sl 9

 0    50 Datenblatt    ganajerski
mp3 downloaden Drucken spielen überprüfen
 
Frage Antworten
Het plan is klaar voor vandaag.
Lernen beginnen
Plan na dziś jest gotowy.
De broek is rood.
Lernen beginnen
Spodnie są czerwone.
Het shirt is blauw.
Lernen beginnen
Koszulka jest niebieska.
De rok is geel.
Lernen beginnen
Spódnica jest żółta.
De trui is groen.
Lernen beginnen
Sweter jest zielony.
De sok is zwart.
Lernen beginnen
Skarpeta jest czarna.
De hoed is wit.
Lernen beginnen
Kapelusz jest biały.
De pet is grijs.
Lernen beginnen
Czapka z daszkiem jest szara.
De sjaal is oranje.
Lernen beginnen
Szalik jest pomarańczowy.
De handschoen is paars.
Lernen beginnen
Rękawiczka jest fioletowa.
De riem is bruin.
Lernen beginnen
Pasek jest brązowy.
De bank staat in de gang.
Lernen beginnen
Kanapa stoi w korytarzu.
Het kussen ligt op de bank.
Lernen beginnen
Poduszka leży na kanapie.
De spiegel hangt in de gang.
Lernen beginnen
Lustro wisi w korytarzu.
De gordijnen zijn dicht.
Lernen beginnen
Zasłony są zasłonięte.
De vloer is nat.
Lernen beginnen
Podłoga jest mokra.
De trap is hoog.
Lernen beginnen
Schody są wysokie.
De kelder is donker.
Lernen beginnen
Piwnica jest ciemna.
De zolder is warm.
Lernen beginnen
Strych jest ciepły.
De verwarming staat aan.
Lernen beginnen
Ogrzewanie jest włączone.
De pan staat op het vuur.
Lernen beginnen
Garnek stoi na ogniu.
De kom is vol salade.
Lernen beginnen
Miska jest pełna sałatki.
Het bord ligt op tafel.
Lernen beginnen
Talerz leży na stole.
Het mes is scherp.
Lernen beginnen
Nóż jest ostry.
De vork ligt naast de lepel.
Lernen beginnen
Widelec leży obok łyżki.
De magnetron is kapot.
Lernen beginnen
Mikrofalówka jest zepsuta.
De afwas duurt lang.
Lernen beginnen
Zmywanie trwa długo.
De saus is rood.
Lernen beginnen
Sos jest czerwony.
De salade is fris.
Lernen beginnen
Sałatka jest świeża.
Het vliegtuig vliegt hoog.
Lernen beginnen
Samolot leci wysoko.
De boot ligt aan de kade.
Lernen beginnen
Łódź stoi przy nabrzeżu.
Het kaartje ligt in mijn hand.
Lernen beginnen
Bilet leży w mojej dłoni.
Het paspoort zit in de koffer.
Lernen beginnen
Paszport jest w walizce.
De rugzak is licht.
Lernen beginnen
Plecak jest lekki.
De slager verkoopt vlees.
Lernen beginnen
Rzeźnik sprzedaje mięso.
De apotheek is gesloten.
Lernen beginnen
Apteka jest zamknięta.
Het gemeentehuis is nieuw.
Lernen beginnen
Urząd miasta jest nowy.
De kerk staat op het plein.
Lernen beginnen
Kościół stoi na placu.
De parkeerplaats is leeg.
Lernen beginnen
Parking jest pusty.
De afspraak is om drie uur.
Lernen beginnen
Spotkanie jest o trzeciej.
De ervaring was leuk.
Lernen beginnen
Doświadczenie było fajne.
Mijn mening is positief.
Lernen beginnen
Moja opinia jest pozytywna.
De verandering is groot.
Lernen beginnen
Zmiana jest duża.
Ik heb een kans om te leren.
Lernen beginnen
Mam szansę, żeby się uczyć.
De reden is simpel.
Lernen beginnen
Powód jest prosty.
De situatie is rustig.
Lernen beginnen
Sytuacja jest spokojna.
Het idee komt van Anna.
Lernen beginnen
Pomysł pochodzi od Anny.
Het doel is duidelijk.
Lernen beginnen
Cel jest jasny.
Het resultaat is goed.
Lernen beginnen
Rezultat jest dobry.
Mijn arm voelt sterk.
Lernen beginnen
Moje ramię jest silne.

Sie müssen eingeloggt sein, um einen Kommentar zu schreiben.