s 11

 0    50 Datenblatt    ganajerski
mp3 downloaden Drucken spielen überprüfen
 
Frage Antworten
De doos is zwaar.
Lernen beginnen
Pudełko jest ciężkie.
Ik vul de kan met water.
Lernen beginnen
Napełniam dzbanek wodą.
De rots is hard.
Lernen beginnen
Skała jest twarda.
Ik vul het formulier in.
Lernen beginnen
Wypełniam formularz.
De kalender hangt aan de muur.
Lernen beginnen
Kalendarz wisi na ścianie.
Ik ga naar de kapper.
Lernen beginnen
Idę do fryzjera.
De lucht is grijs.
Lernen beginnen
Niebo jest szare.
Ik loop op de stoep.
Lernen beginnen
Idę chodnikiem.
De wolf huilt.
Lernen beginnen
Wilk wyje.
Ik snijd groenten op de snijplank.
Lernen beginnen
Kroję warzywa na desce.
Ik woon in een rustige wijk.
Lernen beginnen
Mieszkam w spokojnej dzielnicy.
De batterij is leeg.
Lernen beginnen
Bateria jest rozładowana.
Ik bak iets in de pan.
Lernen beginnen
Smażę coś na patelni.
Ik spring over de regenplas.
Lernen beginnen
Skaczę przez kałużę.
Ik lees de krant.
Lernen beginnen
Czytam gazetę.
De papegaai praat.
Lernen beginnen
Papuga mówi.
Ik zet boeken op de plank.
Lernen beginnen
Kładę książki na półce.
Ik ga naar de drogist.
Lernen beginnen
Idę do drogerii.
De fontein is mooi.
Lernen beginnen
Fontanna jest ładna.
Ik gebruik een theezeef.
Lernen beginnen
Używam sitka do herbaty.
Ik stuur een brief.
Lernen beginnen
Wysyłam list.
De snelweg is druk.
Lernen beginnen
Autostrada jest zatłoczona.
Ik koop verse groente.
Lernen beginnen
Kupuję świeże warzywa.
De uil kijkt rond.
Lernen beginnen
Sowa się rozgląda.
Ik druk op de schakelaar.
Lernen beginnen
Naciskam włącznik.
Ik koop een tijdschrift.
Lernen beginnen
Kupuję czasopismo.
De teen is blauw.
Lernen beginnen
Palec u nogi jest siny.
Ik vul de emmer met water.
Lernen beginnen
Napełniam wiadro wodą.
Ik voeg kruiden toe.
Lernen beginnen
Dodaję przyprawy.
De haven is groot.
Lernen beginnen
Port jest duży.
Ik ga naar de dokterspost.
Lernen beginnen
Idę do przychodni.
Ik neem een mand.
Lernen beginnen
Biorę koszyk.
De modder is nat.
Lernen beginnen
Błoto jest mokre.
Ik lees de krant.
Lernen beginnen
Czytam gazetę.
De tak breekt.
Lernen beginnen
Gałąź się łamie.
Ik maak een presentatie.
Lernen beginnen
Robię prezentację.
De haas springt.
Lernen beginnen
Zając skacze.
Ik drink uit een beker.
Lernen beginnen
Piję z kubka.
De schouder doet pijn.
Lernen beginnen
Boli mnie ramię.
Ik koop nieuwe kleding.
Lernen beginnen
Kupuję nowe ubrania.
De verkeerslichten zijn rood.
Lernen beginnen
Światła są czerwone.
Ik rasp kaas met de rasp.
Lernen beginnen
Trę ser tarką.
Ik loop langs de kust.
Lernen beginnen
Idę wzdłuż wybrzeża.
Ik zit in de pauzeruimte.
Lernen beginnen
Siedzę w pokoju socjalnym.
Ik haal medicijnen bij de apotheek.
Lernen beginnen
Odbieram leki w aptece.
De doos is groot.
Lernen beginnen
Pudełko jest duże.
Ik knoop het touw vast.
Lernen beginnen
Zawiązuję sznurek.
De wolf huilt.
Lernen beginnen
Wilk wyje.
Ik vul de kan met water.
Lernen beginnen
Napełniam dzbanek wodą.
De oceaan is diep.
Lernen beginnen
Ocean jest głęboki.

Sie müssen eingeloggt sein, um einen Kommentar zu schreiben.