Moja lekcja

 0    133 Datenblatt    ewelinatulecka
mp3 downloaden Drucken spielen überprüfen
 
Frage Antworten
vooruit
Lernen beginnen
naprzód
lukt
Lernen beginnen
udaje się
verbaasd
Lernen beginnen
zaskoczony
gauw
Lernen beginnen
wkrótce
het touw
Lernen beginnen
lina
stokje
Lernen beginnen
kij
bezem
Lernen beginnen
miotła
sloffen
Lernen beginnen
kapcie
nieuwsgierig
Lernen beginnen
ciekawy
herberg
Lernen beginnen
zajazd
eigenaar
Lernen beginnen
właściciel
vreemd
Lernen beginnen
dziwny, obcy
kerels
Lernen beginnen
chłopaki
degene(n) die
Lernen beginnen
tych, którzy
dood
Lernen beginnen
śmierć, martwy
naartoe
Lernen beginnen
tam, do tego miejsca
kaars
Lernen beginnen
świeca
lijf
Lernen beginnen
ciało
ineens
Lernen beginnen
nagle
schrikken
Lernen beginnen
przestraszyć
bijl
Lernen beginnen
topór
gillen
Lernen beginnen
krzyk
aanraken
Lernen beginnen
dotykać
gezicht
Lernen beginnen
Twarz
slaan
Lernen beginnen
bić, uderzyć
gevaarlijk
Lernen beginnen
niebezpieczny, niebezpiecznie
weinig
Lernen beginnen
mało
knikt
Lernen beginnen
kiwa głową
twijfel
Lernen beginnen
wątpić
uiteindelijk
Lernen beginnen
ostateczny, ostatecznie
ritsel
Lernen beginnen
szelest
knaag
Lernen beginnen
gryźć
krijs
Lernen beginnen
krzyk
achterna
Lernen beginnen
gonić
lol hebben
Lernen beginnen
baw się dobrze
krijgen
Lernen beginnen
dostać
giechelen
Lernen beginnen
chichot
meedoen
Lernen beginnen
dołączyć
racen en sjezen
Lernen beginnen
ścigać się
schattige
Lernen beginnen
uroczy
jagen /3 jaagt
Lernen beginnen
polowanie /3 poluje
schema
Lernen beginnen
schemat
zozwart-wit
Lernen beginnen
tak czarno-białe
eenmalig
Lernen beginnen
jednorazowy
verdriet
Lernen beginnen
smutek
verleden
Lernen beginnen
przeszłość
legt
Lernen beginnen
wyjaśnia
twijfel
Lernen beginnen
wątpić
uiteindelijk
Lernen beginnen
ostateczny, ostatecznie
stap
Lernen beginnen
krok
tropen
Lernen beginnen
kraje tropikalne
Sinds die tijd
Lernen beginnen
Od tamtej pory
wel eens
Lernen beginnen
czasami
laten
Lernen beginnen
pozwalać
knikt
Lernen beginnen
kiwa głową
vanuit de verte
Lernen beginnen
z daleka
wel zin
Lernen beginnen
ma sens
overal
Lernen beginnen
wszędzie
hangen
Lernen beginnen
zawiesić
griezeligs
Lernen beginnen
przerażający
eerste stuurman
Lernen beginnen
pierwszy oficer na statku
matroos
Lernen beginnen
żeglarz
been
Lernen beginnen
noga
om ons heen
Lernen beginnen
wokół nas
zouden er daarom
Lernen beginnen
byłoby zatem
botten
Lernen beginnen
kości
jazeker
Lernen beginnen
o tak
stoer
Lernen beginnen
fajne
ondertussen
Lernen beginnen
W międzyczasie
verder
Lernen beginnen
dalszy, dalej
beenstomp
Lernen beginnen
kikut nogi
vreselijk
Lernen beginnen
straszny, strasznie
haat
Lernen beginnen
nienawidzić
spullen
Lernen beginnen
rzeczy, klamoty
dek
Lernen beginnen
pokład
nergens
Lernen beginnen
nigdzie
het anker
Lernen beginnen
Kotwica
trekken
Lernen beginnen
ciągnąć, przyciągać
de zeilen
Lernen beginnen
żagle
strak
Lernen beginnen
ciasny
bibbert van de kou
Lernen beginnen
drży z zimna
boord
Lernen beginnen
deska
voorzichtig
Lernen beginnen
ostrożny, ostrożnie
stoere mannen
Lernen beginnen
twardzi ludzie
opletten
Lernen beginnen
Zwróć uwagę
bootjes
Lernen beginnen
łodzie
daarmee
Lernen beginnen
z tym, tym
rookt een pijp
Lernen beginnen
pali fajkę
Ik denk daar anders over
Lernen beginnen
Myślę inaczej
erover
Lernen beginnen
o tym
het vocht
Lernen beginnen
wilgoć
klontje
Lernen beginnen
grudka
matige
Lernen beginnen
umiarkowany
schep af
Lernen beginnen
zgarnij
en om toe
Lernen beginnen
i dodać
opruimplicht
Lernen beginnen
obowiązek posprzątania
even voorstellen
Lernen beginnen
przedstawiać
de groeten doen
Lernen beginnen
Powiedz cześć
de brievenbus
Lernen beginnen
skrzynka pocztowa
de ansichtkaart
Lernen beginnen
Pocztówka
Zal ik doen.
Lernen beginnen
Zrobię.
De zon gaat onder.
Lernen beginnen
Slonce zachodzi.
Goed. Met jou ook?
Lernen beginnen
Dobrze. Z Tobą też?
pakken
Lernen beginnen
wziąć, chwycić, pakować
halen
Lernen beginnen
odebrać
onthouden
Lernen beginnen
zapamiętać
slanke
Lernen beginnen
szczupły
de vuilnisman
Lernen beginnen
śmieciarz
teen
Lernen beginnen
palec u nogi
verdienen
Lernen beginnen
zarabiać
doof
Lernen beginnen
głuchy
zeuren
Lernen beginnen
skomleć
snoepjes
Lernen beginnen
słodycze
kwijt zijn
Lernen beginnen
zgubić, nie mieć
tegenwoordig niet meer
Lernen beginnen
już nie teraz
Bent u hier bekend?
Lernen beginnen
Czy jesteś tutaj zaznajomiony?
spannend
Lernen beginnen
ekscytujący
uitnodigen
Lernen beginnen
zapraszać
lukken (luk/lukt/lukt/lukken)
Lernen beginnen
odnieść sukces
mopperen
Lernen beginnen
narzekać
tegenwoordig
Lernen beginnen
dzisiaj
Je hebt gelijk.
Lernen beginnen
Masz rację.
Ik vergis me.
Lernen beginnen
Jestem w błędzie.
de remmen
Lernen beginnen
hamulce
verkeerd
Lernen beginnen
zły, niewłaściwy
verbonden
Lernen beginnen
połączony
U bent verkeerd verbonden.
Lernen beginnen
Masz zły numer.
aanbieding
Lernen beginnen
oferta
hut
Lernen beginnen
kabina
hals
Lernen beginnen
szyja
litteken
Lernen beginnen
blizna
stiekem
Lernen beginnen
potajemnie
voorzichtig
Lernen beginnen
ostrożny, ostrożnie

Sie müssen eingeloggt sein, um einen Kommentar zu schreiben.