sl 39

 0    50 Datenblatt    ganajerski
mp3 downloaden Drucken spielen überprüfen
 
Frage Antworten
De lange man loopt langzaam door het park.
Lernen beginnen
Wysoki mężczyzna idzie wolno przez park.
Ik neem een korte pauze, want ik ben moe.
Lernen beginnen
Robię krótką przerwę, bo jestem zmęczony.
Mijn dikke kat slaapt altijd op de bank.
Lernen beginnen
Mój gruby kot zawsze śpi na kanapie.
De dunne hond rent snel naar mij toe.
Lernen beginnen
Chudy pies biegnie szybko w moją stronę.
Ik koop een mooie bloem voor mijn moeder.
Lernen beginnen
Kupuję ładny kwiat dla mamy.
De lelijke stoel staat in de hoek.
Lernen beginnen
Brzydkie krzesło stoi w rogu.
De jonge vrouw leert Nederlands met mij.
Lernen beginnen
Młoda kobieta uczy się ze mną niderlandzkiego.
Mijn oude opa drinkt elke ochtend koffie.
Lernen beginnen
Mój stary dziadek pije codziennie rano kawę.
De vriendelijke buurman helpt mij met de tas.
Lernen beginnen
Uprzejmy sąsiad pomaga mi z torbą.
De onvriendelijke man zegt niets terug.
Lernen beginnen
Nieuprzejmy mężczyzna nic nie odpowiada.
De aardige vrouw geeft mij een warm drankje.
Lernen beginnen
Miła kobieta daje mi ciepły napój.
De strenge leraar kijkt naar de klas.
Lernen beginnen
Surowy nauczyciel patrzy na klasę.
Ik blijf rustig, ook als het druk is.
Lernen beginnen
Pozostaję spokojny, nawet gdy jest głośno.
De drukke straat maakt mij een beetje bang.
Lernen beginnen
Zajęta/głośna ulica trochę mnie przeraża.
De grappige jongen vertelt een verhaal.
Lernen beginnen
Zabawny chłopak opowiada historię.
De saaie film duurt te lang.
Lernen beginnen
Nudny film trwa za długo.
Mijn slimme zus vindt snel een oplossing.
Lernen beginnen
Moja mądra siostra szybko znajduje rozwiązanie.
De domme fout kost veel tijd.
Lernen beginnen
Głupi błąd kosztuje dużo czasu.
De sterke man tilt een zware doos.
Lernen beginnen
Silny mężczyzna podnosi ciężkie pudełko.
Het zwakke licht komt door het raam.
Lernen beginnen
Słabe światło wpada przez okno.
De dure auto staat voor het huis.
Lernen beginnen
Drogi samochód stoi przed domem.
Ik koop een goedkope jas voor de winter.
Lernen beginnen
Kupuję tanią kurtkę na zimę.
Mijn nieuwe telefoon werkt heel goed.
Lernen beginnen
Mój nowy telefon działa bardzo dobrze.
Ik gebruik mijn oude laptop nog steeds.
Lernen beginnen
Nadal używam mojego starego laptopa.
De kapotte lamp geeft geen licht.
Lernen beginnen
Zepsuta lampa nie daje światła.
De hele taart is voor het feest.
Lernen beginnen
Całe ciasto jest na przyjęcie.
De volle bus vertrekt om acht uur.
Lernen beginnen
Pełny autobus odjeżdża o ósmej.
De lege fles ligt op tafel.
Lernen beginnen
Pusta butelka leży na stole.
De muziek is te hard voor mij.
Lernen beginnen
Muzyka jest dla mnie za głośna.
Ik hou van een zacht kussen in bed.
Lernen beginnen
Lubię miękką poduszkę w łóżku.
Mijn natte jas hangt bij de deur.
Lernen beginnen
Moja mokra kurtka wisi przy drzwiach.
De droge handdoek ligt in de kast.
Lernen beginnen
Suchy ręcznik leży w szafie.
Ik maak de keuken schoon na het eten.
Lernen beginnen
Sprzątam kuchnię po jedzeniu.
De vieze schoenen staan buiten.
Lernen beginnen
Brudne buty stoją na zewnątrz.
De warme soep ruikt heel lekker.
Lernen beginnen
Ciepła zupa pachnie bardzo smacznie.
Het koude water maakt mijn handen rood.
Lernen beginnen
Zimna woda robi moje ręce czerwone.
De lichte tas draag ik zonder probleem.
Lernen beginnen
Lekką torbę noszę bez problemu.
De donkere kamer voelt een beetje eng.
Lernen beginnen
Ciemny pokój jest trochę straszny.
De brede weg gaat naar het centrum.
Lernen beginnen
Szeroka droga prowadzi do centrum.
Ik loop over het smalle pad in het bos.
Lernen beginnen
Idę wąską ścieżką w lesie.
Ik ben blij als ik mijn vrienden zie.
Lernen beginnen
Jestem szczęśliwy, gdy widzę przyjaciół.
Hij wordt boos als hij lang moet wachten.
Lernen beginnen
On staje się zły, gdy musi długo czekać.
Het kind is bang voor de grote hond.
Lernen beginnen
Dziecko boi się dużego psa.
Zij is verdrietig omdat haar kat weg is.
Lernen beginnen
Ona jest smutna, bo jej kot zniknął.
Ik voel me moe na een lange dag.
Lernen beginnen
Czuję się zmęczony po długim dniu.
Hij blijft fit door veel te lopen.
Lernen beginnen
On pozostaje w formie, dużo chodząc.
Zij blijft thuis omdat ze ziek is.
Lernen beginnen
Ona zostaje w domu, bo jest chora.
Ik eet gezond om sterk te blijven.
Lernen beginnen
Jem zdrowo, żeby pozostać silnym.
Ik ben vandaag druk met werk.
Lernen beginnen
Jestem dziś zajęty pracą.
Morgen ben ik vrij en ga ik naar het park.
Lernen beginnen
Jutro mam wolne i idę do parku.

Sie müssen eingeloggt sein, um einen Kommentar zu schreiben.