Het huiswerk 1.3 tot 1.5

 0    26 Datenblatt    justynagintowtveghel
mp3 downloaden Drucken spielen überprüfen
 
Frage Antworten
Chce Cie przedstawic mojej kuzynce
Lernen beginnen
Ik wil je graag voorstellen aan mijn nicht.
Chce kupic ta kurtke (blisko)
Lernen beginnen
Ik wil dit jasje graag kopen
Widzisz ta kobiete tam z czerownym kapeluszem?
Lernen beginnen
Zie je die vrouw daar met de rode hoed?
czy mam polozyc kwiaty na tym stole? (blisko)
Lernen beginnen
Zal ik de bloemen op dit tafeltje zetten?
Ta ksiazka jest ladna (blisko)
Lernen beginnen
Dit boek is heel mooi.
To sa moi rodzice (blisko)
Lernen beginnen
Dit zijn mijn ouders.
To jest moj piesek (blisko)
Lernen beginnen
Dit is mijn hondje.
To sa Menno i Boris (blisko)
Lernen beginnen
Dit zijn Menno en Boris.
To sa moi znajomi (blisko)
Lernen beginnen
Dit zijn mijn vrienden.
Spojrz, to sa jej koledzy z pracy (daleko)
Lernen beginnen
Kijk, dit zijn haar collega's.
prosze, to jest dla ciebie (blisko).
Lernen beginnen
Alsjeblieft, dit is voor jou.
Widzisz zielony dom? Tamten dom jest moich rodzicow. (daleko)
Lernen beginnen
Zie je het groene huis? Dat is het huis van mijn ouders.
mamo, czy moge tamta bulke (daleko)
Lernen beginnen
Mam, mag ik dat broodje?
Spojrz, to jest moja najlepsza przyjaciolka (blsiko)
Lernen beginnen
Kijk, dit is mijn beste vriendin.
To sa moi tesciowie (daleko)
Lernen beginnen
Dit zijn mijn schoonouders.
Chce cie przedstawic mojemu bratu.
Lernen beginnen
Ik wil je graag voorstellen aan mijn broer.
Czy znasz Stevena? To jest moj sasiad. (daleko)
Lernen beginnen
Ken je Steven? Dat is mijn buurman.
Ide do sklepu na Dorpstraat. To jest fajny sklep. (daleko)
Lernen beginnen
Ik ga naar de winkel in the Dorpstraat. Dat is een leuke winkel.
Czy spakowales winogrona? To sa winogrona Benjamina. (daleko)
Lernen beginnen
Heb je de druiven gepakt? Dat zijn de druiven van Benjamin. (ver weg)
Prosze Pana, to sa buty w romiarze 43. (blisko)
Lernen beginnen
Alstublieft meneer, dit zijn schoenen in maat 43.
Zabierasz przyjaciela do domu swoich rodzicow.
Lernen beginnen
je neemt een vriend mee naar je ouders
Idziesz ulica ze swoim przyjacielem.
Lernen beginnen
Je loopt op straat met een vriend.
Jedna przyjaciolka przychodzi na wizyte
Lernen beginnen
Een vriendin komt op bezoek.
Przedstawiasz swoja siostrzyczke jej
Lernen beginnen
Je stelt je zusje aan haar voor.
kolega z klasy
Lernen beginnen
de klasgenoot
Kogo sa te rekawiczki?
Lernen beginnen
Van wie zijn deze handschoenen?

Sie müssen eingeloggt sein, um einen Kommentar zu schreiben.