Moja lekcja

 0    110 Datenblatt    guest2989290
mp3 downloaden Drucken spielen überprüfen
 
Frage Antworten
myślę tak samo jak Ty
Lernen beginnen
Ik denk hetzelfde
a Twój?
Lernen beginnen
En jouw?
co myślisz?
Lernen beginnen
wat denk je?
czego potrzebujesz?
Lernen beginnen
wat je nodig hebt?
Ty też?
Lernen beginnen
Jij ook?
a Ty?
Lernen beginnen
en jij?
co oznacza to pytanie?
Lernen beginnen
wat betekent deze vraag?
jak się masz?
Lernen beginnen
Hoe is het met je? / Hoe gaat het?
Najbardziej lubię X
Lernen beginnen
ik vind X het leukst
tak, ja mogę to przeczytać
Lernen beginnen
ja ik kan het lezen
czy mogę po Polsku?
Lernen beginnen
mag ik in het Pools?
nie mam pytań do X
Lernen beginnen
Ik heb geen vragen voor X
patrzeć na
Lernen beginnen
kijken naar
Dziękuję Ci
Lernen beginnen
dank je
nie poddawaj się
Lernen beginnen
geef niet op
znaleźć
Lernen beginnen
vinden
Nie ma za co!
Lernen beginnen
Graag gedaan!
z
Lernen beginnen
met
teraz
Lernen beginnen
nu
też / również
Lernen beginnen
ook
dziś
Lernen beginnen
vandaag
trochę
Lernen beginnen
een beetje
słyszeć
Lernen beginnen
horen
zrozumieć
Lernen beginnen
begrijppen / snappen
ciebie, ci
Lernen beginnen
jou
twoje
Lernen beginnen
jouw
mi, mnie, mną
Lernen beginnen
mij
jeszcze
Lernen beginnen
nog
myśleć, sądzić, uważać
Lernen beginnen
denken
następny
Lernen beginnen
volgende
nie rozumiem
Lernen beginnen
ik snap het niet
nie wiem
Lernen beginnen
ik weet het niet
co znaczy?
Lernen beginnen
wat betekent?
jak powiesz...?
Lernen beginnen
hoe zeg je...?
możesz to powtórzyć?
Lernen beginnen
kun je dat herhalen?
jak to się wymawia?
Lernen beginnen
hoe spreek je dat uit?
kto zaczyna?
Lernen beginnen
wie begint?
kto
Lernen beginnen
wie
co
Lernen beginnen
wat
który
Lernen beginnen
welke
jak
Lernen beginnen
hoe
gdzie
Lernen beginnen
waar
skąd jesteś?
Lernen beginnen
Waar kom jij vandaan?
Skąd
Lernen beginnen
waar ... vandaan
dokąd
Lernen beginnen
waar ... naartoe
proszę
Lernen beginnen
alsjeblieft
wybierać
Lernen beginnen
kiezen
dzięki, dziękuję
Lernen beginnen
bedankt
ktoś
Lernen beginnen
iemand
nikt
Lernen beginnen
niemand
coś
Lernen beginnen
iets
nic
Lernen beginnen
niets
cześć
Lernen beginnen
hoi
przepraszam za spóźnienie
Lernen beginnen
Sorry dat ik laat ben
zadać pytanie
Lernen beginnen
een vraag stellen
jak się pisze?
Lernen beginnen
hoe schrijf je?
dla kogo jest to pytanie
Lernen beginnen
aan wie is deze vraag
Ja też
Lernen beginnen
ik ook
co wybierasz?
Lernen beginnen
wat kies jij?
co jeszcze?
Lernen beginnen
wat nog?
jaki kolor lubisz?
Lernen beginnen
welke kleur leukt je?
zapomniałem
Lernen beginnen
ik heb het vergeten
więc
Lernen beginnen
dus
szybko
Lernen beginnen
snel
wolno
Lernen beginnen
langzaam
pisać
Lernen beginnen
schrijven
czytać
Lernen beginnen
lezen
słuchać
Lernen beginnen
luisteren
mówić
Lernen beginnen
spreken
rozmawiać
Lernen beginnen
praten
zdjęcie
Lernen beginnen
de plaatje
co to jest?
Lernen beginnen
wat is dat?
odwiedzać
Lernen beginnen
bezoeken
ser
Lernen beginnen
de kaas
ale
Lernen beginnen
maar
kiedykolwiek
Lernen beginnen
ooit
lub
Lernen beginnen
of
jeździć
Lernen beginnen
rijden
podróżować
Lernen beginnen
reizen
piosenki
Lernen beginnen
de liedjes
byłem
Lernen beginnen
ik was
więcej
Lernen beginnen
meer
więcej niż
Lernen beginnen
meer dan
Kontynuować
Lernen beginnen
ga door
ile
Lernen beginnen
hoeveel
gotować
Lernen beginnen
koken
kuchnia
Lernen beginnen
de keuken
razem
Lernen beginnen
allebei
sam
Lernen beginnen
alleen
dziecko
Lernen beginnen
het schatje/het kind
szukać
Lernen beginnen
zoeken
po tym, potem
Lernen beginnen
daarna
dzielić
Lernen beginnen
delen
Rozumiesz mnie?
Lernen beginnen
Kun je me snappen
tak, rozumiem cię
Lernen beginnen
ja, ik snap je
Chcę odwiedzić X (kiedyś).
Lernen beginnen
Ik wil (ooit) X bezoeken.
Byłem kiedyś na Malcie
Lernen beginnen
Ik heb ooit Malta bezocht
jestem gotowy
Lernen beginnen
ik ben klaar
Byłeś kiedyś w Holandii?
Lernen beginnen
Ben je ooit in Nederland geweest?
jakie piosenki lubisz?
Lernen beginnen
welke liedjes vind je leuk?
więcej nie wiem
Lernen beginnen
Ik weet het niet meer / Meer ik weet niet
Jaka jest różnica?
Lernen beginnen
Wat is het verschil?
Jak się pisze?
Lernen beginnen
hoe spel je?
jak nazywa się Twój ojciec?
Lernen beginnen
hoe heet je vader?
jak przeliterujesz imię swojej matki?
Lernen beginnen
heo spel je de naam van je moeder?
czy mieszkasz sam?
Lernen beginnen
woon je alleen?
z kim uczysz się holenderskiego?
Lernen beginnen
met wie leer je Nederlands?
Uczysz się czy pracujesz?
Lernen beginnen
studeer je of werk je?
co studiujesz lub gdzie pracujesz?
Lernen beginnen
wat studeer je of waar werk je?
Czy jest Pan żonaty?
Lernen beginnen
Ben je getrouwd?

Sie müssen eingeloggt sein, um einen Kommentar zu schreiben.