Lekcja powtorka nr 5

 0    38 Datenblatt    justynagintowtveghel
mp3 downloaden Drucken spielen überprüfen
 
Frage Antworten
kalendarz + pl
Lernen beginnen
de angeda, de agenda's
juz
Lernen beginnen
al
alkohol
Lernen beginnen
de alcohol
alfabet
Lernen beginnen
het alfabet
wszystko
Lernen beginnen
alle/ alles
Wszystkie dzieci są w domu.
Lernen beginnen
Alle kinderen zijn thuis.
Wszystkie sklepy są otwarte.
Lernen beginnen
Alle winkels zijn open.
Przeczytałam wszystkie wiadomości.
Lernen beginnen
Ik heb alle berichten gelezen.
Wszystkie maszyny działają.
Lernen beginnen
Alle machines werken.
Kupiłeś/aś wszystkie zakupy?
Lernen beginnen
Heb je al je boodschappen gedaan?
Wszystko jest gotowe.
Lernen beginnen
Alles is klaar.
Zrobiłam wszystko.
Lernen beginnen
Ik heb alles gedaan.
Wszystko idzie dobrze
Lernen beginnen
Alles gaat goed
Czy zabrałeś/aś wszystko?
Lernen beginnen
Heb je alles meegenomen?
Rozumiem wszystko.
Lernen beginnen
Ik begrijp alles.
oboje
Lernen beginnen
allebei
sama
Lernen beginnen
alleen
wsyzscy
Lernen beginnen
allemaal
Wszyscy są obecni.
Lernen beginnen
Iedereen is aanwezig.
Wszyscy są gotowi.
Lernen beginnen
Iedereen is klaar.
Każdy to wie.
Lernen beginnen
Iedereen weet dat.
Wszyscy muszą przyjść na czas.
Lernen beginnen
Iedereen moet op tijd komen.
Wszyscy jesteśmy zmęczeni
Lernen beginnen
We zijn allemaal moe.
Oni wszyscy są obecni.
Lernen beginnen
Ze zijn allemaal aanwezig.
Wy wszyscy musicie przyjść.
Lernen beginnen
Jullie moeten allemaal komen.
Wszystkie dzieci są na zewnątrz.
Lernen beginnen
De kinderen zijn allemaal buiten.
Widziałam ich wszystkich.
Lernen beginnen
Ik heb ze allemaal gezien.
roznorodne
Lernen beginnen
allerlei
Mam różne rzeczy do zrobienia.
Lernen beginnen
Ik heb allerlei dingen te doen.
Mamy różne problemy.
Lernen beginnen
We hebben allerlei problemen.
als
Lernen beginnen
jesli
Jeśli pada, zostaję w domu.
Lernen beginnen
Als het regent, blijf ik thuis.
Jeśli mam czas, idę ćwiczyć.
Lernen beginnen
Als ik tijd heb, ga ik sporten.
Kiedy skończę pracę, idę do domu.
Lernen beginnen
Als ik klaar ben met werken, ga ik naar huis.
Zadzwoń do mnie, kiedy będziesz w domu.
Lernen beginnen
Bel me even als je thuiskomt.
Pracuję jako operator.
Lernen beginnen
Ik werk als operator.
Używam tego pokoju jako biura.
Lernen beginnen
Ik gebruik deze kamer als kantoor.
On pracuje jako nauczyciel.
Lernen beginnen
Hij werkt als leraar.

Sie müssen eingeloggt sein, um einen Kommentar zu schreiben.