morgen niet naar het strand
Pójdziemy jutro na plażę?
Lernen beginnen
Gaan wij morgen naar het strand?
Czwartek będzie słoneczny
Lernen beginnen
Donderdag wordt het zonnig
Środa będzie pochmurna
Lernen beginnen
Woensdag wordt het bewolkt
Jutro będzie zimno
Lernen beginnen
Morgen wordt het koud
Dzień dobry. Dzisiaj jest gorąco
Lernen beginnen
Goedemorgen. Vandaag is het warm
Kupuję bilet, bo jutro idę na koncert
Lernen beginnen
Ik koop een kaartje omdat ik morgen naar een concert ga.
Dlaczego kupujesz bilet?
Lernen beginnen
Waarom koop jij een kaartje?
Kupuję bilet
Lernen beginnen
Ik koop een kaartje
kobiety, chłopcy, dziewczęta, mężczyźni
Lernen beginnen
vrouwen, jongens, meisjes, mannen
Chłopiec biegnie / Chłopiec czyta / Chłopiec je /Chłopiec pije
Lernen beginnen
De jongen rent / De jongen leest / De jongen eet/ De jongen dringt
Oni piszą / One piszą
Lernen beginnen
Zij schrijven / Zij schrijven
Oni pływają
Lernen beginnen
Zij zwemmen
Oni gotują
Lernen beginnen
Zij koken
Ona pisze / On pisze/Oni piszą
Lernen beginnen
Zij schrijft / Hij schrijft/ Zij schrijven
Dziewczyna pije
Lernen beginnen
Het meisje drinkt
Chłopiec je
Lernen beginnen
De jongen eet
Chłopcy jedzą
Lernen beginnen
De jongens eten
Dziewczyny piją
Lernen beginnen
De meisjes drinken
oni pracują
Lernen beginnen
ze werken
pracujesz
Lernen beginnen
jij werkt
ty masz
Lernen beginnen
je hebt
my mamy
Lernen beginnen
we hebben
On gotuje/ Oni gotują/ Ona biegnie/One biegną
Lernen beginnen
Hij kookt/ Zij koken/ Zij rent/ Zij rennen
Oni jedzą
Lernen beginnen
Zij eten
my jesteśmy
Lernen beginnen
we zijn
Mężczyźni czytają
Lernen beginnen
De mannen lezen
Ona gotuje
Lernen beginnen
Zij kookt
Samochód jest zielony
Lernen beginnen
De auto is groen
Ryż jest biały
Lernen beginnen
De rijst is wit
Rower jest zielony
Lernen beginnen
De fiets is groen
Mleko jest białe
Lernen beginnen
De melk is wit
Jabłko jest zielone
Lernen beginnen
De appel is groen
Jajko jest niebieskie
Lernen beginnen
Het ei is blauw
Jajka są niebieskie
Lernen beginnen
De eieren zijn blauw
oni są
Lernen beginnen
ze zijn

Sie müssen eingeloggt sein, um einen Kommentar zu schreiben.