sl 17

 0    50 Datenblatt    ganajerski
mp3 downloaden Drucken spielen überprüfen
 
Frage Antworten
Ik sta elke dag om zeven uur op.
Lernen beginnen
Wstaję codziennie o siódmej.
Mijn moeder maakt koffie in de keuken.
Lernen beginnen
Moja mama robi kawę w kuchni.
De kinderen eten fruit in de ochtend.
Lernen beginnen
Dzieci jedzą owoce rano.
Ik neem mijn jas mee naar buiten.
Lernen beginnen
Biorę kurtkę na zewnątrz.
De hond wacht bij de deur.
Lernen beginnen
Pies czeka przy drzwiach.
Ik loop naar de supermarkt.
Lernen beginnen
Idę do supermarketu.
De winkel is vandaag heel druk.
Lernen beginnen
Sklep jest dziś bardzo zatłoczony.
Ik koop groenten voor de salade.
Lernen beginnen
Kupuję warzywa do sałatki.
De prijs is niet zo hoog.
Lernen beginnen
Cena nie jest taka wysoka.
Ik betaal met mijn pinpas.
Lernen beginnen
Płacę kartą.
De bus komt over vijf minuten.
Lernen beginnen
Autobus przyjedzie za pięć minut.
Ik zie de halte aan de linkerkant.
Lernen beginnen
Widzę przystanek po lewej stronie.
De rit naar mijn werk is kort.
Lernen beginnen
Podróż do pracy jest krótka.
Ik werk in een groot kantoor.
Lernen beginnen
Pracuję w dużym biurze.
De collega zit naast mij.
Lernen beginnen
Kolega siedzi obok mnie.
Ik maak een lijst met taken.
Lernen beginnen
Robię listę zadań.
De baas geeft mij een nieuwe opdracht.
Lernen beginnen
Szef daje mi nowe zadanie.
Ik neem een korte pauze.
Lernen beginnen
Robię krótką przerwę.
De printer werkt niet goed.
Lernen beginnen
Drukarka nie działa dobrze.
Ik stuur een email naar mijn docent.
Lernen beginnen
Wysyłam e‑mail do mojego nauczyciela.
De student leert voor de toets.
Lernen beginnen
Uczeń uczy się do testu.
Ik lees de tekst twee keer.
Lernen beginnen
Czytam tekst dwa razy.
Het lokaal is stil tijdens de les.
Lernen beginnen
Sala jest cicha podczas lekcji.
Ik schrijf met een blauwe pen.
Lernen beginnen
Piszę niebieskim długopisem.
De oefening is niet moeilijk.
Lernen beginnen
Ćwiczenie nie jest trudne.
Ik heb een vraag over het woord.
Lernen beginnen
Mam pytanie o to słowo.
Het antwoord staat op het bord.
Lernen beginnen
Odpowiedź jest na tablicy.
Ik begrijp de uitleg nu.
Lernen beginnen
Teraz rozumiem wyjaśnienie.
De keuze is heel duidelijk.
Lernen beginnen
Wybór jest bardzo jasny.
Ik krijg hulp van mijn vriend.
Lernen beginnen
Dostaję pomoc od mojego przyjaciela.
De dokter zegt dat ik moet rusten.
Lernen beginnen
Lekarz mówi, że muszę odpoczywać.
Ik heb een beetje koorts.
Lernen beginnen
Mam trochę gorączki.
De apotheek is dichtbij mijn huis.
Lernen beginnen
Apteka jest blisko mojego domu.
Ik koop een pleister voor mijn hand.
Lernen beginnen
Kupuję plaster na rękę.
De shampoo staat in de badkamer.
Lernen beginnen
Szampon stoi w łazience.
Ik was mijn handen met zeep.
Lernen beginnen
Myję ręce mydłem.
De spiegel hangt boven de wastafel.
Lernen beginnen
Lustro wisi nad umywalką.
De trap is smal maar stevig.
Lernen beginnen
Schody są wąskie, ale solidne.
Ik open het raam voor frisse lucht.
Lernen beginnen
Otwieram okno dla świeżego powietrza.
De lamp geeft warm licht.
Lernen beginnen
Lampa daje ciepłe światło.
De stoel is heel comfortabel.
Lernen beginnen
Krzesło jest bardzo wygodne.
Ik leg het kussen op de bank.
Lernen beginnen
Kładę poduszkę na kanapie.
De sleutelbos ligt in mijn jaszak.
Lernen beginnen
Pęk kluczy leży w kieszeni mojej kurtki.
De tuin heeft veel bloemen.
Lernen beginnen
Ogród ma dużo kwiatów.
De plant staat naast het raam.
Lernen beginnen
Roślina stoi obok okna.
De regenboog is heel mooi.
Lernen beginnen
Tęcza jest bardzo piękna.
De lucht wordt donker.
Lernen beginnen
Niebo robi się ciemne.
De wind is vandaag sterk.
Lernen beginnen
Wiatr jest dziś silny.
De vogel vliegt over het huis.
Lernen beginnen
Ptak leci nad domem.
De rivier stroomt langzaam.
Lernen beginnen
Rzeka płynie powoli.

Sie müssen eingeloggt sein, um einen Kommentar zu schreiben.