sl 6

 0    50 Datenblatt    ganajerski
mp3 downloaden Drucken spielen überprüfen
 
Frage Antworten
De buurman drinkt koffie in de tuin.
Lernen beginnen
Sąsiad pije kawę w ogrodzie.
De buurvrouw leest een boek in de woonkamer.
Lernen beginnen
Sąsiadka czyta książkę w salonie.
De klant wacht bij de kassa.
Lernen beginnen
Klient czeka przy kasie.
De woonkamer is groot en licht.
Lernen beginnen
Salon jest duży i jasny.
De tuin heeft veel bloemen.
Lernen beginnen
Ogród ma dużo kwiatów.
De muur is wit.
Lernen beginnen
Ściana jest biała.
De koelkast is vol.
Lernen beginnen
Lodówka jest pełna.
De wasmachine staat in de badkamer.
Lernen beginnen
Pralka stoi w łazience.
Ik koop boter in de winkel.
Lernen beginnen
Kupuję masło w sklepie.
Het vlees ligt in de koelkast.
Lernen beginnen
Mięso leży w lodówce.
De vis is vers.
Lernen beginnen
Ryba jest świeża.
De groente is gezond.
Lernen beginnen
Warzywo jest zdrowe.
De appel is rood.
Lernen beginnen
Jabłko jest czerwone.
De aardappel ligt op de tafel.
Lernen beginnen
Ziemniak leży na stole.
De tomaat is zacht.
Lernen beginnen
Pomidor jest miękki.
Het ei kookt in de pan.
Lernen beginnen
Jajko gotuje się w garnku.
De suiker staat in de kast.
Lernen beginnen
Cukier stoi w szafce.
De winkel is open.
Lernen beginnen
Sklep jest otwarty.
De supermarkt is groot.
Lernen beginnen
Supermarket jest duży.
Ik heb geen geld.
Lernen beginnen
Nie mam pieniędzy.
De prijs is laag.
Lernen beginnen
Cena jest niska.
De tas is zwaar.
Lernen beginnen
Torba jest ciężka.
De portemonnee ligt thuis.
Lernen beginnen
Portfel leży w domu.
De rekening is duur.
Lernen beginnen
Rachunek jest drogi.
De kassa is kapot.
Lernen beginnen
Kasa jest zepsuta.
Het product is nieuw.
Lernen beginnen
Produkt jest nowy.
De aanbieding is goed.
Lernen beginnen
Promocja jest dobra.
De fles is leeg.
Lernen beginnen
Butelka jest pusta.
De doos is groot.
Lernen beginnen
Pudełko jest duże.
Het pak melk is koud.
Lernen beginnen
Paczka mleka jest zimna.
De telefoon ligt op tafel.
Lernen beginnen
Telefon leży na stole.
De laptop is oud.
Lernen beginnen
Laptop jest stary.
De bril is kapot.
Lernen beginnen
Okulary są zepsute.
De jas hangt aan de kapstok.
Lernen beginnen
Kurtka wisi na wieszaku.
De schoenen zijn nieuw.
Lernen beginnen
Buty są nowe.
De kleding is goedkoop.
Lernen beginnen
Ubrania są tanie.
De stad is mooi.
Lernen beginnen
Miasto jest ładne.
Het dorp is rustig.
Lernen beginnen
Wieś jest spokojna.
De straat is lang.
Lernen beginnen
Ulica jest długa.
De weg is smal.
Lernen beginnen
Droga jest wąska.
De brug is hoog.
Lernen beginnen
Most jest wysoki.
Het station is dichtbij.
Lernen beginnen
Stacja jest blisko.
De bushalte is om de hoek.
Lernen beginnen
Przystanek jest za rogiem.
De trein komt om tien uur.
Lernen beginnen
Pociąg przyjeżdża o dziesiątej.
Het verkeer is druk.
Lernen beginnen
Ruch drogowy jest duży.
Het plein is vol mensen.
Lernen beginnen
Plac jest pełen ludzi.
De winkelstraat is gezellig.
Lernen beginnen
Ulica handlowa jest przyjemna.
De markt is open op zaterdag.
Lernen beginnen
Targ jest otwarty w sobotę.
Het ziekenhuis is groot.
Lernen beginnen
Szpital jest duży.
De wolk is grijs.
Lernen beginnen
Chmura jest szara.

Sie müssen eingeloggt sein, um einen Kommentar zu schreiben.