|
Frage |
Antworten |
Ik wil graag een ___ maken bij de huisarts. Chciałbym umówić wizytę u lekarza rodzinnego. Lernen beginnen
|
|
Ik wil graag een afspraak maken bij de huisarts. Natuurlijk, waar heeft u last van? | U bent hier nog niet ingeschreven. Ik kijk even wat mogelijk is.
|
|
|
Kan ik vandaag nog bij de huisarts ___? Czy mogę jeszcze dziś dostać się do lekarza rodzinnego? Lernen beginnen
|
|
Kan ik vandaag nog bij de huisarts terecht? Ja, er is om drie uur nog een plek. | Er is geen plek meer. Wat zijn uw klachten? Dan overleg ik met de huisarts.
|
|
|
Bent u bij deze praktijk ___? Czy jest pan zapisany do tej przychodni? Lernen beginnen
|
|
Bent u bij deze praktijk ingeschreven? Ja, ik ben hier al een paar jaar patiënt. | Nee, ik ben net verhuisd en zoek een huisarts.
|
|
|
Belt u voor ___ of voor iemand anders? Dzwoni pan we własnej sprawie czy w sprawie kogoś innego? Lernen beginnen
|
|
Belt u voor uzelf of voor iemand anders? Ik bel voor mezelf. | Ik bel voor mijn partner.
|
|
|
Wat is de ___ van uw bezoek? Jaki jest powód pana wizyty? Lernen beginnen
|
|
Wat is de reden van uw bezoek? Ik heb al drie dagen buikpijn. | Ik kom voor een controle.
|
|
|
Czy ma pan przy sobie dokument tożsamości? Lernen beginnen
|
|
Heeft u uw identiteitsbewijs bij u? Ja, hier is mijn identiteitsbewijs. | Nee, dat heb ik thuis laten liggen.
|
|
|
Bent u hier al ___ geweest? Czy był pan tu już wcześniej? Lernen beginnen
|
|
Bent u hier al eerder geweest? Ja, vorig jaar. | Nee, dit is mijn eerste bezoek.
|
|
|
Wilt u even in de ___ plaatsnemen? Czy zechce pan usiąść w poczekalni? Lernen beginnen
|
|
Wilt u even in de wachtkamer plaatsnemen? Ja hoor, ik ga daar zitten. | Ik blijf liever even staan, zitten doet pijn.
|
|
|
De huisarts loopt een beetje ___. Lekarz ma niewielkie opóźnienie. Lernen beginnen
|
|
De huisarts loopt een beetje uit. Geen probleem, ik wacht wel. | Hoe lang duurt het ongeveer? Ik moet straks weg.
|
|
|
Heeft u hulp nodig bij het ___ van dit formulier? Czy potrzebuje pan pomocy przy wypełnianiu tego formularza? Lernen beginnen
|
|
Heeft u hulp nodig bij het invullen van dit formulier? Ja graag, ik begrijp niet alle vragen. | Nee bedankt, het lukt wel.
|
|
|
|
Lernen beginnen
|
|
Ik heb pijn in mijn onderrug. | Ik ben al een paar dagen misselijk.
|
|
|
Sinds wanneer heeft u deze ___? Od kiedy ma pan te dolegliwości? Lernen beginnen
|
|
Sinds wanneer heeft u deze klachten? Sinds gisteravond. | Al ongeveer drie weken.
|
|
|
Gdzie dokładnie pana boli? Lernen beginnen
|
|
Waar zit de pijn precies? Rechts in mijn buik. | In mijn nek, vooral aan de linkerkant.
|
|
|
Wat voor ___ pijn is het? Lernen beginnen
|
|
Wat voor soort pijn is het? Het is een stekende pijn. | Het voelt meer als een zeurende pijn.
|
|
|
Heeft u er de hele ___ last van? Czy odczuwa pan te dolegliwości przez cały czas? Lernen beginnen
|
|
Heeft u er de hele tijd last van? Ja, het is er de hele dag. | Nee, het komt en gaat.
|
|
|
Wanneer wordt de pijn ___? Lernen beginnen
|
|
Wanneer wordt de pijn erger? Vooral als ik beweeg. | Vooral 's nachts, als ik lig.
|
|
|
Czy miał pan to już wcześniej? Lernen beginnen
|
|
Heeft u dit eerder gehad? Ja, een paar maanden geleden. | Nee, dit is de eerste keer.
|
|
|
Wordt het ___ of juist erger? Czy jest lepiej, czy raczej gorzej? Lernen beginnen
|
|
Wordt het beter of juist erger? Het gaat langzaam beter. | Het wordt juist steeds erger.
|
|
|
Hoe erg is de pijn op een ___ van nul tot tien? Jak silny jest ból w skali od zera do dziesięciu? Lernen beginnen
|
|
Hoe erg is de pijn op een schaal van nul tot tien? Ongeveer een drie. | Het is nu een acht.
|
|
|
|
Lernen beginnen
|
|
Ja, sinds gisteravond. | Nee, ik heb geen koorts.
|
|
|
|
Lernen beginnen
|
|
Ja, vooral 's nachts. | Nee, ik hoest niet.
|
|
|
|
Lernen beginnen
|
|
Ja, vooral bij het slikken. | Nee, mijn keel doet geen pijn.
|
|
|
|
Lernen beginnen
|
|
Ja, ik heb moeite met ademhalen. | Nee, ik kan gewoon ademhalen.
|
|
|
Czy kręci się panu w głowie? Lernen beginnen
|
|
Ja, vooral als ik opsta. | Nee, daar heb ik geen last van.
|
|
|
|
Lernen beginnen
|
|
Ja, en ik heb ook overgegeven. | Nee, ik ben niet misselijk.
|
|
|
|
Lernen beginnen
|
|
Heeft u last van diarree? Ja, sinds vanochtend. | Nee, ik heb geen diarree.
|
|
|
Doet het pijn bij het ___? Czy odczuwa pan ból przy oddawaniu moczu? Lernen beginnen
|
|
Doet het pijn bij het plassen? Ja, het brandt. | Nee, plassen doet geen pijn.
|
|
|
Czy odczuwa pan swędzenie? Lernen beginnen
|
|
Ja, vooral op mijn armen. | Nee, het jeukt niet.
|
|
|
Hoe ___ u de laatste tijd? Lernen beginnen
|
|
Hoe slaapt u de laatste tijd? Ik slaap goed en word uitgerust wakker. | Ik kan moeilijk in slaap vallen en word vaak wakker.
|
|
|
Heeft u veel last van ___? Czy mocno odczuwa pan stres? Lernen beginnen
|
|
Heeft u veel last van stress? Ja, ik voel me de laatste tijd erg gespannen. | Nee, eigenlijk niet.
|
|
|
Czy często czuje się pan przygnębiony? Lernen beginnen
|
|
Voelt u zich vaak somber? Ja, ik voel me de laatste tijd vaak somber. | Nee, eigenlijk niet.
|
|
|
Heeft u zich ergens aan ___? Czy uderzył się pan o coś? Lernen beginnen
|
|
Heeft u zich ergens aan gestoten? Ja, ik ben tegen een tafel gelopen. | Nee, ik heb me niet gestoten.
|
|
|
Czy może pan swobodnie poruszać ręką? Lernen beginnen
|
|
Kunt u uw arm goed bewegen? Ja, dat gaat zonder pijn. | Nee, ik krijg hem bijna niet omhoog.
|
|
|
Czego już pan próbował, żeby sobie pomóc? Lernen beginnen
|
|
Wat heeft u zelf al geprobeerd? Ik heb wat rust genomen. | Nog niets, ik wilde het eerst met u bespreken.
|
|
|
Is er ___ nog iets waar u last van heeft? Czy dolega panu jeszcze coś innego? Lernen beginnen
|
|
Is er verder nog iets waar u last van heeft? Ja, ik ben ook erg moe. | Nee, verder niet.
|
|
|
Gebruikt u op dit moment ___? Czy przyjmuje pan obecnie jakieś leki? Lernen beginnen
|
|
Gebruikt u op dit moment medicijnen? Ja, ik heb een lijstje meegenomen. | Nee, ik gebruik geen medicijnen.
|
|
|
Heeft u ook iets zonder ___ gebruikt? Czy stosował pan również coś bez recepty? Lernen beginnen
|
|
Heeft u ook iets zonder recept gebruikt? Ja, ik heb iets bij de drogist gekocht. | Nee, alleen wat mijn arts heeft voorgeschreven.
|
|
|
Czy jest pan na coś uczulony? Lernen beginnen
|
|
Bent u ergens allergisch voor? Ja, voor penicilline. | Nee, niet voor zover ik weet.
|
|
|
Bent u onlangs in het ___ geweest? Czy był pan ostatnio za granicą? Lernen beginnen
|
|
Bent u onlangs in het buitenland geweest? Ja, ik ben vorige week teruggekomen uit Spanje. | Nee, ik ben de afgelopen maanden niet weg geweest.
|
|
|
|
Lernen beginnen
|
|
Ja, af en toe. | Nee, ik drink geen alcohol.
|
|
|
|
Lernen beginnen
|
|
Ja, maar ik wil ermee stoppen. | Nee, ik rook niet.
|
|
|
Czy mogę zbadać pana brzuch? Lernen beginnen
|
|
Mag ik uw buik even onderzoeken? Ja hoor, dat is goed. | Liever nog niet. Kunt u eerst uitleggen wat u gaat doen?
|
|
|
Czy może pan podwinąć rękaw? Lernen beginnen
|
|
Kunt u uw mouw even opstropen? Ja hoor, zo? | Nee, deze mouw zit te strak. Zal ik mijn trui uitdoen?
|
|
|
Proszę spokojnie wdychać i wydychać powietrze. Lernen beginnen
|
|
Zo goed? | Dat lukt niet goed, ik ben benauwd.
|
|
|
Doet het pijn als ik hier ___? Czy boli, kiedy naciskam tutaj? Lernen beginnen
|
|
Doet het pijn als ik hier druk? Ja, precies daar. | Nee, op die plek niet.
|
|
|
Czy może pan otworzyć usta? Lernen beginnen
|
|
Kunt u uw mond even opendoen? Ja hoor. | Nee, dat doet te veel pijn.
|
|
|
Ik vind dit onderzoek best ___. Trochę stresuję się tym badaniem. Lernen beginnen
|
|
Ik vind dit onderzoek best spannend. Dat begrijp ik. Ik leg eerst uit wat er gaat gebeuren. | Wat vindt u er vooral spannend aan?
|
|
|
Kunt u uitleggen wat u met die term ___? Czy może pan wyjaśnić, co ma na myśli, używając tego terminu? Lernen beginnen
|
|
Kunt u uitleggen wat u met die term bedoelt? Ja, ik zal het met een voorbeeld uitleggen. | Dat weet ik niet precies. Ik vraag de arts om het uit te leggen.
|
|
|
Kunt u het advies voor mij ___? Czy może pan zapisać mi te zalecenia? Lernen beginnen
|
|
Kunt u het advies voor mij opschrijven? Ja, ik schrijf de belangrijkste punten voor u op. | Ik kan het nu niet meegeven, maar ik stuur u straks een bericht.
|
|
|
Kunt u in uw eigen woorden vertellen wat we hebben ___? Czy może pan własnymi słowami powiedzieć, co ustaliliśmy? Lernen beginnen
|
|
Kunt u in uw eigen woorden vertellen wat we hebben afgesproken? Ja, ik maak een afspraak voor het onderzoek. | Nog niet helemaal. Kunt u het nog een keer uitleggen?
|
|
|
Czy potrzebuję skierowania? Lernen beginnen
|
|
Heb ik een verwijzing nodig? Ja, daarvoor is een verwijzing nodig. | Nee, daarvoor kunt u zelf een afspraak maken.
|
|
|
Waar kan ik bloed laten ___? Gdzie mogę wykonać pobranie krwi? Lernen beginnen
|
|
Waar kan ik bloed laten prikken? Hier in de praktijk, op afspraak. | Bij het prikpunt in het ziekenhuis.
|
|
|
Moet ik ___ zijn voor dit onderzoek? Czy muszę być na czczo przed tym badaniem? Lernen beginnen
|
|
Moet ik nuchter zijn voor dit onderzoek? Ja, voor dit onderzoek wel. Ik geef u de precieze instructies. | Nee, voor dit onderzoek hoeft dat niet.
|
|
|
Hoe krijg ik de ___ van het onderzoek? Jak otrzymam wynik badania? Lernen beginnen
|
|
Hoe krijg ik de uitslag van het onderzoek? De huisarts belt u zodra de uitslag binnen is. | U kunt de uitslag in uw patiëntenportaal bekijken.
|
|
|
Moet ik terugkomen voor ___? Czy muszę przyjść ponownie na kontrolę? Lernen beginnen
|
|
Moet ik terugkomen voor controle? Ja, we plannen een controleafspraak. | Nee, een controle is nu niet nodig.
|
|
|
Wat moet ik doen als de ___ erger worden? Co mam zrobić, jeśli dolegliwości się nasilą? Lernen beginnen
|
|
Wat moet ik doen als de klachten erger worden? Dan wil ik dat u opnieuw contact met ons opneemt. | Ik schrijf voor u op wanneer u direct moet bellen.
|
|
|
Ik ben bang dat het iets ___ is. Boję się, że to coś poważnego. Lernen beginnen
|
|
Ik ben bang dat het iets ernstigs is. Ik begrijp dat u zich zorgen maakt. | Kunt u vertellen waar u precies bang voor bent?
|
|
|
Ik heb nog een vraag over de ___. Mam jeszcze pytanie o leczenie. Lernen beginnen
|
|
Ik heb nog een vraag over de behandeling. Natuurlijk, wat wilt u weten? | Daar maken we een aparte afspraak voor, zodat we genoeg tijd hebben.
|
|
|
Kan ik een ___ aanvragen? Czy mogę poprosić o ponowne wystawienie recepty? Lernen beginnen
|
|
Kan ik een herhaalrecept aanvragen? Ja, ik geef uw verzoek door aan de huisarts. | Niet meteen, de huisarts wil eerst met u overleggen.
|
|
|
Moet ik hiervoor naar een ___? Czy muszę z tym pójść do specjalisty? Lernen beginnen
|
|
Moet ik hiervoor naar een specialist? Ja, ik bespreek de verwijzing met u. | Nee, dit kunnen we hier verder onderzoeken.
|
|
|
Ik kom mijn medicijnen ___. Przyszedłem odebrać leki. Lernen beginnen
|
|
Ik kom mijn medicijnen ophalen. Op welke naam staan ze? | Ze zijn nog niet klaar. Ik kijk hoe lang het duurt.
|
|
|
Heeft u een bericht gehad dat uw medicijnen ___? Czy otrzymał pan wiadomość, że leki są gotowe do odbioru? Lernen beginnen
|
|
Heeft u een bericht gehad dat uw medicijnen klaarliggen? Ja, ik heb een berichtje gekregen. | Nee, ik kwam even vragen of ze er al zijn.
|
|
|
Is dit de ___ keer dat u dit medicijn gebruikt? Czy stosuje pan ten lek po raz pierwszy? Lernen beginnen
|
|
Is dit de eerste keer dat u dit medicijn gebruikt? Ja, ik heb het nog nooit gebruikt. | Nee, ik gebruik het al langer.
|
|
|
Heeft u nog ___ medicijnen in huis? Czy ma pan jeszcze w domu wystarczająco dużo leków? Lernen beginnen
|
|
Heeft u nog voldoende medicijnen in huis? Ja, genoeg voor de komende week. | Nee, ik heb alleen nog voor vandaag.
|
|
|
Heeft u dit middel op ___? Czy ma pan ten preparat na stanie? Lernen beginnen
|
|
Heeft u dit middel op voorraad? Ja, ik pak het even voor u. | Nee, ik kijk of we het kunnen bestellen.
|
|
|
Wanneer kan ik de medicijnen ___? Lernen beginnen
|
|
Wanneer kan ik de medicijnen ophalen? Vanmiddag na drie uur. | Dat weten we nog niet. We sturen u een bericht zodra ze binnen zijn.
|
|
|
Hoe moet ik dit medicijn ___? Jak mam przyjmować ten lek? Lernen beginnen
|
|
Hoe moet ik dit medicijn innemen? Ik leg u uit hoe u het gebruikt. | Laten we samen de aanwijzingen op het etiket doornemen.
|
|
|
Hoe vaak moet ik dit per dag ___? Ile razy dziennie mam to stosować? Lernen beginnen
|
|
Hoe vaak moet ik dit per dag gebruiken? Ik zoek de dosering voor u op. | Dat staat op het etiket. Ik wijs het u even aan.
|
|
|
Hoe lang moet ik hiermee ___? Jak długo mam to jeszcze stosować? Lernen beginnen
|
|
Hoe lang moet ik hiermee doorgaan? Ik kijk welke gebruiksduur uw arts heeft afgesproken. | De duur is nog niet duidelijk. Ik overleg met uw arts.
|
|
|
Kunt u de ___ met mij doornemen? Czy może pan omówić ze mną ulotkę leku? Lernen beginnen
|
|
Kunt u de bijsluiter met mij doornemen? Ja, welk deel is niet duidelijk? | Niet meteen, maar de apotheker kan u zo helpen.
|
|
|
Welke ___ kan dit medicijn hebben? Jakie skutki uboczne może mieć ten lek? Lernen beginnen
|
|
Welke bijwerkingen kan dit medicijn hebben? Ik leg u de belangrijkste bijwerkingen uit. | Ik vraag de apotheker om dat met u te bespreken.
|
|
|
Czy odczuwa pan skutki uboczne? Lernen beginnen
|
|
Heeft u last van bijwerkingen? Ja, ik ben duizelig sinds ik ermee ben begonnen. | Nee, tot nu toe heb ik nergens last van.
|
|
|
Kan dit ___ met mijn andere medicijnen? Czy mogę stosować to razem z moimi innymi lekami? Lernen beginnen
|
|
Kan dit samen met mijn andere medicijnen? Ja, ik heb het gecontroleerd: deze middelen kunnen samen. | Nee, deze combinatie is niet geschikt. Ik overleg met uw arts.
|
|
|
Ik ben ___ mijn medicijn in te nemen. Lernen beginnen
|
|
Ik ben vergeten mijn medicijn in te nemen. Welk medicijn is het en wanneer had u het moeten innemen? | Ik vraag de apotheker wat u nu moet doen.
|
|
|
Ik heb moeite met het ___ van tabletten. Mam trudności z połykaniem tabletek. Lernen beginnen
|
|
Ik heb moeite met het slikken van tabletten. Ik kijk of er een andere vorm beschikbaar is. | Zijn het alle tabletten of alleen deze?
|
|
|
Heeft u ___ gekregen over het gebruik? Czy wyjaśniono panu, jak to stosować? Lernen beginnen
|
|
Heeft u uitleg gekregen over het gebruik? Ja, het is me duidelijk. | Nee, kunt u het voordoen?
|
|
|
Kunt u het gebruik nog een keer ___? Czy może pan jeszcze raz pokazać, jak tego używać? Lernen beginnen
|
|
Kunt u het gebruik nog een keer voordoen? Ja, kijkt u maar even mee. | Niet meteen, maar ik haal iemand die het kan laten zien.
|
|
|
Is dit medicijn zonder recept ___? Czy ten lek jest dostępny bez recepty? Lernen beginnen
|
|
Is dit medicijn zonder recept verkrijgbaar? Ja, voor dit middel heeft u geen recept nodig. | Nee, hiervoor heeft u een recept van uw arts nodig.
|
|
|
Moet ik hiervoor zelf ___? Czy muszę za to zapłacić z własnej kieszeni? Lernen beginnen
|
|
Moet ik hiervoor zelf betalen? Ja, u moet hiervoor zelf betalen. | Nee, u hoeft nu niets af te rekenen.
|
|
|
Kan ik deze oude medicijnen hier ___? Czy mogę tutaj oddać te stare leki? Lernen beginnen
|
|
Kan ik deze oude medicijnen hier inleveren? Ja, ik neem ze van u aan. | Niet aan deze balie. Ik wijs u waar u ze kunt inleveren.
|
|
|