11 - Fryzjer oraz usługi

 0    80 Datenblatt    bartoszkowalewski90
mp3 downloaden Drucken spielen überprüfen
 
Frage Antworten
Hebt u een afspraak ___?
Czy umówił pan wizytę?
Lernen beginnen
Hebt u een afspraak gemaakt?
Ja, om half drie. | Nee, kan ik zo terecht?
gemaakt
Komt u voor knippen of ___?
Przyszedł pan na strzyżenie czy golenie?
Lernen beginnen
Komt u voor knippen of scheren?
Alleen knippen, graag. | Voor allebei, als dat kan.
scheren
Kan ik vandaag nog ___?
Czy mogę jeszcze dziś skorzystać z usługi?
Lernen beginnen
Kan ik vandaag nog terecht?
Ja, over een halfuurtje. | Helaas, vandaag zitten we vol.
terecht
Hoe laat hebt u een ___?
Na którą godzinę jest pan umówiony?
Lernen beginnen
Hoe laat hebt u een afspraak?
Om kwart over twee. | Ik weet het niet precies, kunt u even kijken?
afspraak
Wilt u nog even ___?
Czy zechce pan na chwilę usiąść?
Lernen beginnen
Wilt u nog even plaatsnemen?
Ja hoor, dank u. | Ik blijf liever nog even staan.
plaatsnemen
Bent u hier al eens ___?
Czy był pan już kiedyś tutaj?
Lernen beginnen
Bent u hier al eens geweest?
Ja, een paar maanden geleden. | Nee, dit is mijn eerste keer.
geweest
Wilt u bij dezelfde kapper ___?
Czy chce pan pozostać przy tym samym fryzjerze?
Lernen beginnen
Wilt u bij dezelfde kapper blijven?
Ja, graag bij dezelfde. | Nee, het maakt me niet uit.
blijven
Kan ik zonder afspraak ___?
Czy mogę przyjść bez wcześniejszego umówienia?
Lernen beginnen
Kan ik zonder afspraak binnenlopen?
Ja, als er plek is. | Nee, we werken alleen op afspraak.
binnenlopen
Hoelang moet ik nog ___?
Jak długo muszę jeszcze czekać?
Lernen beginnen
Hoelang moet ik nog wachten?
Ongeveer tien minuten. | Het loopt vandaag iets uit.
wachten
Moet ik mijn jas ergens ___?
Czy mam gdzieś powiesić kurtkę?
Lernen beginnen
Moet ik mijn jas ergens ophangen?
Ja, aan de kapstok daar. | Nee hoor, u mag hem bij u houden.
ophangen
Is er iemand ___ om me te knippen?
Czy jest ktoś wolny, żeby mnie ostrzyc?
Lernen beginnen
Is er iemand vrij om me te knippen?
Ja, ik kan u zo helpen. | Nee, de eerstvolgende plek is vanmiddag.
vrij
Waar kan ik mijn spullen ___?
Gdzie mogę położyć swoje rzeczy?
Lernen beginnen
Waar kan ik mijn spullen neerleggen?
Op de stoel naast u. | U mag ze ook bij u houden.
neerleggen
Hoe wilt u het ___ hebben?
Jak chciałby pan być ostrzyżony?
Lernen beginnen
Hoe wilt u het geknipt hebben?
Aan de zijkanten kort, bovenop iets langer. | Alleen de puntjes eraf, graag.
geknipt
Mag er een stukje ___?
Czy można trochę skrócić?
Lernen beginnen
Mag er een stukje af?
Ja, ongeveer twee centimeter. | Liever niet te veel.
af
Hoe kort mogen de ___?
Jak krótko ściąć boki?
Lernen beginnen
Hoe kort mogen de zijkanten?
Met de tondeuse op drie. | Niet te kort, liever met de schaar.
zijkanten
Wilt u het bovenop iets ___ houden?
Czy chce pan zostawić włosy na górze trochę dłuższe?
Lernen beginnen
Wilt u het bovenop iets langer houden?
Ja, graag wat langer. | Nee, het mag overal kort.
langer
Met de schaar of met de ___?
Nożyczkami czy maszynką?
Lernen beginnen
Met de schaar of met de tondeuse?
Graag met de schaar. | Met de tondeuse is prima.
tondeuse
Mag ik uw haar even ___?
Czy mogę lekko zmoczyć panu włosy?
Lernen beginnen
Mag ik uw haar even natmaken?
Ja hoor, natuurlijk. | Liever droog knippen, als dat kan.
natmaken
Hoe draagt u uw haar ___?
Jak zazwyczaj układa pan włosy?
Lernen beginnen
Hoe draagt u uw haar normaal?
Meestal naar rechts. | Ik doe er eigenlijk weinig mee.
normaal
Hebt u een foto als ___?
Czy ma pan zdjęcie jako przykład?
Lernen beginnen
Hebt u een foto als voorbeeld?
Ja, ik laat hem even zien. | Nee, maar ik kan het uitleggen.
voorbeeld
Wilt u het in ___ laten knippen?
Czy chce pan włosy ścięte warstwowo?
Lernen beginnen
Wilt u het in laagjes laten knippen?
Ja, graag wat meer volume. | Nee, liever op één lengte.
laagjes
Zal ik de puntjes even ___?
Czy mam lekko podciąć końcówki?
Lernen beginnen
Zal ik de puntjes even bijknippen?
Ja, graag een klein stukje. | Nee, er mag best meer af.
bijknippen
Moet het vooraan wat ___?
Czy z przodu ma być trochę krócej?
Lernen beginnen
Moet het vooraan wat korter?
Ja, tot boven mijn wenkbrauwen. | Nee, laat de voorkant zo.
korter
Wilt u de achterkant mooi ___?
Czy chce pan ładnie zaokrąglony tył?
Lernen beginnen
Wilt u de achterkant mooi afgerond?
Ja, graag netjes rond. | Nee, liever recht.
afgerond
Wilt u de scheiding aan de ___?
Czy chce pan przedziałek z boku?
Lernen beginnen
Wilt u de scheiding aan de zijkant?
Ja, rechts graag. | Nee, ik draag het liever naar achteren.
zijkant
Mag ik de nek ___?
Czy mogę wygolić włosy na karku?
Lernen beginnen
Mag ik de nek uitscheren?
Ja, graag netjes. | Nee, alleen met de schaar bijwerken.
uitscheren
Wilt u een ___ aan de zijkanten?
Czy chce pan stopniowe przejście długości na bokach?
Lernen beginnen
Wilt u een overloop aan de zijkanten?
Ja, graag geleidelijk. | Nee, liever overal één lengte.
overloop
Wilt u de zijkanten ___ hebben?
Czy chce pan wygolone boki?
Lernen beginnen
Wilt u de zijkanten opgeschoren hebben?
Ja, maar niet te hoog. | Nee, liever niet opgeschoren.
opgeschoren
Is dit de goede ___?
Czy to odpowiednia długość?
Lernen beginnen
Is dit de goede lengte?
Ja, zo is het perfect. | Het mag nog iets korter.
lengte
Zal ik het aan deze kant wat ___?
Czy mam trochę poprawić z tej strony?
Lernen beginnen
Zal ik het aan deze kant wat bijwerken?
Ja, deze kant is nog wat langer. | Nee, zo ziet het er goed uit.
bijwerken
Wilt u uw haar wat ___?
Czy chce pan trochę przerzedzić włosy?
Lernen beginnen
Wilt u uw haar wat uitdunnen?
Ja, het is behoorlijk dik. | Nee, ik wil het volume behouden.
uitdunnen
Blijft uw haar bij de ___ vaak overeind staan?
Czy włosy na czubku głowy często panu odstają?
Lernen beginnen
Blijft uw haar bij de kruin vaak overeind staan?
Ja, vooral als mijn haar kort is. | Nee, niet echt.
kruin
Moet ik rekening houden met uw ___?
Czy mam uwzględnić pana okulary przy strzyżeniu?
Lernen beginnen
Moet ik rekening houden met uw bril?
Ja, aan de zijkanten graag wat ruimte. | Nee hoor, dat hoeft niet.
bril
Wilt u dat ik de ___ strak maak?
Czy chce pan wyraźnie wyrównane kontury fryzury?
Lernen beginnen
Wilt u dat ik de contouren strak maak?
Ja, graag langs de oren. | Nee, liever wat natuurlijker.
contouren
Zal ik het ook rond uw ___ bijwerken?
Czy mam też podciąć włosy przy uszach?
Lernen beginnen
Zal ik het ook rond uw oren bijwerken?
Ja, graag netjes vrij. | Nee, laat het daar wat langer.
oren
Zal ik de achterkant even in de spiegel ___ zien?
Czy pokazać panu tył fryzury w lustrze?
Lernen beginnen
Zal ik de achterkant even in de spiegel laten zien?
Ja, graag, dan kan ik kijken. | Nee hoor, ik vertrouw erop.
laten
Wilt u de baard ook laten ___?
Czy chce pan też przyciąć brodę?
Lernen beginnen
Wilt u de baard ook laten bijwerken?
Ja, graag een beetje korter. | Nee, alleen mijn haar vandaag.
bijwerken
Hoe kort wilt u uw baard laten ___?
Jak krótko chce pan przyciąć brodę?
Lernen beginnen
Hoe kort wilt u uw baard laten trimmen?
Op ongeveer vijf millimeter. | Zo kort mogelijk, alsjeblieft.
trimmen
Mag ik uw ___ ook inkorten?
Czy mogę również skrócić panu wąsy?
Lernen beginnen
Mag ik uw snor ook inkorten?
Ja, graag een beetje. | Nee, die laat ik zo.
snor
Zal ik de ___ gelijkmaken?
Czy mam wyrównać baki?
Lernen beginnen
Zal ik de bakkebaarden gelijkmaken?
Ja, graag op dezelfde hoogte. | Nee, laat die maar zoals ze zijn.
bakkebaarden
Zal ik uw haar eerst ___?
Czy najpierw umyć panu włosy?
Lernen beginnen
Zal ik uw haar eerst wassen?
Ja, graag. | Nee, dat hoeft niet.
wassen
Is de ___ van het water zo goed?
Czy temperatura wody jest odpowiednia?
Lernen beginnen
Is de temperatuur van het water zo goed?
Ja, prima zo. | Het mag iets koeler.
temperatuur
Wilt u uw haar ook laten ___?
Czy chce pan również wysuszyć i wymodelować włosy suszarką?
Lernen beginnen
Wilt u uw haar ook laten föhnen?
Ja, graag wat volume. | Nee, ik laat het zelf drogen.
föhnen
Zal ik er wat ___ in doen?
Czy nałożyć trochę żelu na włosy?
Lernen beginnen
Zal ik er wat gel in doen?
Ja, een klein beetje. | Nee, liever niets erin.
gel
Gebruikt u thuis een bepaald ___?
Czy używa pan w domu jakiegoś konkretnego produktu?
Lernen beginnen
Gebruikt u thuis een bepaald product?
Ja, meestal wax. | Nee, ik gebruik eigenlijk niets.
product
Wilt u uw haar laten ___?
Czy chce pan farbować włosy?
Lernen beginnen
Wilt u uw haar laten verven?
Ja, iets donkerder graag. | Nee, alleen knippen.
verven
Wilt u de uitgroei laten ___?
Czy chce pan odświeżyć kolor odrostów?
Lernen beginnen
Wilt u de uitgroei laten bijwerken?
Ja, alleen de aanzet graag. | Nee, vandaag niet.
bijwerken
Hebt u een gevoelige ___?
Czy ma pan wrażliwą skórę głowy?
Lernen beginnen
Hebt u een gevoelige hoofdhuid?
Ja, ik krijg snel jeuk. | Nee, daar heb ik geen last van.
hoofdhuid
Zal ik het haar achterover ___?
Czy mam zaczesać włosy do tyłu?
Lernen beginnen
Zal ik het haar achterover kammen?
Ja, dat staat mooi. | Nee, liever met een scheiding.
kammen
Is uw huid gevoelig voor ___?
Czy pana skóra jest wrażliwa na piankę do golenia?
Lernen beginnen
Is uw huid gevoelig voor scheerschuim?
Ja, ik krijg er snel uitslag van. | Nee, daar kan ik prima tegen.
scheerschuim
Bent u tevreden met het ___?
Czy jest pan zadowolony z efektu?
Lernen beginnen
Bent u tevreden met het resultaat?
Ja, precies wat ik wilde. | Het mag nog iets korter aan de zijkant.
resultaat
Zal ik nog iets ___?
Czy mam jeszcze coś poprawić?
Lernen beginnen
Zal ik nog iets aanpassen?
Ja, de voorkant graag iets korter. | Nee hoor, het is goed zo.
aanpassen
Zal ik de losse haartjes even ___?
Czy mam zdmuchnąć drobne włoski po strzyżeniu?
Lernen beginnen
Zal ik de losse haartjes even wegblazen?
Ja, graag. | Nee hoor, hoeft niet.
wegblazen
Moet ik mijn haar op een bepaalde manier ___?
Czy muszę w jakiś szczególny sposób układać włosy?
Lernen beginnen
Moet ik mijn haar op een bepaalde manier stylen?
Een beetje wax is genoeg. | Nee, het valt vanzelf goed.
stylen
Hoeveel kost een gewone ___?
Ile kosztuje zwykłe strzyżenie?
Lernen beginnen
Hoeveel kost een gewone knipbeurt?
Dat is vijfentwintig euro. | Met wassen erbij is het dertig euro.
knipbeurt
Kan ik hier met pin ___?
Czy mogę tutaj zapłacić kartą?
Lernen beginnen
Kan ik hier met pin betalen?
Ja, dat kan. | Nee, alleen contant.
betalen
Wilt u een ___ mee?
Czy chce pan paragon?
Lernen beginnen
Wilt u een bonnetje mee?
Ja, graag. | Nee hoor, hoeft niet.
bonnetje
Kan ik alvast een nieuwe afspraak ___?
Czy mogę od razu umówić kolejną wizytę?
Lernen beginnen
Kan ik alvast een nieuwe afspraak inplannen?
Natuurlijk, welke dag past u? | Ik weet mijn beschikbaarheid nog niet.
inplannen
Mag ik weten wie mij heeft ___?
Czy mogę zapytać, kto mnie strzygł?
Lernen beginnen
Mag ik weten wie mij heeft geknipt?
Dat was mijn collega Eva. | Ik kijk het even voor u na.
geknipt
Komt u over zes weken weer ___?
Czy wróci pan za sześć tygodni?
Lernen beginnen
Komt u over zes weken weer terug?
Ja, graag rond dezelfde tijd. | Ik maak zelf wel een afspraak.
terug
Kan deze broek korter worden ___?
Czy można skrócić te spodnie?
Lernen beginnen
Kan deze broek korter worden gemaakt?
Ja, een paar centimeter kan prima. | Nee, door de rits wordt het lastig.
gemaakt
Kunt u de ___ van deze broek aanpassen?
Czy może pan poprawić podwinięcie nogawki?
Lernen beginnen
Kunt u de zoom van deze broek aanpassen?
Ja, dat doen we hier. | Nee, daarvoor moet u naar een kleermaker.
zoom
Moet ik deze jas eerst ___?
Czy mam najpierw przymierzyć tę marynarkę?
Lernen beginnen
Moet ik deze jas eerst passen?
Ja, dan kan ik hem afspelden. | Nee, de maten zijn voldoende.
passen
Wanneer kan ik de kleding ___?
Kiedy mogę odebrać ubrania?
Lernen beginnen
Wanneer kan ik de kleding ophalen?
Vrijdag na twaalf uur. | Het is nog niet klaar, probeer morgen.
ophalen
Kunt u deze vlek ___?
Czy może pan usunąć tę plamę?
Lernen beginnen
Kunt u deze vlek verwijderen?
We kunnen het proberen. | Nee, deze stof is te kwetsbaar.
verwijderen
Moet dit kledingstuk naar de ___?
Czy tę część garderoby trzeba oddać do pralni chemicznej?
Lernen beginnen
Moet dit kledingstuk naar de stomerij?
Ja, het mag niet in de wasmachine. | Nee hoor, u kunt het thuis wassen.
stomerij
Kunt u deze schoenen ___?
Czy może pan naprawić te buty?
Lernen beginnen
Kunt u deze schoenen repareren?
Ja, de hak kan ik vervangen. | Nee, de zool is te ver versleten.
repareren
Hoe lang duurt het om deze hakken te ___?
Ile trwa wymiana tych obcasów?
Lernen beginnen
Hoe lang duurt het om deze hakken te vervangen?
Ongeveer twee dagen. | Ik kan het meteen doen.
vervangen
Kunt u deze sleutel ___?
Czy może pan dorobić taki klucz?
Lernen beginnen
Kunt u deze sleutel namaken?
Ja, ik heb het juiste model. | Nee, daar heb ik toestemming voor nodig.
namaken
Werkt deze sleutel op dit ___?
Czy ten klucz pasuje do tego zamka?
Lernen beginnen
Werkt deze sleutel op dit slot?
Ja, dat is het juiste type. | Nee, hiervoor hebt u een andere sleutel nodig.
slot
Kan ik een foto hier laten ___?
Czy mogę tutaj wydrukować zdjęcie?
Lernen beginnen
Kan ik een foto hier laten afdrukken?
Ja, u kunt het mailen. | Nee, wij printen alleen documenten.
afdrukken
Kan ik deze documenten laten ___?
Czy mogę zlecić oprawienie tych dokumentów?
Lernen beginnen
Kan ik deze documenten laten inbinden?
Ja, met een spiraalband. | Nee, we kunnen ze alleen nieten.
inbinden
Kunt u me helpen met het ___ van dit apparaat?
Czy może mi pan pomóc skonfigurować to urządzenie?
Lernen beginnen
Kunt u me helpen met het instellen van dit apparaat?
Ja, geeft u het maar even. | Sorry, die service bieden we niet aan.
instellen
Is er een ___ bij dit apparaat?
Czy do tego urządzenia jest instrukcja obsługi?
Lernen beginnen
Is er een handleiding bij dit apparaat?
Ja, die zit in de doos. | Nee, die staat online.
handleiding
Moet ik vooraf iets ___?
Czy muszę zapłacić jakąś zaliczkę?
Lernen beginnen
Moet ik vooraf iets aanbetalen?
Ja, een klein voorschot. | Nee, u betaalt na afloop.
aanbetalen
Hoe lang duurt de ___ ongeveer?
Jak długo mniej więcej trwa zabieg?
Lernen beginnen
Hoe lang duurt de behandeling ongeveer?
Ongeveer drie kwartier. | Dat hangt af van wat u kiest.
behandeling
Wilt u dat ik iets zachter ___?
Czy chce pan, żebym trochę lżej uciskał?
Lernen beginnen
Wilt u dat ik iets zachter druk?
Ja, graag iets zachter. | Nee hoor, deze druk is prima.
druk
Mag ik mijn spullen hier ___?
Czy mogę zostawić tutaj swoje rzeczy?
Lernen beginnen
Mag ik mijn spullen hier achterlaten?
Ja, in het kluisje. | Liever niet, neem waardevolle spullen mee.
achterlaten
Hebt u een ___ voor deze reparatie?
Czy ma pan wycenę tej naprawy?
Lernen beginnen
Hebt u een prijsopgave voor deze reparatie?
Ja, ik stuur u een overzicht. | Nog niet, we moeten het eerst bekijken.
prijsopgave
Kan ik mijn afspraak kosteloos ___?
Czy mogę bezpłatnie odwołać wizytę?
Lernen beginnen
Kan ik mijn afspraak kosteloos annuleren?
Ja, tot vierentwintig uur van tevoren. | Nee, hiervoor rekenen we annuleringskosten.
annuleren

Sie müssen eingeloggt sein, um einen Kommentar zu schreiben.