Lekcja 3 powtorka

 0    26 Datenblatt    justynagintowtveghel
mp3 downloaden Drucken spielen überprüfen
 
Frage Antworten
wskazywac
Lernen beginnen
aanwijzen (wees aan, wezen aan...)
Możesz to wskazać na mapie?
Lernen beginnen
Kun je het op de kaart aanwijzen?
Nauczyciel wskazuje poprawną odpowiedź.
Lernen beginnen
De leraar wijst het goede antwoord aan.
Możesz wskazać, która kurtka jest twoja?
Lernen beginnen
Kun je aanwijzen welke jas van jou is?
Mój manager wyznaczył mnie do tego zadania.
Lernen beginnen
Mijn manager heeft mij aangewezen voor deze taak
za
Lernen beginnen
achter
naziwsko + pl
Lernen beginnen
de achternaam + de achternamen
osmy
Lernen beginnen
achtste
aktywosc + pl
Lernen beginnen
de activiteit + de activiteiten
adres + pl
Lernen beginnen
het adres + de adressen
ogloszenie + pl
Lernen beginnen
de advertentie, de advertenties
porada + pl
Lernen beginnen
het advies, de adviezen
adwokat
Lernen beginnen
de advocaat, de advocaten
skonczony
Lernen beginnen
af
Skończyłam.
Lernen beginnen
Ik ben klaar/ ik ben af
Jedzenie jest gotowe.
Lernen beginnen
Het eten is klaar/ af
Czy twoja praca domowa jest już skończona?
Lernen beginnen
Is je huiswerk al af?
Muszę mieć to dzisiaj skończone.
Lernen beginnen
Ik moet dit vandaag nog af hebben.
czasami
Lernen beginnen
soms/ af en toe
Czasami jadę rowerem do pracy.
Lernen beginnen
Soms ga ik met de fiets naar mijn werk.
Czasami jestem zmęczona po pracy.
Lernen beginnen
Soms ben ik moe na het werk.
Czasami nie gotuję i zamawiam jedzenie.
Lernen beginnen
Soms kook ik niet en bestel ik eten.
Czasami piję kawę wieczorem.
Lernen beginnen
Soms drink ik 's avonds koffie.
Od czasu do czasu chodzę do restauracji
Lernen beginnen
Af en toe ga ik uit eten.
Od czasu do czasu piję kieliszek wina.
Lernen beginnen
Ik drink af en toe een glas wijn.
Od czasu do czasu pracuję z domu.
Lernen beginnen
Af en toe werk ik thuis

Sie müssen eingeloggt sein, um einen Kommentar zu schreiben.