Dag 3

 0    34 Datenblatt    TomekThomas
mp3 downloaden Drucken spielen überprüfen
 
Frage Antworten
To jest problem.
Lernen beginnen
Dat is een probleem
Nie zgadzam się
Lernen beginnen
Ik ben het niet eens
To nie jest sprawiedliwe.
Lernen beginnen
Dat is niet eerlijk
Musimy porozmawiać.
Lernen beginnen
Wij moeten praten
To nie zadziała.
Lernen beginnen
Dat gaat niet
Potrzebujemy innego rozwiązania
Lernen beginnen
Wij hebben een andere oplossing nodig
Potrzebujemy innego rozwiązania
Lernen beginnen
Wij hebben een andere oplossing nodig
To moja decyzja.
Lernen beginnen
Dat is mijn beslissing
Nie mamy czasu
Lernen beginnen
Wij hebben geen tijd
Musimy lepiej dbać o przyrodę. Muszę. Z obowiązku, zobowiązany.
Lernen beginnen
Wij moeten beter voor de natuur zorgen. Ik moet. Der verlpichting, verplicht.
My decydujemy. Decyzja jest decydująca.
Lernen beginnen
Wij beslissen. De beslissing, beslissend.
Zostajemy w domu, bo pada. Pada, pada.
Lernen beginnen
Wij blijven binnen omdat het regent. Het verblijft, overblijven.
Będziemy tu mieszkać. Wyjazd, przejście.
Lernen beginnen
Wij gaan hier wonen. Weggaan, de overgang.
Nie mogę zapłacić
Lernen beginnen
Ik kan niet betalen
Nie zgadzam się. Nie zgadzałem się. Nie zgodziłem się. Nie zgodzę się. Czy się zgadzasz? Zgadzam się.
Lernen beginnen
Ik ben het niet eens. Ik was het niet eens. Ik ben niet het eens geweest. Ik zal het niet eens zijn. Ben je het eens? Ik ben het eens.
Musimy zdecydować. Musieliśmy zdecydować. Będziemy musieli zdecydować. Czy musimy zdecydować? Nie wolno nam decydować.
Lernen beginnen
Wij moeten beslissen. Wij moesten beslissen. Wij zullen moeten beslissen. Moeten wij beslissen? Wij moeten niet beslissen.
To nie zadziała. To nie zadziałało. To się nie wydarzyło. To nie zadziała. Czy to zadziała? To zadziała.
Lernen beginnen
Dat gaat niet. Dat ging niet. Dat is niet gegaan. Dat zal niet gaan. Gaat dat? Dat gaat.
Interpretujemy. Przejrzystość. Wyjaśniamy. Umowa jest jasna.
Lernen beginnen
Wij duiden. Duidelijkheid. Wij verduidelijken. Het contract is duidelijk.
Gracz musi pozostać
Lernen beginnen
De speler moet blijven
To jest obowiązkowe
Lernen beginnen
Dat is verplicht
To nie jest dozwolone.
Lernen beginnen
Dat is niet toegestaan
Klub decyduje
Lernen beginnen
De club beslist
Nie zgadzam się
Lernen beginnen
Ik ben het niet eens
Potrzebujemy lepszych warunków
Lernen beginnen
Wij hebben betere voorwaarden nodig
To jest za mało
Lernen beginnen
Dat is te weinig
To jest za dużo
Lernen beginnen
Dat is te veel
Nie mamy czasu
Lernen beginnen
Wij hebben geen tijd
Musimy podjąć decyzję teraz.
Lernen beginnen
Wij moeten nu beslissen
Gracz chce odejść.
Lernen beginnen
De speler wil weggaan.
Gracz chce odejść. To niemożliwe.
Lernen beginnen
De speler wil weggaan. Dat gaat niet.
Nie zgadzam się.
Lernen beginnen
Ik ben het niet eens. Het contract is duidelijk
To niesprawiedliwe. Musimy podjąć decyzję.
Lernen beginnen
Dat is niet eerlijk. Wij moeten beslissen
Potrzebujemy lepszych warunków. To niemożliwe.
Lernen beginnen
Wij hebben betere voorwaarden nodig. Dat is niet mogelijk
Pracuję w piłce nożnej. Zawodnik ma problem. Chce odejść. Klub mówi „nie”. Nie zgadzam się. To niesprawiedliwe. Musimy porozmawiać. Potrzebujemy rozwiązania.
Lernen beginnen
Ik werk in voetbal De speler heeft een probleem Hij wil weggaan De club zegt nee Ik ben het niet eens Dat is niet eerlijk Wij moeten praten Wij hebben een oplossing nodig

Sie müssen eingeloggt sein, um einen Kommentar zu schreiben.