Moja lekcja

 0    169 Datenblatt    maciejchudzichowski
mp3 downloaden Drucken spielen überprüfen
 
Frage Antworten
Prosze
Lernen beginnen
Alstublieft
Nie szkodzi
Lernen beginnen
Het geeft niet
Na zdrowie! (Toast)
Lernen beginnen
Proost!
Na zdrowie! (po kichnięciu)
Lernen beginnen
gezondheit
Milego dnia
Lernen beginnen
Prettige dag
Jak?
Lernen beginnen
Hoe?
Co?
Lernen beginnen
Wat?
Ile?
Lernen beginnen
Hoeveel?
Gdzie?
Lernen beginnen
Waar?
Który?
Lernen beginnen
Welke?
Kiedy?
Lernen beginnen
Wanneer?
Dlaczego?
Lernen beginnen
Waarom
Powtorz
Lernen beginnen
herhalen
Czy możesz powtórzyć?
Lernen beginnen
Kunt u herhalen?
Nie rozumiem
Lernen beginnen
Ik begrijp het niet
Czy mozesz mi pomóc?
Lernen beginnen
Kun je me helpen?
Dziękuje za pomoc
Lernen beginnen
Dank je voor je hulp
zero
Lernen beginnen
null
jeden
Lernen beginnen
één
dwa
Lernen beginnen
twee
trzy
Lernen beginnen
drie
cztery
Lernen beginnen
vier
pięć
Lernen beginnen
vijv
sześć
Lernen beginnen
zes
siedem
Lernen beginnen
zeven
osiem
Lernen beginnen
acht
dziewięć
Lernen beginnen
negen
dziesięć
Lernen beginnen
tien
Mam na imię
Lernen beginnen
Mijn naam is
jak masz na imię?
Lernen beginnen
wat is je naam?
Nazywam się
Lernen beginnen
Ik heet
Ty
Lernen beginnen
U
On
Lernen beginnen
Hij
Ona
Lernen beginnen
Ze
Ono
Lernen beginnen
Het
wy
Lernen beginnen
jullie
My
Lernen beginnen
Wij
Oni
Lernen beginnen
Zij
tak proszę
Lernen beginnen
Ja, graag
Nie, dziękuję
Lernen beginnen
Nee, bedankt
Jak się masz?
Lernen beginnen
Hoe gaat het?
jestem
Lernen beginnen
ik ben
ty / jesteś
Lernen beginnen
jij/je bent
Pan/Pani jest
Lernen beginnen
U bent
on jest
Lernen beginnen
hij is
ona jest
Lernen beginnen
zij is
jesteśmy
Lernen beginnen
wij zijn
wy jestescie
Lernen beginnen
jullie zijn
oni są
Lernen beginnen
zij zijn
Poniedziałek
Lernen beginnen
maandag
Wtorek
Lernen beginnen
dinsdag
Środa
Lernen beginnen
woensdag
Środa
Lernen beginnen
woensdag
Czwartek
Lernen beginnen
donderdag
Piątek
Lernen beginnen
vrijdag
Sobota
Lernen beginnen
zaterdag
Niedziela
Lernen beginnen
zondag
jak sie nazywasz
Lernen beginnen
hoe heet jij
jedenascie
Lernen beginnen
elef
dwanascie
Lernen beginnen
twaalf
dwadziescia
Lernen beginnen
twintach
przed
Lernen beginnen
voor
do zobaczenia wkrótce
Lernen beginnen
tot gauw
przed
Lernen beginnen
voor
leniwy
Lernen beginnen
lauw
fajny
Lernen beginnen
leuk (lołk)
w mieście
Lernen beginnen
in de stad
w szkole
Lernen beginnen
op school
dom
Lernen beginnen
het thuis
sypialnia
Lernen beginnen
slaapkamer
kuchnia
Lernen beginnen
keuken
urząd
Lernen beginnen
gemeente
ulica
Lernen beginnen
straat
na zewnątrz, poza
Lernen beginnen
buiten
sklep
Lernen beginnen
winkel
u sąsiadów
Lernen beginnen
bij de buren
mieć
Lernen beginnen
hebben
pracuję
Lernen beginnen
werk
iść
Lernen beginnen
gaan
duży
Lernen beginnen
groot
mały
Lernen beginnen
klein
gruby, gęsty
Lernen beginnen
dik
cienki
Lernen beginnen
dun
stary
Lernen beginnen
oud
młody
Lernen beginnen
jong
zmęczony
Lernen beginnen
moe
chory
Lernen beginnen
ziek
ucieszony, uradowany
Lernen beginnen
blij
ładny
Lernen beginnen
mooi
zdrowy
Lernen beginnen
gezond
ile masz lat
Lernen beginnen
hoe oud ben jij
nie mam pojecia
Lernen beginnen
ik heb geen idee
nie wiem
Lernen beginnen
ik weet het niet
nawzajem
Lernen beginnen
hetzelfde
jaki jest dzis dzien
Lernen beginnen
welke dag is het vandaag
styczen
Lernen beginnen
januari
luty
Lernen beginnen
februari
marzec
Lernen beginnen
maart
kwiecien
Lernen beginnen
april
maj
Lernen beginnen
mei
czerwiec
Lernen beginnen
juni
lipiec
Lernen beginnen
juli
sierpien
Lernen beginnen
augustus
wrzesien
Lernen beginnen
september
listopad
Lernen beginnen
november
pazdziernik
Lernen beginnen
oktober
grudzien
Lernen beginnen
december
kiedy
Lernen beginnen
wanner
który, która, które
Lernen beginnen
welke
jak długo
Lernen beginnen
hoelang
skad pochodzisz
Lernen beginnen
waar kom je vandaan
gdzie mieszkasz
Lernen beginnen
waar woon jij
na jakiej ulicy mieszkasz
Lernen beginnen
op welke straat woon je
w jakim języku mówisz
Lernen beginnen
welke taal spreek jij
co robisz
Lernen beginnen
wat doe je
ile masz lat
Lernen beginnen
hoe oud ben jij
kiedy masz spotkanie
Lernen beginnen
wanner heb jij een afspraak
kiedy są twoje urodziny
Lernen beginnen
wanner ben je jarig
kiedy się urodziłeś
Lernen beginnen
wanner ben jij geboren
spotkanie
Lernen beginnen
afspraak
jutro
Lernen beginnen
morgen
pojutrze
Lernen beginnen
overmorgen
wczoraj
Lernen beginnen
gisteren
pochodze z polski
Lernen beginnen
ik kom uit Polen
ile masz dzieci
Lernen beginnen
hoeveel kinderen heb je
nie mam dzieci
Lernen beginnen
Ik heb geen kinderen
chudy
Lernen beginnen
slank
głupi
Lernen beginnen
dom
mądry
Lernen beginnen
slimme
szybki
Lernen beginnen
snel
wolny
Lernen beginnen
vrij
ciepło
Lernen beginnen
warm
zimno
Lernen beginnen
koud
lewo
Lernen beginnen
links
prawo
Lernen beginnen
rechts
teraz
Lernen beginnen
nu
biały
Lernen beginnen
wit
czarny
Lernen beginnen
zwart
mięso
Lernen beginnen
het vlees
jabłko
Lernen beginnen
appel
banan
Lernen beginnen
banaan
pomarańcza
Lernen beginnen
sinaasappel
gruszka
Lernen beginnen
Peer
ogórek
Lernen beginnen
komkommer
pomidor
Lernen beginnen
tomaat
marchewka
Lernen beginnen
wortel
arbuz
Lernen beginnen
watermeloen
ziemniaki
Lernen beginnen
aardappelen
warzywa
Lernen beginnen
groenten
owoce
Lernen beginnen
fruit
zwierzęta
Lernen beginnen
dieren
koń
Lernen beginnen
het paard
pies
Lernen beginnen
de hond
kot
Lernen beginnen
de kat
ryba
Lernen beginnen
de vis
królik
Lernen beginnen
konijn
kolory
Lernen beginnen
kleuren
zielony
Lernen beginnen
groen
niebieski
Lernen beginnen
blauw
żółty
Lernen beginnen
geel
fioletowy
Lernen beginnen
violet
pomarańczowy
Lernen beginnen
oranje
jeździć
Lernen beginnen
rijden
samochód
Lernen beginnen
de auto
rozmawiać
Lernen beginnen
praten
która godzina
Lernen beginnen
hoe laat is het
chcieć
Lernen beginnen
willen
móc
Lernen beginnen
mogen
musieć
Lernen beginnen
moeten

Sie müssen eingeloggt sein, um einen Kommentar zu schreiben.