Niderlandzki

 0    99 Datenblatt    af2
mp3 downloaden Drucken spielen überprüfen
 
Frage Antworten
listen to
Lernen beginnen
luisteren naar
nagranie
Lernen beginnen
opname
tylko
Lernen beginnen
alleen
tylko
Lernen beginnen
alleen
kochać, lubić
Lernen beginnen
houden van
ściana, mur
Lernen beginnen
muur
mydło
Lernen beginnen
zeep
owca
Lernen beginnen
schaap
Łódź
Lernen beginnen
boot
być podobnym do
Lernen beginnen
een overeenkomst hebben met
podobny do
Lernen beginnen
overeenkomstig met
podróżować do
Lernen beginnen
reizen naar
ochoczo, chętnie
Lernen beginnen
graag
ładny, fajny
Lernen beginnen
leuk
niż
Lernen beginnen
dan
Holandia
Lernen beginnen
De Nederland
holenderski
Lernen beginnen
Nederlands
wiedzieć
Lernen beginnen
weten
kraj
Lernen beginnen
land
Miasto
Lernen beginnen
stad
województwo, stan
Lernen beginnen
staat
większość
Lernen beginnen
meest
miesiąc
Lernen beginnen
maand
rok
Lernen beginnen
jaar
miasto/miasta
Lernen beginnen
de stad/de steden
Niemiec/Niemcy
Lernen beginnen
Duits/Duitser
miły
Lernen beginnen
mooi
ładny, miły, uprzejmy
Lernen beginnen
aardig
jako (like po ang)
Lernen beginnen
zoals
z powodu/ because of
Lernen beginnen
van wege
historia
Lernen beginnen
geschiedenis
Polacy
Lernen beginnen
Polen/ Poolse mensen
zarabiać pieniądze
Lernen beginnen
geld verdienen
wybór
Lernen beginnen
keuze
Brak wyboru
Lernen beginnen
Geen keuze
zła sytuacja finansowa
Lernen beginnen
slechte financiële situatie
już
Lernen beginnen
al
even if
Lernen beginnen
zelfs als/ al
taki/ such a
Lernen beginnen
zo'n
there
Lernen beginnen
er naartoe
there are
Lernen beginnen
er zijn
there is
Lernen beginnen
er is
żeby, aby
Lernen beginnen
om te
morze
Lernen beginnen
zee
jezioro
Lernen beginnen
meer
więcej
Lernen beginnen
meer
więcej niz
Lernen beginnen
meer dan
dawać
Lernen beginnen
geven
lepszy
Lernen beginnen
beter
gorszy
Lernen beginnen
slechter
jak
Lernen beginnen
als
nadal, wciąż
Lernen beginnen
nog steeds
przyszłość
Lernen beginnen
toekomst
przeszlość
Lernen beginnen
verleden
zostawać
Lernen beginnen
blijven
keep on travel
Lernen beginnen
bliven reizen
z powrotem
Lernen beginnen
terug
często
Lernen beginnen
vaak
wracać
Lernen beginnen
terugkeren
wszyscy
Lernen beginnen
alle
wszyscy
Lernen beginnen
iedereen
próbować
Lernen beginnen
proberen
sprawdź
Lernen beginnen
nagaan
Check
Lernen beginnen
nagaan
powinien
Lernen beginnen
zal
będzie musiał (will future)
Lernen beginnen
zullen moeten
próbować
Lernen beginnen
proberen
lub
Lernen beginnen
of
czuć się
Lernen beginnen
zich voelen
zrób coś dla siebie (w wolnym czasie, no hurry)
Lernen beginnen
op uw gemak iets doen
zalety
Lernen beginnen
voordelen
minusy, wady
Lernen beginnen
nadelen
życie
Lernen beginnen
leven
możliwe / niemożliwe
Lernen beginnen
mogelijk / onmogelijk
Nowy
Lernen beginnen
Nieuw
wiedzieć, poznawać
Lernen beginnen
leren kennen
przyjaźń
Lernen beginnen
vriendschap
przyjaciel / przyjaciółka
Lernen beginnen
vriend / vriendin
przygoda
Lernen beginnen
avontuur
również
Lernen beginnen
ook
doświadczać
Lernen beginnen
ervaren
daleko
Lernen beginnen
ver
blisko
Lernen beginnen
dicht
starzy przyjaciele
Lernen beginnen
oude vrienden
nigdy więcej
Lernen beginnen
niet meer
zawsze
Lernen beginnen
altijd
jeden koniecznością (men to nieosobowy)
Lernen beginnen
men moet
uczyć się
Lernen beginnen
leren
jak if
Lernen beginnen
als
nie dla mnie
Lernen beginnen
voor mij niet
moim zdaniem
Lernen beginnen
volgens mij
tęsknota za domem
Lernen beginnen
heimwee
myśleć o
Lernen beginnen
denken over
ten (np ten nóż)
Lernen beginnen
deze
niebezpieczny
Lernen beginnen
gevaarlijk
bardzo
Lernen beginnen
zeer/erg
pochodzić z
Lernen beginnen
komen uit
dla mnie/do mnie
Lernen beginnen
naar me
prawda
Lernen beginnen
waarheid

Sie müssen eingeloggt sein, um einen Kommentar zu schreiben.