aktualne

 0    107 Datenblatt    Martai Roman
mp3 downloaden Drucken spielen überprüfen
 
Frage Antworten
Czy mogę dzisiaj po południu wczesniej do domu?
Lernen beginnen
Mag ik vanmiddag eerder nar huis
Czy jutro mogę wrócić do domu o 14:00?
Lernen beginnen
mag ik morgen om 2:00 uur naar huis?
Stawiam wino
Lernen beginnen
Ik trakteer op wijn.
Wychodzę na zewnątrz / na dwór
Lernen beginnen
Ik ga naar buiten
Jest awaria
Lernen beginnen
Er is een storing.
Wychodzę z mężem(na impreze)
Lernen beginnen
Ik ga op stap met man
Mój telewizor jest zepsuty
Lernen beginnen
Mijn TV is kapot
zepsute 👎
Lernen beginnen
Hij doet het niet 👎
Telewizor jest zepsuty
Lernen beginnen
TV is stuk
To się psuje
Lernen beginnen
Dat gaat kapot
To się psuje
Lernen beginnen
Dat gaat stuk
Potrzebuję więcej osób
Lernen beginnen
Ik heb meer person nodig
wcześniej
Lernen beginnen
eerder
Mogę wrócić do domu wcześniej
Lernen beginnen
Ik kan eerder naar huis
często
Lernen beginnen
vaak
nigdy
Lernen beginnen
nooit
czasami
Lernen beginnen
soms
rzadko
Lernen beginnen
zelden
zawsze
Lernen beginnen
altijd
tam
Lernen beginnen
daar
każdy
Lernen beginnen
elk
gdzie
Lernen beginnen
waar
nowy
Lernen beginnen
nieuw
Kiedy się urodziłeś?
Lernen beginnen
Wanier ben je geboren?
Urodziłem się 16 marca 1975 roku
Lernen beginnen
Ik ben geboren op 16 maart 1975
Jaka jest twoja data urodzenia?
Lernen beginnen
Wat is je geboortedatum
Moja data urodzenia to 16 marca 1975 r.
Lernen beginnen
Mijn geboortedatum is 16 maart 1975
Kiedy są twoje urodziny?
Lernen beginnen
Waanneer ben je jarig?
Moje urodziny są 16 marca
Lernen beginnen
Ik ben op 16 maart jarig
Tak, rzeczywiście
Lernen beginnen
Ja, inderdaad
właściwie
Lernen beginnen
eigenlijk
Welke dag is het vandaag eigenlijk?
Ile masz lat?
Lernen beginnen
Hoe oud ben je?
Mam 51 lat
Lernen beginnen
Ik ben 51 jaar oud
kiedy mnie odwiedzisz?
Lernen beginnen
wanneer kom je op bezoek bij mij?
Przyjdę do ciebie wkrótce
Lernen beginnen
Ik kom zo bij je langs
Z kim świętujesz urodziny?
Lernen beginnen
Met wie vier je jouw verjaardag
wpaśc z wizyta
Lernen beginnen
langskomen
rozmawiają ze sobą
Lernen beginnen
ze praaten met elkaar
Jeżdżę do Polski dwa razy w roku
Lernen beginnen
ik reis tweei kier per jaar naar Polen
Znam wiele słów w języku holenderskim
Lernen beginnen
ik ken veel woorden Nederland
miło cie poznać
Lernen beginnen
aangenaam
Miło mi cię poznać
Lernen beginnen
leuk je te ontmoeten
Mój najlepszy przyjaciel
Lernen beginnen
Mijn beste vriendin
Mój znajomy
Lernen beginnen
Mijn kennis
Mój kumpel
Lernen beginnen
Mijn maatje
Cóż za zbieg okoliczności
Lernen beginnen
Wat een toevall
Czy mógłbyś to powtórzyć?
Lernen beginnen
Kunt u dat herhalen?
Czy możesz mówić trochę wolniej?
Lernen beginnen
Kunt u wat langzamer praten
Przykro mi wracaj szybko do zdrowia
Lernen beginnen
wat vervelend, beterschap
gdzie idziesz
Lernen beginnen
waar ga je naartoe
Są radośni i szczęśliwi.
Lernen beginnen
Ze zijn vrolijk en gelukkig.
Jak długo trwa kurs?
Lernen beginnen
Hoelang duurt de cursus?
Ile to kosztuje
Lernen beginnen
Hoeveel kost het
jestem zawstydzony
Lernen beginnen
Ik schaam
Roman goli sie każdego dnia.
Lernen beginnen
Roman scheert zich elke dag.
czosnek
Lernen beginnen
Knoflook
Nigdy się nie mylę
Lernen beginnen
ik vergis me nooit
Często się nudzę
Lernen beginnen
ik verveel me vaak
Moi rodzice ingerują w moje życie prywatne
Lernen beginnen
mijn ouders bemoeien met mijn prieveleven
ubrałem się
Lernen beginnen
Ik kleed me aan
po pracy odpoczywam
Lernen beginnen
na het werk rust ik uit
Nigdy się nie mylę
Lernen beginnen
ik vergis me nooit
zaraz do ciebie wpadnę
Lernen beginnen
Ik kan zo bij langs
Co lubisz robić?
Lernen beginnen
Wat doe je graag
Uwielbiam czytać
Lernen beginnen
Ik hou van lezen
Uważam tę książkę za interesującą
Lernen beginnen
Ik vind de boek interessant
Jaka pravę wykonujesz?
Lernen beginnen
Wat doe je voor werk
Jestem pracownikiem produkcyjnym
Lernen beginnen
ik ben productiemedwekwr
Pracuję w Grin Balans od 4 lat
Lernen beginnen
ik werk alle 4 jaar bij Grin Balans
Od 2022 roku pracuję jako pracownik produkcji
Lernen beginnen
sinds 2022 werk ik als productiemedweker
świetne, doskonale
Lernen beginnen
uitstekend
na miejscu czy na wynos
Lernen beginnen
hier opeten of meenemen
o której godzinie się umawiamy
Lernen beginnen
hoe laat spreken we af
Jak często sprzątasz swój dom?
Lernen beginnen
Hoe vaak maak je jouw huis schoon
Sprzątam codziennie
Lernen beginnen
Ik maak elke dag schoon
Zabiorę cię do Rzymu
Lernen beginnen
Ik neem je mee naar Rome
najpierw, na początku
Lernen beginnen
eerst
po tym, potem
Lernen beginnen
daarna
następnie
Lernen beginnen
vervolgens
najpierw wstaję
Lernen beginnen
eerst sta ik op
Potem robię kawę
Lernen beginnen
Daarna zet ik koffie
po czym, jem śniadanie
Lernen beginnen
Dan ontbijt ik
potem idę do pracy
Lernen beginnen
vervolgens ga ik naar het werk
Rzucam pracę
Lernen beginnen
Ik stop met mijn werk
Rzuciłem palenie
Lernen beginnen
Ik stop met roken
Robię piękne zdjęcia
Lernen beginnen
ik maak mooie foto
Tam i z powrotem
Lernen beginnen
Heen weer
zwalniam sie
Lernen beginnen
ik neem ontslag
kończę tu pracę
Lernen beginnen
ik stap hier met werken
Chcę zarabiać więcej
Lernen beginnen
Ik wil meer verdienen
Chciałbym podwyżkę
Lernen beginnen
Ik wil graag salarisverhoging
Jutro przeprowadzam się do Lejdy
Lernen beginnen
ik verghuis morgen naar Leiden
moja książka leży na stole
Lernen beginnen
mijn boek ligt op de tafel
Szukam nowej pracy
Lernen beginnen
Ik zoek een nieuwe werk
Potrafię pływać
Lernen beginnen
ik kan zwemmen
Znamy się z kursu języka holenderskiego
Lernen beginnen
ik ken elkaar van de cursus Nederlands
Rzucam pracę
Lernen beginnen
Ik stop met mijn werk
Używamy z met do czynności
Chcę zmienić pracę
Lernen beginnen
Ik wil van werk veranderen
przyjechać przylecieć przypłynąć
Lernen beginnen
aankomen
Dzisiaj przyjadę autobusem
Lernen beginnen
Ik kom vandaag met de bus aan
otwórz zamknij
Lernen beginnen
opendoen dichtdoen
Zamykam drzwi
Lernen beginnen
ik doen de deur dicht
Mam wizytę u lekarza w poniedziałek
Lernen beginnen
op maandag spreek ik met dokter af
moja córka przyjeżdża jutro z Polski
Lernen beginnen
mijn dochter komt morgen uit Polen aan
Wysiadam w Amsterdamie
Lernen beginnen
ik stap in Amsterdam uit
wysiadam w Amsterdamie
Lernen beginnen
stap ikin Amsterdam uit
Codziennie przesiadam się w Lejdzie
Lernen beginnen
ik stap elke dag in Leiden over

Sie müssen eingeloggt sein, um einen Kommentar zu schreiben.