sl 13

 0    40 Datenblatt    ganajerski
mp3 downloaden Drucken spielen überprüfen
 
Frage Antworten
De kip legt een ei.
Lernen beginnen
Kura znosi jajko.
Ik vraag om de bon.
Lernen beginnen
Proszę o paragon.
De vloer is schoon.
Lernen beginnen
Podłoga jest czysta.
Ik eet een boterham.
Lernen beginnen
Jem kanapkę.
De chauffeur rijdt voorzichtig.
Lernen beginnen
Kierowca jedzie ostrożnie.
De lente is mooi.
Lernen beginnen
Wiosna jest piękna.
Ik maak mijn taak af.
Lernen beginnen
Kończę moje zadanie.
De verpakking is kapot.
Lernen beginnen
Opakowanie jest uszkodzone.
De geit eet gras.
Lernen beginnen
Koza je trawę.
Ik kijk op de kaart.
Lernen beginnen
Patrzę na mapę.
De kastdeur is open.
Lernen beginnen
Drzwi szafy są otwarte.
Ik voel pijn.
Lernen beginnen
Czuję ból.
De bezoeker wacht buiten.
Lernen beginnen
Odwiedzający czeka na zewnątrz.
Ik snijd een ui.
Lernen beginnen
Kroję cebulę.
De herfst is koud.
Lernen beginnen
Jesień jest zimna.
De plant heeft water nodig.
Lernen beginnen
Roślina potrzebuje wody.
Ik neem een pauze.
Lernen beginnen
Robię przerwę.
De straatnaam lees ik op het bord.
Lernen beginnen
Czytam nazwę ulicy na tablicy.
De mat ligt voor de deur.
Lernen beginnen
Wycieraczka leży przed drzwiami.
Ik doe zout in de soep.
Lernen beginnen
Dodaję sól do zupy.
De docent legt het uit.
Lernen beginnen
Nauczyciel to wyjaśnia.
De lucht is blauw.
Lernen beginnen
Niebo jest niebieskie.
Ik vraag om hulp.
Lernen beginnen
Proszę o pomoc.
De schuur staat achter het huis.
Lernen beginnen
Szopa stoi za domem.
Ik maak pasta.
Lernen beginnen
Robię makaron.
We lopen over de brug.
Lernen beginnen
Idziemy przez most.
Ik plak een pleister.
Lernen beginnen
Przyklejam plaster.
Wat is de datum vandaag.
Lernen beginnen
Jaka jest dzisiaj data.
Ik lees het etiket.
Lernen beginnen
Czytam etykietę.
De warmte is fijn.
Lernen beginnen
Ciepło jest przyjemne.
Ik zoek mijn sleutelbos.
Lernen beginnen
Szukam pęku kluczy.
Ik maak een fout.
Lernen beginnen
Popełniam błąd.
Ik kook rijst.
Lernen beginnen
Gotuję ryż.
Ik heb een goed idee.
Lernen beginnen
Mam dobry pomysł.
Ik doe een oefening.
Lernen beginnen
Robię ćwiczenie.
Ik heb een afspraak bij de dokter.
Lernen beginnen
Mam wizytę u lekarza.
De kip legt een ei.
Lernen beginnen
Kura znosi jajko.
De bloem ruikt lekker.
Lernen beginnen
Kwiat ładnie pachnie.
De winkelwagen staat klaar.
Lernen beginnen
Wózek sklepowy stoi gotowy.
De aanbieding is goed.
Lernen beginnen
Promocja jest dobra.

Sie müssen eingeloggt sein, um einen Kommentar zu schreiben.