nowa lekcja

 0    51 Datenblatt    Martai Roman
mp3 downloaden Drucken spielen überprüfen
 
Frage Antworten
kasa biletowa
Lernen beginnen
het loket
przystanek
Lernen beginnen
het halte
Nie zapomnij ty odbić karty po podróży
Lernen beginnen
Vergeet jij niet uit te checken?
Marta nie ma Nie wiem, gdzie ona jest.
Lernen beginnen
Marta is weg. Ik weet niet waar ze is.
do środka, w środku
Lernen beginnen
binnen
obok
Lernen beginnen
naast
przed
Lernen beginnen
voor
za
Lernen beginnen
achter
Dzisiaj wyrzucę ja
Lernen beginnen
Ik ga vandaag weggooien
otrzymywać
Lernen beginnen
ontvangen
dostać
Lernen beginnen
krijgen
Mam rację
Lernen beginnen
Ik heb gelijk
zarabiać
Lernen beginnen
verdienen
Jestem na ciebie zły
Lernen beginnen
Ik ben boos op bij jou
Co kojarzy Ci się z Holandią?
Lernen beginnen
Wat doet je denk aan een Nederland
Wiatrak przypomina mi Holandię.
Lernen beginnen
molen doet me denken aan Nederland
Kwiaty przypominają mi Holandię.
Lernen beginnen
bloemen doen met denken aan Nederland
owca
Lernen beginnen
het schaap
baran
Lernen beginnen
het ram
przeważnie
Lernen beginnen
meestal
Zazwyczaj jem kawę z kanapką.
Lernen beginnen
Ik eet meestal stal koffie met boterham
Nie zdałem egzaminu
Lernen beginnen
ik ben gezakt voor mijn examen
jestem smutna
Lernen beginnen
Ik voel me verdrietig
Czuję się ponuro, przygnębiony
Lernen beginnen
Ik voel me somber
składa się
Lernen beginnen
bestaat
wujek
Lernen beginnen
de oom
kuzynka
Lernen beginnen
neef
kuzyn
Lernen beginnen
neef
szwagier
Lernen beginnen
zwager
odebrac
Lernen beginnen
ophalen, afhalen
Czy dostępne są kursy języka holenderskiego?
Lernen beginnen
zijn cursusen nederlands besgigbar?
czy sa organizowane kursy holenderskiego
Lernen beginnen
Zijn er cursussen Nederlands beschikbaar?
czy można sie zapisać?
Lernen beginnen
Kan ik me aanmelden?
Masz coś do roboty w sobotę?
Lernen beginnen
heb je zaterdag iets te doen
Nie, jeszcze nie
Lernen beginnen
Nee nog niet
Nie mam żadnych planów
Lernen beginnen
Ik heb geen plannen
Pójdziesz ze mną do sklepu?
Lernen beginnen
Ga je mee naar winkel
Może pójdziemy do sklepu w sobotę?
Lernen beginnen
Zoelen we zaterdag naar het winkel
i to jest dobry pomysł
Lernen beginnen
en dat is een goed idee
O której godzinie i gdzie się spotkamy?
Lernen beginnen
hoe laat en waar spreken we af
nie mam czasu
Lernen beginnen
Ik heb geen tijd
Jestem zajęty
Lernen beginnen
Ik heb het druk
mój kalendarz jest pełen
Lernen beginnen
mijn agenda is vool
poczęstuj się...
Lernen beginnen
Nee maar
poczęstuj się
Lernen beginnen
pak maar
już idę
Lernen beginnen
komt eraan
przyjaźń
Lernen beginnen
vriendschap
Czy mogę zapłacić?
Lernen beginnen
mogen ik afrekenen
płacić gotówką
Lernen beginnen
contant betalen
to wszystko?
Lernen beginnen
dat was het
Tak, to było wszystko
Lernen beginnen
Ja dat was het

Sie müssen eingeloggt sein, um einen Kommentar zu schreiben.