Kolokacje

 0    269 Datenblatt    bartoszkowalewski90
mp3 downloaden Drucken spielen überprüfen
 
Frage Antworten
Door de harde klap vloog het glas ___.
rozleciało się na kawałki
Lernen beginnen
uit elkaar
De groep dreigde ___.
grupa groziła rozpadem
Lernen beginnen
uit elkaar te vliegen
Na dat moment leek hun relatie ___.
wydawało się, że ich związek się rozpadnie
Lernen beginnen
uit elkaar te vliegen
Het land voert ___ met zijn buurland.
prowadzi wojnę z sąsiednim krajem
Lernen beginnen
oorlog
Ze voeren oorlog ___ elkaar.
prowadzą wojnę przeciwko sobie
Lernen beginnen
tegen
De regering voert een oorlog ___ corruptie.
prowadzi walkę z korupcją
Lernen beginnen
tegen
De storm richtte grote ___ aan.
burza wyrządziła duże szkody
Lernen beginnen
schade
De brand heeft veel ___ aangericht.
pożar spowodował duże straty
Lernen beginnen
schade
De rellen richtten ernstige ___ aan in de stad.
zamieszki wyrządziły poważne szkody w mieście
Lernen beginnen
schade
Ze staken om middernacht ___ aan.
odpalili fajerwerki o północy
Lernen beginnen
vuurwerk
Het is verboden om hier ___ aan te steken.
tu nie wolno odpalać fajerwerków
Lernen beginnen
vuurwerk
Jongeren staken illegaal ___ aan in de wijk.
młodzież nielegalnie odpalała fajerwerki w dzielnicy
Lernen beginnen
vuurwerk
De daders hebben het gebouw ___.
sprawcy wysadzili budynek
Lernen beginnen
opgeblazen
De brug werd tijdens de oorlog ___.
most został wysadzony
Lernen beginnen
opgeblazen
Hij dreigde zichzelf ___.
groził, że się wysadzi
Lernen beginnen
op te blazen
De patiënt krijgt een ___ in het ziekenhuis.
pacjent otrzymuje leczenie w szpitalu
Lernen beginnen
behandeling
Hij heeft een zware ___ gekregen.
otrzymał intensywne leczenie
Lernen beginnen
behandeling
De aanvraag zal binnenkort een ___ krijgen.
wniosek wkrótce zostanie rozpatrzony
Lernen beginnen
behandeling
Door de droogte ___ veel huizen.
z powodu suszy wiele domów osiada
Lernen beginnen
verzakken
In deze wijk zijn meerdere huizen ___.
w tej dzielnicy kilka domów osiadło
Lernen beginnen
verzakt
De fundering is zwak, waardoor huizen kunnen ___.
fundament jest słaby, przez co domy mogą osiadać
Lernen beginnen
verzakken
Deze muur is een ___ muur.
to jest ściana nośna
Lernen beginnen
dragende
Je mag geen ___ muur verwijderen zonder vergunning.
nie wolno usuwać ściany nośnej bez pozwolenia
Lernen beginnen
dragende
De aannemer controleerde of het om een ___ muur ging.
wykonawca sprawdził, czy to była ściana nośna
Lernen beginnen
dragende
Hij gleed uit op de natte ___.
poślizgnął się na mokrych stopniach
Lernen beginnen
treden
De oude trap heeft beschadigde ___.
stare schody mają uszkodzone stopnie
Lernen beginnen
treden
Zorg ervoor dat de ___ niet glad zijn.
upewnij się, że stopnie nie są śliskie
Lernen beginnen
treden
Het bedrijf wist vorig jaar ___ te behalen.
firma zdołała w zeszłym roku osiągnąć zysk
Lernen beginnen
winst
Met deze investering kan de onderneming ___ behalen.
dzięki tej inwestycji firma może osiągnąć zysk
Lernen beginnen
winst
Na een moeilijke periode begon het bedrijf weer ___ te behalen.
po trudnym okresie firma znów zaczęła generować zysk
Lernen beginnen
winst
Het vliegtuig kwam na korte tijd ___ ___.
samolot po krótkim czasie wzbił się w powietrze
Lernen beginnen
in de lucht
De helikopter kon door de mist niet ___ ___.
helikopter nie mógł wystartować z powodu mgły
Lernen beginnen
in de lucht
Zodra het sein werd gegeven, kwam het toestel ___ ___.
gdy dano sygnał, maszyna wzniosła się w powietrze
Lernen beginnen
in de lucht
De man werd op straat ___.
został zastrzelony na ulicy
Lernen beginnen
neergeknald
Het toestel werd tijdens het conflict ___.
maszyna została zestrzelona podczas konfliktu
Lernen beginnen
neergeknald
Volgens ooggetuigen is het slachtoffer van dichtbij ___.
według świadków ofiara została zastrzelona z bliska
Lernen beginnen
neergeknald
Hij gaat elke zomer ___ vangen.
każdego lata łowi ryby
Lernen beginnen
vissen
In deze rivier mag je geen ___ vangen.
w tej rzece nie wolno łowić ryb
Lernen beginnen
vissen
Ze probeerden ’s nachts ___ te vangen.
próbowali łowić ryby w nocy
Lernen beginnen
vissen
Hij probeert de gemiste lessen ___ voordat het examen begint.
nadrobić zaległości
Lernen beginnen
in te halen
Dat nieuws heeft mijn hele planning ___.
postawić wszystko na głowie
Lernen beginnen
ondersteboven gekeerd
Ook onder druk bleef hij opvallend ___.
zachować trzeźwe myślenie
Lernen beginnen
nuchter
Ze is erg ___ en ziet overal kansen.
przedsiębiorczy, z inicjatywą
Lernen beginnen
ondernemend
Hij gedroeg zich behoorlijk ___ tijdens het gesprek.
psotny, lekko niegrzeczny
Lernen beginnen
ondeugend
Ze sprak heel ___ over haar twijfels.
szczerze, bez owijania
Lernen beginnen
openhartig
Hij vertelt altijd ___ over zijn werk.
z pasją, z zaangażowaniem
Lernen beginnen
passievol
Ze staat bekend als iemand die erg ___ is.
otwarty w poglądach
Lernen beginnen
ruimdenkend
Hij deed ___ alsof er niets aan de hand was.
zgrywać twardziela
Lernen beginnen
stoer
Ondanks alle kritiek bleef ze ___.
zdeterminowana
Lernen beginnen
vastberaden
Hij reageerde verrassend ___ na het conflict.
skłonny do wybaczania
Lernen beginnen
vergevensgezind
Dat aanbod klinkt aantrekkelijk, maar ook erg ___.
kuszący
Lernen beginnen
verleidelijk
Het was ___ om eerst alle opties te overwegen.
rozsądny
Lernen beginnen
verstandig
Een goede nachtrust is ___ voor je herstel.
kluczowy, niezbędny
Lernen beginnen
vitaal
Ze staat bekend als een ___ persoon.
hojny
Lernen beginnen
vrijgevig
Hij is erg ___ voor zijn familie.
troskliwy
Lernen beginnen
zorgzaam
De nieuwe leidinggevende kwam nogal ___ over.
apodyktyczny
Lernen beginnen
bazig
Zijn gedrag werd als ___ ervaren.
podlizujący się
Lernen beginnen
kruiperig
We moeten het ___ beter beschermen voor de toekomst.
dziedzictwo
Lernen beginnen
erfgoed
De storm heeft grote ___ aangericht.
wyrządzić szkody
Lernen beginnen
schade
Het bedrijf wist vorig jaar weer ___ te behalen.
osiągnąć zysk
Lernen beginnen
winst
De huizen begonnen te ___ door de droogte.
osiadać, zapadać się
Lernen beginnen
verzakken
Het is gevaarlijk om hier ___ aan te steken.
odpalać fajerwerki
Lernen beginnen
vuurwerk
Tijdens het conflict werd de brug ___.
wysadzony
Lernen beginnen
opgeblazen
De patiënt krijgt momenteel een intensieve ___.
leczenie
Lernen beginnen
behandeling
Hij nam het besluit pas na ___ overleg.
po gruntownym namyśle
Lernen beginnen
grondig
Ze stelde haar oordeel ___ tot alle feiten bekend waren.
wstrzymać się z oceną
Lernen beginnen
uit
Hij probeerde de gevolgen niet te ___.
bagatelizować
Lernen beginnen
onderschatten
Dat argument snijdt ___ geen hout.
w ogóle nie ma sensu
Lernen beginnen
absoluut
Ze gaf ___ toe dat het plan niet werkte.
w końcu, po czasie
Lernen beginnen
uiteindelijk
Hij wist de situatie ___ naar zijn hand te zetten.
zręcznie
Lernen beginnen
handig
De kritiek werd door het team ___ opgevat.
odebrana osobiście
Lernen beginnen
persoonlijk
Ze bleef ___ bij haar standpunt.
nie ustępować
Lernen beginnen
vasthouden
Hij nam ___ afstand van eerdere uitspraken.
celowo
Lernen beginnen
bewust
De beslissing had ___ gevolgen.
daleko idące
Lernen beginnen
verregaande
Hij bracht het probleem ___ onder woorden.
precyzyjnie
Lernen beginnen
zorgvuldig
De spanning liep ___ op.
stopniowo
Lernen beginnen
geleidelijk
Ze probeerde het conflict ___ te sussen.
czynnie
Lernen beginnen
actief
Het voorstel stuitte ___ op weerstand.
od razu
Lernen beginnen
direct
Hij liet zich niet ___ beïnvloeden.
łatwo
Lernen beginnen
gemakkelijk
De aanpak bleek achteraf ___ effectief.
znacznie
Lernen beginnen
aanzienlijk
Ze nam ___ verantwoordelijkheid voor de fout.
w pełni
Lernen beginnen
volledig
Het gesprek kreeg plots een ___ wending.
niespodziewaną
Lernen beginnen
onverwachte
Hij trok ___ conclusies uit de cijfers.
ostrożne
Lernen beginnen
voorzichtige
De maatregel werd ___ ingevoerd.
stopniowo
Lernen beginnen
geleidelijk
Ze hield ___ rekening met kritiek.
poważnie
Lernen beginnen
serieus
Het probleem werd ___ aangekaart.
wprost
Lernen beginnen
expliciet
Hij ging ___ in op de vraag.
szczegółowo
Lernen beginnen
uitvoerig
De situatie werd ___ complexer.
z czasem
Lernen beginnen
gaandeweg
Ze wist haar twijfels ___ te verbergen.
prawie wcale
Lernen beginnen
nauwelijks
Hij maakte pas ___ bezwaar nadat alle opties waren bekeken.
w sposób oficjalny
Lernen beginnen
formeel
De plannen werden ___ bijgesteld na nieuwe inzichten.
znacznie, gruntownie
Lernen beginnen
ingrijpend
Ze wist de discussie ___ te kantelen.
nie wprost, sprytnie
Lernen beginnen
subtiel
Het voorstel werd ___ van tafel geveegd.
stanowczo
Lernen beginnen
resoluut
Hij legde zijn bezwaren ___ uit.
szczegółowo
Lernen beginnen
gedetailleerd
De situatie escaleerde ___ door miscommunicatie.
stopniowo
Lernen beginnen
geleidelijk
Hij glimlachte ___ toen hij werd betrapt.
psotnie, figlarnie
Lernen beginnen
ondeugend
Ze bleef opvallend ___ tijdens het overleg.
zachować trzeźwe myślenie
Lernen beginnen
nuchter
Ondanks alle tegenstand bleef ze ___.
zdeterminowana
Lernen beginnen
vastberaden
Hij sprak ___ over zijn fouten.
szczerze, bez owijania
Lernen beginnen
openhartig
Het was ___ om eerst goed na te denken.
rozsądnie
Lernen beginnen
verstandig
Ze staat bekend als erg ___.
otwarta w poglądach
Lernen beginnen
ruimdenkend
Hij deed zich ___ voor, maar was onzeker.
zgrywać twardziela
Lernen beginnen
stoer
Ze reageerde ___ op zijn excuses.
skłonna do wybaczania
Lernen beginnen
vergevingsgezind
Hij is erg ___ en ziet kansen waar anderen ze missen.
przedsiębiorczy
Lernen beginnen
ondernemend
Dat aanbod is erg ___, maar riskant.
kuszący
Lernen beginnen
verleidelijk
Hij gedroeg zich erg ___ tegenover zijn collega’s.
apodyktyczny
Lernen beginnen
bazig
Zijn houding kwam nogal ___ over.
podlizujący się
Lernen beginnen
kruiperig
Hij vertelde ___ over zijn werk.
z pasją
Lernen beginnen
passievol
Een goede gezondheid is ___ voor herstel.
kluczowy
Lernen beginnen
vitaal
Ze is altijd erg ___ voor anderen.
troskliwa
Lernen beginnen
zorgzaam
Hij staat bekend als ___ met zijn tijd.
hojny
Lernen beginnen
vrijgevig
De storm heeft veel ___ aangericht.
wyrządzić szkody
Lernen beginnen
schade
Het bedrijf wist opnieuw ___ te behalen.
osiągnąć zysk
Lernen beginnen
winst
De huizen begonnen langzaam te ___.
osiadać
Lernen beginnen
verzakken
Het is verboden om hier ___ aan te steken.
odpalać fajerwerki
Lernen beginnen
vuurwerk
De brug werd tijdens de oorlog ___.
wysadzona
Lernen beginnen
opgeblazen
De patiënt krijgt een intensieve ___.
leczenie
Lernen beginnen
behandeling
Ze probeerden de achterstand snel ___.
nadrobić
Lernen beginnen
in te halen
Het nieuws keerde alles ___.
do góry nogami
Lernen beginnen
ondersteboven
Ze moesten opnieuw ___ vangen om rond te komen.
łowić ryby
Lernen beginnen
vissen
We moeten het ___ beschermen voor volgende generaties.
dziedzictwo kulturowe
Lernen beginnen
erfgoed
De aannemer controleerde of het om een ___ muur ging.
nośna (ściana)
Lernen beginnen
dragende
Hij gleed uit op de natte ___.
stopnie schodów
Lernen beginnen
treden
Door de explosie kwam het toestel ___ ___.
w powietrze
Lernen beginnen
in de lucht
De verdachte werd op straat ___.
zastrzelony
Lernen beginnen
neergeknald
Hij kwam pas later ___ het idee om te vertrekken.
wpaść na pomysł
Lernen beginnen
op
Het land voert al jaren ___ tegen corruptie.
prowadzić wojnę / walkę
Lernen beginnen
oorlog
De aanvraag zal binnenkort een ___ krijgen.
rozpatrzenie / leczenie
Lernen beginnen
behandeling
De storm richtte enorme ___ aan.
wyrządzić szkody
Lernen beginnen
schade
Het bedrijf probeert dit jaar weer ___ te behalen.
osiągnąć zysk
Lernen beginnen
winst
Door de droogte zijn meerdere huizen ___.
osiadły
Lernen beginnen
verzakt
Het is verboden om hier ___ aan te steken.
odpalać fajerwerki
Lernen beginnen
vuurwerk
De brug werd tijdens de oorlog ___.
wysadzona
Lernen beginnen
opgeblazen
Ze probeerden de gemiste stof snel ___.
nadrobić
Lernen beginnen
in te halen
Dat incident zette alles ___.
do góry nogami
Lernen beginnen
ondersteboven
Hij moest zich voortaan ___ de regels houden.
przestrzegać
Lernen beginnen
aan
De manager sprak hem ___ zijn gedrag aan.
zwrócić uwagę
Lernen beginnen
erop
Hij bleef ___ ondanks de chaos.
spokojny
Lernen beginnen
kalm
De samenwerking liep uiteindelijk ___.
utknęła
Lernen beginnen
vast
Ze nam plots ___ van het team.
pożegnanie
Lernen beginnen
afscheid
Hij trok zich langzaam ___ uit het project.
wycofać się
Lernen beginnen
terug
De spanning liep steeds verder ___.
narastała
Lernen beginnen
op
Het plan werd na overleg ___.
skorygowany
Lernen beginnen
bijgesteld
Hij zette zijn standpunt duidelijk ___.
przedstawić jasno
Lernen beginnen
uiteen
De discussie draaide vooral ___ details.
kręcić się wokół
Lernen beginnen
om
We moeten dit probleem eindelijk ___.
zabrać się za coś konkretnie
Lernen beginnen
aanpakken
Het resultaat viel flink ___.
rozczarować
Lernen beginnen
tegen
De kosten vielen uiteindelijk mee, het ___ dus.
okazało się mniej problematyczne
Lernen beginnen
meeviel
Zijn bijdrage was ___ voor de beslissing.
rozstrzygający
Lernen beginnen
doorslaggevend
Die opmerking begon ___ te zaaien.
zasiać wątpliwości
Lernen beginnen
twijfel
Ze probeerde het gesprek ___ te houden.
skupić się na meritum
Lernen beginnen
inhoudelijk
Hij kreeg ___ voor zijn inzet.
uznanie
Lernen beginnen
waardering
De situatie liep volledig ___.
wymknąć się spod kontroli
Lernen beginnen
uit de hand
We moeten hier ___ conclusies uit trekken.
jasne
Lernen beginnen
heldere
Hij nam het voorstel ___ onder de loep.
przyjrzeć się krytycznie
Lernen beginnen
kritisch
Dat idee kreeg steeds meer ___.
poparcie
Lernen beginnen
draagvlak
Ze zette alles ___ op alles.
postawić wszystko na jedną kartę
Lernen beginnen
in
Het plan bleek ___ risico’s te hebben.
ukryte
Lernen beginnen
verborgen
Hij hield ___ met mogelijke gevolgen.
brać pod uwagę
Lernen beginnen
rekening
De samenwerking kwam langzaam ___.
rozkręcić się
Lernen beginnen
op gang
Ze liet het voorstel ___ liggen.
odłożyć na chwilę
Lernen beginnen
even
Het probleem werd ___ besproken.
szczegółowo
Lernen beginnen
uitvoerig
Hij maakte zijn keuze ___.
przemyślanie
Lernen beginnen
weloverwogen
De discussie draaide uit op een ___.
impas
Lernen beginnen
patstelling
Ze nam ___ het woord.
zabrać głos
Lernen beginnen
het
Het besluit werd ___ genomen.
jednogłośnie
Lernen beginnen
unaniem
Hij stelde een ___ voor.
inną opcję
Lernen beginnen
alternatief
De spanning was ___ voelbaar.
wyraźnie
Lernen beginnen
duidelijk
Ze trok ___ uit de situatie.
wyciągnąć wnioski
Lernen beginnen
lessen
Het team ging ___ met het voorstel.
zgodzić się
Lernen beginnen
akkoord
We moeten de voor- en nadelen goed ___.
rozważyć za i przeciw
Lernen beginnen
afwegen
Hij kon zijn keuze helder ___.
wyjaśnić
Lernen beginnen
toelichten
Door die fout is hij een kans ___.
przegapić
Lernen beginnen
misgelopen
Het beleid werd verder ___.
zaostrzyć, doprecyzować
Lernen beginnen
aangescherpt
Laten we dit vandaag nog ___.
domknąć, zakończyć
Lernen beginnen
afronden
Hij wist zijn standpunt sterk te ___.
uzasadnić
Lernen beginnen
onderbouwen
Ze kon haar gedrag niet goed ___.
wytłumaczyć się
Lernen beginnen
verantwoorden
Het team kon het tempo nauwelijks ___.
nadążyć
Lernen beginnen
bijbenen
We moeten onze planning beter ___.
dopasować
Lernen beginnen
afstemmen
Het besluit werd naar volgende week ___.
przesunąć
Lernen beginnen
doorgeschoven
Ze wilden de afspraken zwart-op-wit ___.
ustalić formalnie
Lernen beginnen
vastleggen
Hij probeerde het gesprek niet te ___.
zdominować
Lernen beginnen
domineren
Dat risico mag je niet ___.
ignorować
Lernen beginnen
negeren
Ze wist de spanning snel te ___.
rozbroić, rozładować
Lernen beginnen
ontzenuwen
Het voorstel verdient een serieuze ___.
rozważenie
Lernen beginnen
overweging
Hij trok zich niets aan van de ___.
zarzutów
Lernen beginnen
kritiek
De samenwerking werd verder ___.
pogłębić
Lernen beginnen
verdiept
We moeten dit onderwerp voorzichtig ___.
podejść do czegoś
Lernen beginnen
benaderen
Hij kreeg de taak om alles te ___.
koordynować
Lernen beginnen
coördineren
Het plan werd intern ___.
odrzucony
Lernen beginnen
afgekeurd
Ze wist de deal succesvol te ___.
doprowadzić do finału
Lernen beginnen
afronden
Dat scenario moeten we niet ___.
wykluczać
Lernen beginnen
uitsluiten
Hij nam een duidelijke ___.
zająć stanowisko
Lernen beginnen
stelling
De cijfers geven weinig ___.
punkt odniesienia, oparcie
Lernen beginnen
houvast
We moeten dit zorgvuldig ___.
załatwić / przeprowadzić
Lernen beginnen
afhandelen
Hij probeerde het team beter ___.
kierować
Lernen beginnen
aansturen
Die beslissing viel moeilijk te ___.
usprawiedliwić
Lernen beginnen
rechtvaardigen
Het gesprek dreigde te ___.
zaostrzyć się
Lernen beginnen
verharden
Ze wist de situatie slim ___.
rozegrać na swoją korzyść
Lernen beginnen
uit te spelen
Het plan werd onverwacht ___.
wyprzedzony / zdezaktualizowany
Lernen beginnen
ingehaald
Hij moest zijn verwachtingen ___.
skorygować
Lernen beginnen
bijstellen
De vergadering werd voortijdig ___.
przerwana
Lernen beginnen
afgebroken
We moeten dit risico goed ___.
oszacować
Lernen beginnen
inschatten
Hij wist de discussie weer ___.
otworzyć na nowo
Lernen beginnen
open te breken
De spanning was duidelijk ___.
wzrosła
Lernen beginnen
opgelopen
Ze probeerde het probleem niet te ___.
umniejszać
Lernen beginnen
bagatelliseren
Het voorstel werd snel ___.
złagodzony
Lernen beginnen
afgezwakt
Hij nam het besluit niet ___.
lekkomyślnie
Lernen beginnen
lichtvaardig
De samenwerking kwam onder druk te ___.
znaleźć się pod presją
Lernen beginnen
staan
Ze wist haar punt scherp ___.
sformułować precyzyjnie
Lernen beginnen
te formuleren
Het plan dreigde te ___.
nie powieść się
Lernen beginnen
mislukken
Hij probeerde de schade te ___.
ograniczyć
Lernen beginnen
beperken
De discussie werd steeds ___.
ostrzejsza
Lernen beginnen
feller
We moeten hier tijdig op ___.
przewidzieć i zareagować
Lernen beginnen
anticiperen
Hij bracht het probleem opnieuw ___.
poruszyć temat
Lernen beginnen
ter sprake
De keuze werd achteraf ___.
skrytykowana
Lernen beginnen
bekritiseerd
Ze wist het vertrouwen te ___.
odbudować
Lernen beginnen
herstellen
Het voorstel werd intern ___.
przedyskutowany
Lernen beginnen
doorgesproken
Hij trok uiteindelijk zijn steun ___.
wycofać
Lernen beginnen
in
We moeten dit voorstel beter ___.
dokładnie przeanalizować
Lernen beginnen
doorlichten
Hij wist de kritiek handig ___.
odeprzeć
Lernen beginnen
te pareren
De deadline kwam gevaarlijk ___.
zbliżała się
Lernen beginnen
dichterbij
Ze probeerde de boel te ___.
załagodzić
Lernen beginnen
sussen
Het gesprek nam een ___ wending.
niespodziewaną
Lernen beginnen
onverwachte
Hij kreeg de kans om zich te ___.
udowodnić swoją wartość
Lernen beginnen
bewijzen
De fout bleef lange tijd ___.
niezauważona
Lernen beginnen
onopgemerkt
We moeten eerst de feiten ___.
sprawdzić
Lernen beginnen
checken
Hij zette zijn twijfels op ___.
na bok
Lernen beginnen
zij
De plannen werden voorlopig ___.
zamrożone
Lernen beginnen
bevroren
Ze wist het team weer te ___.
zmotywować
Lernen beginnen
motiveren
Het risico werd bewust ___.
podjęte
Lernen beginnen
genomen
Hij bracht een ___ voorstel in.
konkretny
Lernen beginnen
concreet
De situatie vroeg om ___ actie.
natychmiastową
Lernen beginnen
directe
Ze liet haar frustratie niet ___.
okazywać
Lernen beginnen
merken
Het besluit werd intern ___.
uzgodnione
Lernen beginnen
afgestemd
Hij probeerde het tempo te ___.
obniżyć
Lernen beginnen
verlagen
De discussie werd opnieuw ___.
rozpoczęta na nowo
Lernen beginnen
aangezwengeld
Ze hield alle opties ___.
otwarte
Lernen beginnen
open
Het plan kwam niet echt ___.
ruszyć z miejsca
Lernen beginnen
van de grond
Hij wist zijn fout snel ___.
naprawić
Lernen beginnen
recht te zetten
De spanning was duidelijk ___.
odczuwalna
Lernen beginnen
voelbaar
We moeten hier samen ___ uit komen.
wyjść silniejsi
Lernen beginnen
sterker
Hij bracht zijn argumenten helder ___.
przekazać
Lernen beginnen
over
De samenwerking werd plots ___.
utrudniona
Lernen beginnen
bemoeilijkt
We moeten de impact eerst goed ___.
oszacować wpływ
Lernen beginnen
inschatten
Hij wist de kritiek snel ___.
złagodzić znaczenie
Lernen beginnen
te relativeren
De plannen kwamen onverwacht ___.
znaleźć się pod presją
Lernen beginnen
onder druk
Ze probeerde de schade te ___.
ograniczyć straty
Lernen beginnen
beperken
Het team moest zich snel ___.
pozbierać się
Lernen beginnen
herpakken
Hij liet het voorstel ___ liggen.
nieporuszony
Lernen beginnen
onbesproken
De discussie werd abrupt ___.
ucięta
Lernen beginnen
afgekapt
Ze bracht het idee voorzichtig ___.
zaproponować
Lernen beginnen
naar voren
Het risico werd bewust ___.
zabezpieczony
Lernen beginnen
afgedekt
Hij nam de tijd om alles ___.
przejrzeć dokładnie
Lernen beginnen
door te nemen
De afspraak werd op het laatste moment ___.
odwołana
Lernen beginnen
geannuleerd
Ze wist de groep weer te ___.
przekonać
Lernen beginnen
meekrijgen
Het plan liep uiteindelijk ___.
nie wypaliło
Lernen beginnen
spaak
Hij gaf ___ aan dat hij twijfelde.
przyznać
Lernen beginnen
toe
De situatie bleef lange tijd ___.
niejasna
Lernen beginnen
onduidelijk
We moeten dit intern goed ___.
uzgodnić
Lernen beginnen
afstemmen
Hij probeerde zijn fout te ___.
naprawić
Lernen beginnen
goed te maken
De onderhandelingen kwamen ___.
utknęły
Lernen beginnen
vast te zitten
Ze hield zich bewust ___.
w cieniu
Lernen beginnen
op de achtergrond
Het besluit werd later ___.
odwrócony
Lernen beginnen
teruggedraaid
Hij wist het gesprek weer ___.
rozruszać
Lernen beginnen
vlot te trekken
De maatregel had weinig ___.
skutek
Lernen beginnen
effect
Ze nam het initiatief ___.
ponownie
Lernen beginnen
opnieuw
Het voorstel werd uiteindelijk ___.
przyjęte
Lernen beginnen
aangenomen
Hij liet duidelijk ___ horen.
dać znać
Lernen beginnen
van zich

Sie müssen eingeloggt sein, um einen Kommentar zu schreiben.