sl 32

 0    50 Datenblatt    ganajerski
mp3 downloaden Drucken spielen überprüfen
 
Frage Antworten
Ik zie een vrije parkeerplaats bij de winkel.
Lernen beginnen
Widzę wolne miejsce parkingowe przy sklepie.
We hebben een korte pauze op het werk.
Lernen beginnen
Mamy krótką przerwę w pracy.
In deze periode werk ik veel.
Lernen beginnen
W tym okresie dużo pracuję.
Elke persoon krijgt een kaartje.
Lernen beginnen
Każda osoba dostaje bilet.
Ik eet brood met pindakaas.
Lernen beginnen
Jem chleb z masłem orzechowym.
De politieagent staat op de hoek.
Lernen beginnen
Policjant stoi na rogu.
Mijn portemonnee ligt op de tafel.
Lernen beginnen
Mój portfel leży na stole.
De postbode brengt een brief.
Lernen beginnen
Listonosz przynosi list.
Wat is jouw postcode?
Lernen beginnen
Jaki jest twój kod pocztowy?
De dokter werkt in een kleine praktijk.
Lernen beginnen
Lekarz pracuje w małej praktyce.
Ik maak een presentatie voor school.
Lernen beginnen
Robię prezentację do szkoły.
De prijsstijging is niet fijn.
Lernen beginnen
Wzrost cen nie jest fajny.
Er is een printerstoring op kantoor.
Lernen beginnen
W biurze jest awaria drukarki.
De professor praat langzaam.
Lernen beginnen
Profesor mówi powoli.
Ik doe een kleine proef in de keuken.
Lernen beginnen
Robię małą próbę w kuchni.
Morgen heb ik een proefles autorijden.
Lernen beginnen
Jutro mam lekcję próbną jazdy.
Het proefwerk is moeilijk.
Lernen beginnen
Kartkówka jest trudna.
Deze provincie is heel rustig.
Lernen beginnen
Ta prowincja jest bardzo spokojna.
Ik maak een puzzel met mijn kind.
Lernen beginnen
Układam puzzle z moim dzieckiem.
Wat is jouw rekeningnummer?
Lernen beginnen
Jaki jest twój numer konta?
Ik koop een reisverzekering voor de vakantie.
Lernen beginnen
Kupuję ubezpieczenie podróżne na wakacje.
De reparatiekosten zijn hoog.
Lernen beginnen
Koszty naprawy są wysokie.
Er staat een lange rij voor de deur.
Lernen beginnen
Przed drzwiami stoi długa kolejka.
Ik haal mijn rijbewijs volgende maand.
Lernen beginnen
Odbieram prawo jazdy w przyszłym miesiącu.
De rijschool is naast het station.
Lernen beginnen
Szkoła jazdy jest obok stacji.
Zij draagt een blauwe rok.
Lernen beginnen
Ona nosi niebieską spódnicę.
Iedereen heeft een andere rol in het spel.
Lernen beginnen
Każdy ma inną rolę w grze.
De route naar het strand is kort.
Lernen beginnen
Droga na plażę jest krótka.
Ik zet fruit op een schaal.
Lernen beginnen
Kładę owoce na półmisku.
Ik knip papier met een schaar.
Lernen beginnen
Tnę papier nożyczkami.
De boom maakt een grote schaduw.
Lernen beginnen
Drzewo robi duży cień.
Hij krijgt een schadevergoeding na het ongeluk.
Lernen beginnen
Dostaje odszkodowanie po wypadku.
Ik druk op de schakel om het licht aan te doen.
Lernen beginnen
Naciskam przełącznik, żeby włączyć światło.
De schatting is niet precies.
Lernen beginnen
Szacunek nie jest dokładny.
Mijn schooltas is zwaar.
Lernen beginnen
Moja torba szkolna jest ciężka.
De schoonmaak duurt een uur.
Lernen beginnen
Sprzątanie trwa godzinę.
De schoonmaker werkt snel.
Lernen beginnen
Sprzątacz pracuje szybko.
De schoenenwinkel is open.
Lernen beginnen
Sklep z butami jest otwarty.
Ik zoek mijn sleutelbos.
Lernen beginnen
Szukam mojego pęku kluczy.
We eten friet bij de snackbar.
Lernen beginnen
Jemy frytki w barze szybkiej obsługi.
De snelheidscamera staat op de weg.
Lernen beginnen
Fotoradar stoi przy drodze.
Ik drink soep uit een soepkom.
Lernen beginnen
Piję zupę z miski.
De sortering van de post is klaar.
Lernen beginnen
Sortowanie poczty jest gotowe.
De sporthal is groot.
Lernen beginnen
Hala sportowa jest duża.
Ik koop nieuwe sportkleding.
Lernen beginnen
Kupuję nowe ubrania sportowe.
De stadskern is druk.
Lernen beginnen
Centrum miasta jest ruchliwe.
Ik zet een kleine stap naar voren.
Lernen beginnen
Robię mały krok do przodu.
De start van de race is om tien uur.
Lernen beginnen
Start wyścigu jest o dziesiątej.
Haar stem is zacht.
Lernen beginnen
Jej głos jest delikatny.
De stoelgang is normaal.
Lernen beginnen
Wypróżnienie jest normalne.

Sie müssen eingeloggt sein, um einen Kommentar zu schreiben.