Kolokacje

 0    131 Datenblatt    bartoszkowalewski90
mp3 downloaden Drucken spielen überprüfen
 
Frage Antworten
Ik moet mijn achterstand ___.
nadrobić zaległości (praca, nauka, sprawy)
Lernen beginnen
inhalen
Ik probeer het werk van gisteren ___ ___.
nadrobić wcześniejszą pracę
Lernen beginnen
in te halen
Hij heeft alle gemiste lessen ___.
nadrobić opuszczone lekcje
Lernen beginnen
ingehaald
De verhuizing zette hun leven ___.
wywrócić życie do góry nogami
Lernen beginnen
ondersteboven
Die gebeurtenis heeft alles ___ ___ gezet.
coś całkowicie wywróciło sytuację
Lernen beginnen
ondersteboven
De pandemie zette de wereld ___.
ogromna zmiana, globalny chaos
Lernen beginnen
ondersteboven
Hij haalde het hele huis ___ ___.
przeszukać wszystko, zrobić bałagan
Lernen beginnen
ondersteboven
Ze haalde haar tas ___ ___.
szukać czegoś w pośpiechu
Lernen beginnen
ondersteboven
Probeer in deze situatie ___ te blijven.
zachować spokój i trzeźwe myślenie
Lernen beginnen
nuchter
Als je het ___ bekijkt, valt het best mee.
spojrzeć na coś racjonalnie
Lernen beginnen
nuchter
Hij kan onder druk ___ nadenken.
myśleć trzeźwo, bez paniki
Lernen beginnen
nuchter
Ze heeft een ___ kijk op geld.
realistyczne, bez przesady podejście
Lernen beginnen
nuchtere
We moeten ___ en realistisch blijven.
bez emocji, na chłodno
Lernen beginnen
nuchter
Hij gedraagt zich erg ___ tegenover zijn baas.
podlizywać się, być służalczy
Lernen beginnen
kruiperig
Dat vond ik een ___ houding.
służalcza, uniżona postawa
Lernen beginnen
kruiperige
Ze praat op een ___ manier met hem.
przesadnie uniżony sposób mówienia
Lernen beginnen
kruiperige
Dit gebouw is cultureel ___.
dziedzictwo kulturowe
Lernen beginnen
erfgoed
We moeten ons ___ beschermen.
chronić dziedzictwo
Lernen beginnen
erfgoed
Hij voelde zich diep ___ door die opmerking.
zostać obrażonym
Lernen beginnen
beledigd
Dat was niet zo bedoeld, ik wilde je niet ___.
obrazić kogoś
Lernen beginnen
beledigen
Hij ___ dat hij onschuldig is.
twierdzi, że jest niewinny
Lernen beginnen
beweert
Ze kwam met een ___ zonder bewijs.
twierdzenie bez dowodów
Lernen beginnen
bewering
Ze wonen in een ___ huis.
ogromny, bardzo duży
Lernen beginnen
reusachtig
Dat project is een ___ succes.
gigantyczny (skalą, efektem)
Lernen beginnen
reusachtig
Hij draaide aan de ___.
klamka, gałka drzwi
Lernen beginnen
deurknop
De ___ zat los.
poluzowana klamka
Lernen beginnen
deurknop
Ze pakte de ___ vast.
chwycić klamkę
Lernen beginnen
deurknop
Hij voelde duidelijk ___.
uczucie dyskomfortu
Lernen beginnen
ongemak
De situatie leidde tot ___.
spowodować zakłopotanie / dyskomfort
Lernen beginnen
ongemak
Dat zorgde voor veel ___.
wywołać dyskomfort
Lernen beginnen
ongemak
Het is mij ___ dat hij stiller is.
zauważyłem / rzuciło mi się w oczy
Lernen beginnen
opgevallen
Het is ons ___ hoe snel het ging.
coś zwróciło naszą uwagę
Lernen beginnen
opgevallen
De verschillen worden steeds meer ___.
różnice się zacierają
Lernen beginnen
uitgevlakt
Ze probeerden de emoties te ___.
stłumić, wygładzić emocje
Lernen beginnen
uitvlakken
Je moet het verleden ___.
odpuścić, przestać się trzymać przeszłości
Lernen beginnen
loslaten
Hij kan die controle moeilijk ___.
puścić kontrolę
Lernen beginnen
loslaten
Ze heeft haar angst eindelijk ___.
uwolnić się od strachu
Lernen beginnen
losgelaten
Ik had de ___ niet door.
nie załapałem żartu
Lernen beginnen
grap
Het duurde even voordat hij de ___ ___.
zrozumieć żart po chwili
Lernen beginnen
grap doorhad
Zij leek de ___ meteen te ___.
od razu załapać żart
Lernen beginnen
grap doorhebben
Je moet dat niet zo ___ ___.
brać coś do siebie
Lernen beginnen
persoonlijk opvatten
Hij vatte de kritiek te ___ ___.
zbyt osobiście odebrać krytykę
Lernen beginnen
persoonlijk op
Dat was niet zo bedoeld, neem het niet ___.
nie bierz tego do siebie
Lernen beginnen
persoonlijk
Hij durfde zijn ___ te erkennen.
przyznać się do błędu
Lernen beginnen
fout
Het is belangrijk om een ___ te erkennen.
uznać / przyznać błąd
Lernen beginnen
fout
Ze weigerde haar ___ te erkennen.
nie chcieć przyznać się do winy
Lernen beginnen
fout
Ik ___ niet hoe ernstig het was.
zdać sobie sprawę
Lernen beginnen
beseft
Hij begon te ___ dat hij ongelijk had.
uświadomić sobie coś stopniowo
Lernen beginnen
beseffen
Ze ___ zich pas later wat er was gebeurd.
zrozumieć po czasie
Lernen beginnen
besefte
Hij voelde zich ___ door zijn omgeving.
zostać odrzuconym
Lernen beginnen
afgestoten
Ze waren bang om ___ te worden.
być odtrąconym
Lernen beginnen
afgestoten
Het kind werd sociaal ___.
zostać wykluczonym społecznie
Lernen beginnen
afgestoten
Dat is ___ een goede oplossing.
moim zdaniem
Lernen beginnen
in mijn ogen
Hij heeft ___ gelijk.
ten koste van alles
Lernen beginnen
in mijn ogeHij wilde winnen ___.
za wszelką cenę
Ze probeerde haar baan te behouden ___.
bez względu na konsekwencjen
Lernen beginnen
ten koste van alles
według mnie
Je moet hier ___ verlenen.
ustąpić pierwszeństwa
Lernen beginnen
voorrang
Zij kreeg ___ bij de behandeling.
pierwszeństwo
Lernen beginnen
voorrang
Deze weg heeft ___.
mieć pierwszeństwo
Lernen beginnen
voorrang
Dat was een duidelijke ___ van onvrede.
wyraz / przejaw niezadowolenia
Lernen beginnen
uiting
De ___ van emoties verschilt per persoon.
ekspresja, okazywanie
Lernen beginnen
uiting
Hij raakte helemaal ___.
zdezorientować się
Lernen beginnen
in de war
Ik ben een beetje ___ door dat bericht.
być skołowanym
Lernen beginnen
in de war
De uitleg was nogal ___.
niejasny, mylący
Lernen beginnen
verwarrend
Al die informatie is ___.
wprowadza zamieszanie
Lernen beginnen
verwarrend
De winkel ligt ___ van de straat.
po drugiej stronie
Lernen beginnen
aan de overkant
Hij woont ___.
naprzeciwko, po drugiej stronie
Lernen beginnen
aan de overkant
Er is een kleine ___ van de norm.
odchylenie od normy
Lernen beginnen
afwijking
Dit wordt gezien als een ___.
odstępstwo
Lernen beginnen
afwijking
Gebruik je ___ en denk even na.
użyj rozumu
Lernen beginnen
verstand
Hij had zijn ___ moeten gebruiken.
zachować się rozsądnie
Lernen beginnen
verstand
We moeten ons ___ gebruiken.
kierować się rozsądkiem
Lernen beginnen
verstand
Wat een ___ hier.
bałagan, syf
Lernen beginnen
troep
Ruim die ___ eens op.
posprzątać bałagan
Lernen beginnen
troep
Het ligt hier vol ___.
pełno śmieci / nieporządku
Lernen beginnen
troep
Je moet je niet zo ___.
spieszyć się
Lernen beginnen
haasten
Hij ___ zich om op tijd te zijn.
śpieszył się, żeby zdążyć
Lernen beginnen
haastte
Hij probeerde zijn schuld ___.
odkupić dług, spłacić jednorazowo
Lernen beginnen
af te kopen
Ze konden het contract niet ___.
wykupić się z umowy
Lernen beginnen
afkopen
De boete werd ___.
odkupiona / uregulowana pieniędzmi
Lernen beginnen
afgekocht
Hij voelde zich moreel ___.
czuć się wyższo, lepszym od innych
Lernen beginnen
verheven
Ze ___ zich boven de rest.
czuła się ponad innymi
Lernen beginnen
voelde zich verheven
Dat gedrag laat zien dat hij zich ___ voelt.
postawa wyższości
Lernen beginnen
verheven
Hij kon zich nauwelijks ___.
opanować się
Lernen beginnen
beheersen
Probeer je ___ en rustig te blijven.
zapanować nad sobą
Lernen beginnen
beheersen
Ze moest zich ___ om niets te zeggen.
powstrzymać się
Lernen beginnen
beheersen
Dat onderwerp ___ me echt.
interesować, wciągać
Lernen beginnen
boeit
Het ___ me niet wat hij denkt.
nie obchodzi mnie
Lernen beginnen
boeit
Het was een erg ___ film.
wciągający, ciekawy
Lernen beginnen
boeiende
Hij ___ instemmend.
skinął głową na znak zgody
Lernen beginnen
knikte
Ze ___ even naar me.
krótko skinęła głową
Lernen beginnen
knikte
Ik ___ om te laten zien dat ik het begreep.
dać znak zrozumienia
Lernen beginnen
knikte
De problemen ___ zich op.
nawarstwiać się
Lernen beginnen
stapelen
De kosten blijven zich ___.
rosnąć przez kumulację
Lernen beginnen
stapelen
Het werk begint zich ___.
piętrzyć się
Lernen beginnen
op te stapelen
Hij is niets ___.
niczego mu nie brakowa
Lernen beginnen
tekortgekomen
We zijn financieel ___.
mieć niedobór
Lernen beginnen
tekortgekomen
Het project is aan tijd ___.
zabrakło czasu
Lernen beginnen
tekortgekomen
___ alcoholgebruik is slecht voor je gezondheid.
nadmierne spożycie
Lernen beginnen
overmatig
Er is sprake van ___ lawaai.
nadmierny hałas
Lernen beginnen
overmatig
Het systeem voorkomt ___ belasting.
nadmierne obciążenie
Lernen beginnen
overmatige
Hij maakt ___ dezelfde fout.
ciągle, za każdym razem
Lernen beginnen
telkens
Ze komt ___ te laat.
notorycznie, wciąż
Lernen beginnen
telkens
Het probleem duikt ___ weer op.
w kółko, powtarzalnie
Lernen beginnen
telkens
Dit programma richt zich op het ___ ___ armoede.
zwalczać ubóstwo
Lernen beginnen
bestrijden van
We gaan het ___ ___ zoals afgesproken.
zrealizować plan
Lernen beginnen
plan uitvoeren
Het team is klaar om het ___ ___.
wdrożyć plan
Lernen beginnen
plan uitvoeren
De overheid wil het ___ snel ___.
przeprowadzić realizację planu
Lernen beginnen
plan uitvoeren
Hij gedroeg zich niet erg ___.
przyzwoicie
Lernen beginnen
fatsoenlijk
Iedereen verdient een ___ behandeling.
uczciwe, przyzwoite traktowanie
Lernen beginnen
fatsoenlijke
Kun je je een beetje ___ gedragen?
zachować się kulturalnie
Lernen beginnen
fatsoenlijk
Hij probeerde ___ ___ een rij.
wepchnąć się do kolejki
Lernen beginnen
voordringen in
Je mag niet ___ ___ de rij.
przepychać się w kolejce
Lernen beginnen
voordringen in
Het zijn vaak de ___ die tellen.
drobne gesty mają znaczenie
Lernen beginnen
kleine gebaren
___ maken soms een groot verschil.
małe rzeczy robią różnicę
Lernen beginnen
kleine gebaren
Hij probeert ___ ___ te doen.
robić dobre rzeczy
Lernen beginnen
goede dingen
Het voelt goed om ___ ___ te doen.
postępować dobrze
Lernen beginnen
goede dingen
Sla hier ___.
skręć w prawo
Lernen beginnen
rechtsaf
Bij het kruispunt ___ slaan.
skręcić w lewo
Lernen beginnen
linksaf
Je moet na de brug ___ ___.
wykonać skręt w prawo
Lernen beginnen
rechtsaf slaan
Hij begon te ___ toen hij boos werd.
wyzywać, kląć
Lernen beginnen
schelden
Ze ___ hem uit voor alles.
obrzucać kogoś wyzwiskami
Lernen beginnen
schold
Er werd luid ___ op straat.
krzyczeć obelgi
Lernen beginnen
gescholden
De ___ verandert snel.
świat wokół nas
Lernen beginnen
wereld om ons heen
We moeten de ___ beter begrijpen.
otaczająca nas rzeczywistość
Lernen beginnen
wereld om ons heen
Wat gebeurt er in de ___?
to, co dzieje się wokół nas
Lernen beginnen
wereld om ons heen
Het is pijnlijk om ___ te ___.
odrzucać ludzi
Lernen beginnen
mensen afwijzen
Hij werd door zijn collega’s ___.
zostać odrzuconym
Lernen beginnen
afgewezen
Ze voelt zich snel ___ door anderen.
mieć poczucie odrzucenia
Lernen beginnen
afgewezen
Ik ___ hem vaak ___ in de stad.
spotykam go przypadkiem
Lernen beginnen
kom tegen
Je kunt onderweg allerlei problemen ___.
napotkać trudności
Lernen beginnen
tegenkomen
Dit ben ik nog nooit ___.
jeszcze się z tym nie spotkałem
Lernen beginnen
tegengekomen

Sie müssen eingeloggt sein, um einen Kommentar zu schreiben.