zwierzęta

 0    86 Datenblatt    guest3355406
mp3 downloaden Drucken spielen überprüfen
 
Frage Antworten
pies
Lernen beginnen
de hond
kot
Lernen beginnen
de kat
mieć
Lernen beginnen
hebben
być
Lernen beginnen
zijn
robić
Lernen beginnen
doen
dla
Lernen beginnen
voor
w
Lernen beginnen
in
z
Lernen beginnen
met
co
Lernen beginnen
wat
i
Lernen beginnen
en
To
Lernen beginnen
Dit
jest
Lernen beginnen
is
Lernen beginnen
zijn
nie
Lernen beginnen
nee
jako
Lernen beginnen
als
ten
Lernen beginnen
deze
ale
Lernen beginnen
maar
gdzie
Lernen beginnen
waar
był
Lernen beginnen
geweest
który
Lernen beginnen
welke
ma
Lernen beginnen
heeft
więc
Lernen beginnen
dus
nowy
Lernen beginnen
nieuw
ono
Lernen beginnen
zij
przez
Lernen beginnen
door
ich
Lernen beginnen
hun
inny
Lernen beginnen
anders
każdy
Lernen beginnen
elk
tam
Lernen beginnen
daar
bardzo
Lernen beginnen
erg
tutaj
Lernen beginnen
hier
nigdy
Lernen beginnen
nooit
dlaczego
Lernen beginnen
waarom
zawsze
Lernen beginnen
altijd
rzecz
Lernen beginnen
het ding
ostatni
Lernen beginnen
laatste
stary
Lernen beginnen
oude
tydzień
Lernen beginnen
de week
często
Lernen beginnen
vaak
mały
Lernen beginnen
klein
kilka
Lernen beginnen
een paar
teraz
Lernen beginnen
nu
miesiąc
Lernen beginnen
de maand
język
Lernen beginnen
de taal
nasz
Lernen beginnen
onze
słowo
Lernen beginnen
het woord
wszystko
Lernen beginnen
alles
wiek
Lernen beginnen
de leeftijd
pytanie
Lernen beginnen
de vraag
czytać
Lernen beginnen
lezen
powietrze
Lernen beginnen
de lucht
mój
Lernen beginnen
mijn
rok
Lernen beginnen
het jaar
młody
Lernen beginnen
jong
dziadek
Dziadek pije kawę
Lernen beginnen
de grootvader
Grootvader drinki koffie
Córka
Córka pije sok
Lernen beginnen
Dochter
Dochter drinkt sap
Syn
Syn czyta książkę
Lernen beginnen
Zoon
Zoon die een boek leest
Ciocia
Ciocia idzie do sklepu
Lernen beginnen
Tante
Tante gaat naar de winkiel
Kupić
Kupuję warzywa w sklepie
Lernen beginnen
Kopen
Groenten koop ik in de winkiel
Ogród
Na ogródku sadzę pomidory
Lernen beginnen
tuin
Ik denk dat er tomaten in de tuin staan
Rower
Jadę na rowerze
Lernen beginnen
Fiets
Ik ben aan het fietsen
Mieszkam
Mieszkam w Sint Anthonis
Lernen beginnen
ik woonen
Ik woon in Sint Anthonis
Żona
Żona pracuje w Wenraij
Lernen beginnen
Vrouw
Vrouw werkt in Wenraij
Ojciec
Lernen beginnen
Vader
Dziadek
Lernen beginnen
Grootvader
ciebie
Co u Ciebie słychać?
Lernen beginnen
u
Hoe gaat het met jou?
Masz
Masz dzieci?
Lernen beginnen
Jij hebt
Heb jij kinderen?
Jak
Jak się nazywasz?
Lernen beginnen
Hoe
Hoe heet jij?
Gdzie?
Gdzie mieszkasz?
Lernen beginnen
Waar?
Waar woon jij?
Ile
Ile masz lat?
Lernen beginnen
Hoe veel
Hoe oud ben jij?
mleko
Pije mleko.
Lernen beginnen
de melk
Ik drink melk
ser
Jem chleb z serem.
Lernen beginnen
de kaas
Ik eet brood met kaas.
Kiedy
Kiedy kupisz samochód?
Lernen beginnen
Wanneer
Wanneer u een auto koopt?
Gdzie?
Gdzie jedziesz na wakacje?
Lernen beginnen
Waar?
Waar ga je heen op vakantie?
Kupić
Kupiłem spodnie na lato.
Lernen beginnen
Kopen
Ik heb een broek gekocht voor de zomer.
kawa
Pije kawę z mlekiem bez cukru.
Lernen beginnen
de koffie
Ik drink koffie met melk zonder suiker.
makaron
Jem zupę pomidorową z makaronem.
Lernen beginnen
pasta
Ik eet tomatensoep met pasta.
Mam
Mam dwa psy i jednego kota.
Lernen beginnen
ik heb
Ik heb twee honden en een kat.
Lubię
Lubię pomidory.
Lernen beginnen
ik hou van
Ik hou van tomaten.
Ile?
Ile kosztuje mięso?
Lernen beginnen
Hoe veel?
Hoeveel kost vlees?
Jeść
Mój syn je biały chleb.
Lernen beginnen
Eten
Mijn zoon eet witbrood.
syn
Gram z synem w piłkę.
Lernen beginnen
de zoon
Ik speel voetbal met mijn zoon.
Kiedy?
Kiedy będzie ciepło?
Lernen beginnen
Wanneer?
Wanneer het warm zal zijn?
owoce
Jem dużo owoców.
Lernen beginnen
fruit
Ik eet veel fruit.
Kupić
Kupiłem ogórki.
Lernen beginnen
Kopen
Ik heb komkommers gekocht.
warzywa
Robię sałatkę warzywną.
Lernen beginnen
groenten
Ik maak een groentesalade.

Sie müssen eingeloggt sein, um einen Kommentar zu schreiben.