sl 7

 0    50 Datenblatt    ganajerski
mp3 downloaden Drucken spielen überprüfen
 
Frage Antworten
Het plan is simpel.
Lernen beginnen
Plan jest prosty.
De broek is blauw.
Lernen beginnen
Spodnie są niebieskie.
Het shirt is rood.
Lernen beginnen
Koszulka jest czerwona.
De rok is geel.
Lernen beginnen
Spódnica jest żółta.
De trui is groen.
Lernen beginnen
Sweter jest zielony.
De sok is zwart.
Lernen beginnen
Skarpeta jest czarna.
De hoed is wit.
Lernen beginnen
Kapelusz jest biały.
De pet is grijs.
Lernen beginnen
Czapka z daszkiem jest szara.
De sjaal is oranje.
Lernen beginnen
Szalik jest pomarańczowy.
De handschoen is paars.
Lernen beginnen
Rękawiczka jest fioletowa.
De riem is bruin.
Lernen beginnen
Pasek jest brązowy.
De bank staat in de woonkamer.
Lernen beginnen
Kanapa stoi w salonie.
Het kussen is zacht.
Lernen beginnen
Poduszka jest miękka.
De spiegel hangt aan de muur.
Lernen beginnen
Lustro wisi na ścianie.
De gordijnen zijn lang.
Lernen beginnen
Zasłony są długie.
De vloer is schoon.
Lernen beginnen
Podłoga jest czysta.
De trap is smal.
Lernen beginnen
Schody są wąskie.
De gang is donker.
Lernen beginnen
Korytarz jest ciemny.
De kelder is koud.
Lernen beginnen
Piwnica jest zimna.
De zolder is groot.
Lernen beginnen
Strych jest duży.
De verwarming is warm.
Lernen beginnen
Ogrzewanie jest ciepłe.
De pan staat op het fornuis.
Lernen beginnen
Garnek stoi na kuchence.
De kom is leeg.
Lernen beginnen
Miska jest pusta.
Het bord is wit.
Lernen beginnen
Talerz jest biały.
Het mes is scherp.
Lernen beginnen
Nóż jest ostry.
De vork ligt op tafel.
Lernen beginnen
Widelec leży na stole.
De lepel is klein.
Lernen beginnen
Łyżka jest mała.
De magnetron is nieuw.
Lernen beginnen
Mikrofalówka jest nowa.
De afwas is klaar.
Lernen beginnen
Zmywanie jest gotowe.
De saus is lekker.
Lernen beginnen
Sos jest smaczny.
De salade is vers.
Lernen beginnen
Sałatka jest świeża.
Het vliegtuig vertrekt om tien uur.
Lernen beginnen
Samolot odlatuje o dziesiątej.
De boot ligt in de haven.
Lernen beginnen
Łódź stoi w porcie.
Het kaartje is duur.
Lernen beginnen
Bilet jest drogi.
Het paspoort ligt in de tas.
Lernen beginnen
Paszport leży w torbie.
De koffer is zwaar.
Lernen beginnen
Walizka jest ciężka.
De rugzak is groen.
Lernen beginnen
Plecak jest zielony.
De slager verkoopt vlees.
Lernen beginnen
Rzeźnik sprzedaje mięso.
De apotheek is open.
Lernen beginnen
Apteka jest otwarta.
Het gemeentehuis is groot.
Lernen beginnen
Urząd miasta jest duży.
De kerk staat in het dorp.
Lernen beginnen
Kościół stoi we wsi.
De parkeerplaats is vol.
Lernen beginnen
Parking jest pełny.
De afspraak is morgen.
Lernen beginnen
Spotkanie jest jutro.
De ervaring is nieuw voor mij.
Lernen beginnen
To doświadczenie jest dla mnie nowe.
De mening van Anna is duidelijk.
Lernen beginnen
Opinia Anny jest jasna.
De verandering is klein.
Lernen beginnen
Zmiana jest mała.
De reden is simpel.
Lernen beginnen
Powód jest prosty.
De situatie is moeilijk.
Lernen beginnen
Sytuacja jest trudna.
Het idee is goed.
Lernen beginnen
Pomysł jest dobry.
Het doel is belangrijk.
Lernen beginnen
Cel jest ważny.

Sie müssen eingeloggt sein, um einen Kommentar zu schreiben.