Toggle navigation
Erstellen Sie ein Konto
Anmelden
Karteikarten erstellen
Kurse
Vaste voorzetsels
Vaste voorzetsels
0
88 Datenblatt
bartoszkowalewski90
Lernen beginnen
mp3 downloaden
×
Perfekt für Zuhörer
–
verwandeln Sie Ihre Worte in Audiocurs und lernen Sie:
wenn Sie mit dem Bus oder dem Auto fahren
mit einem Hund spazieren gehen
Warten in der Warteschlange
vor dem Zubettgehen
Diese Funktion ist nur für Premium-Benutzer verfügbar.
aktiviere das Premiumkonto
Beispielaufnahme
Drucken
×
Perfekt außerhalb des Hauses
–
drucke deine Worte:
als praktische Liste
als Teile geschnitten werden
Diese Funktion ist nur für Premium-Benutzer verfügbar.
aktiviere das Premiumkonto
Musterausdruck
spielen
überprüfen
Frage
Antworten
Ik wacht ___ je reactie.
Lernen beginnen
wachten op
Hij klaagt ___ zijn werk.
Lernen beginnen
klagen over
Ze is trots ___ haar dochter.
Lernen beginnen
trots zijn op
Ik heb moeite ___ dit uit te leggen.
Lernen beginnen
moeite hebben met
We zijn afhankelijk ___ het weer.
Lernen beginnen
afhankelijk zijn van
Hij twijfelt ___ zijn beslissing.
Lernen beginnen
twijfelen aan
Ze is tevreden ___ het resultaat.
Lernen beginnen
tevreden zijn met
Ik geloof niet ___ toeval.
Lernen beginnen
geloven in
Hij rekent ___ jouw hulp.
Lernen beginnen
rekenen op
Ze is geïnteresseerd ___ kunst.
Lernen beginnen
geinteresseerd zijn in
Ik ben bang ___ fouten te maken.
Lernen beginnen
bang zijn voor
We bereiden ons ___ het examen.
Lernen beginnen
zich voorbereiden op
Hij is verantwoordelijk ___ het project.
Lernen beginnen
verantwoordelijk zijn voor
Ik ben het niet eens ___ hem.
Lernen beginnen
het eens zijn met
Ze wacht ___ de bus.
Lernen beginnen
wachten op
Hij heeft last ___ stress.
Lernen beginnen
last hebben van
Ik denk vaak ___ mijn toekomst.
Lernen beginnen
denken over
We praten ___ het probleem.
Lernen beginnen
praten over
Hij houdt rekening ___ anderen.
Lernen beginnen
rekening houden met
Ze schaamt zich ___ haar gedrag.
Lernen beginnen
zich schamen voor
Ik ben gewend ___ vroeg opstaan.
Lernen beginnen
gewend zijn aan
Hij maakt zich zorgen ___ zijn baan.
Lernen beginnen
zich zorgen maken over
We zijn blij ___ het resultaat.
Lernen beginnen
blij zijn met
Ik heb vertrouwen ___ hem.
Lernen beginnen
vertrouwen hebben in
Hij reageerde boos ___ het nieuws.
Lernen beginnen
reageren op
Ze heeft bezwaar ___ die beslissing.
Lernen beginnen
bezwaar hebben tegen
Ik ben bekend ___ dat systeem.
Lernen beginnen
bekend zijn met
Hij is goed ___ wiskunde.
Lernen beginnen
goed zijn in
We zijn trots ___ ons team.
Lernen beginnen
trots zijn op
Hij heeft ervaring ___ dit werk.
Lernen beginnen
ervaring hebben met
Ik ben klaar ___ dit gesprek.
Lernen beginnen
klaar zijn met
Ze gelooft sterk ___ zichzelf.
Lernen beginnen
geloven in
Hij is boos ___ zijn collega.
Lernen beginnen
boos zijn op
Hij dringt ___ een snelle oplossing.
Lernen beginnen
aandringen op
We hebben te maken ___ een lastig probleem.
Lernen beginnen
te maken hebben met
Ze baseert haar mening ___ feiten.
Lernen beginnen
baseren op
Ik heb geen invloed ___ die beslissing.
Lernen beginnen
invloed hebben op
Hij beschuldigt hem ___ fraude.
Lernen beginnen
beschuldigen van
We zijn niet zeker ___ de uitkomst.
Lernen beginnen
zeker zijn van
Ze twijfelt sterk ___ haar keuze.
Lernen beginnen
twijfelen aan
Ik ben me bewust ___ de risico’s.
Lernen beginnen
zich bewust zijn van
Hij heeft zich verdiept ___ het onderwerp.
Lernen beginnen
zich verdiepen in
We houden ons ___ de regels.
Lernen beginnen
zich houden aan
Ze heeft geen begrip ___ zijn situatie.
Lernen beginnen
begrip hebben voor
Ik ben teleurgesteld ___ het resultaat.
Lernen beginnen
teleurgesteld zijn in
Hij heeft zich gespecialiseerd ___ IT.
Lernen beginnen
zich specialiseren in
We streven ___ verbetering.
Lernen beginnen
streven naar
Ze rekent ___ een positieve reactie.
Lernen beginnen
rekenen op
Ik maak bezwaar ___ die maatregel.
Lernen beginnen
bezwaar maken tegen
Hij is niet vatbaar ___ kritiek.
być podatnym na
Lernen beginnen
vatbaar zijn voor
We beschikken ___ voldoende middelen.
dysponować czymś / mieć do dyspozycji
Lernen beginnen
beschikken over
Ze beroept zich ___ haar ervaring.
powoływać się na coś
Lernen beginnen
zich beroepen op
Ik zie af ___ dat plan.
Lernen beginnen
afzien van
Hij is geneigd ___ snel te oordelen.
Lernen beginnen
geneigd zijn tot
We hebben behoefte ___ duidelijkheid.
Lernen beginnen
behoefte hebben aan
Ze is overtuigd ___ haar gelijk.
Lernen beginnen
overtuigd zijn van
Ik heb moeite ___ veranderingen.
Lernen beginnen
moeite hebben met
Hij verzet zich ___ die beslissing.
sprzeciwiać się czemuś / stawiać opór / protestować przeciwko
Lernen beginnen
zich verzetten tegen
Hij moet zich voortaan ___ de regels houden.
od tej pory musi przestrzegać zasad
Lernen beginnen
aan
We hebben afgesproken ons voortaan ___ het plan te houden.
umówiliśmy się, że od teraz będziemy trzymać się planu
Lernen beginnen
aan
Zij beloofde zich voortaan ___ de afspraken te houden.
obiecała, że od tej pory będzie dotrzymywać ustaleń
Lernen beginnen
aan
Hij kwam ___ het idee om eerder te vertrekken.
wpadł na pomysł, żeby wyjść wcześniej
Lernen beginnen
op
Hoe ben je ___ dat idee gekomen?
jak wpadłeś na ten pomysł?
Lernen beginnen
op
Ze is pas later ___ het idee gekomen.
dopiero później wpadła na ten pomysł
Lernen beginnen
op
Zijn mening ___ naar links.
skłania się ku (poglądy)
Lernen beginnen
neigt
Het gesprek ___ naar een conflict.
zmierza ku czemuś (tendencja)
Lernen beginnen
neigt
Ik ___ ernaar om dat voorstel te accepteren.
mieć skłonność do czegoś
Lernen beginnen
neig
Succes is ___ ___ met hard werken.
coś zawsze idzie w parze z czymś
Lernen beginnen
onlosmakelijk verbonden
Vrijheid is ___ ___ met verantwoordelijkheid.
nierozerwalnie związane z
Lernen beginnen
onlosmakelijk verbonden
De docent legde de ___ ___ grammatica.
położyć nacisk na
Lernen beginnen
nadruk op
In dit rapport wordt de ___ ___ duurzaamheid gelegd.
podkreślać coś
Lernen beginnen
nadruk op
Zij legt veel ___ ___ samenwerking.
kłaść duży nacisk
Lernen beginnen
nadruk op
Hij geeft eigenlijk niet ___ wat anderen denken.
nie przejmuje się
Lernen beginnen
om
Ze geeft wel ___ haar familie.
zależy jej na kimś
Lernen beginnen
om
De docent legde de ___ ___ grammatica.
położyć nacisk na
Lernen beginnen
nadruk op
In dit rapport wordt de ___ ___ duurzaamheid gelegd.
podkreślać coś
Lernen beginnen
nadruk op
Zij legt veel ___ ___ samenwerking.
kłaść duży nacisk
Lernen beginnen
nadruk op
Hij geeft eigenlijk niet ___ wat anderen denken.
nie przejmuje się
Lernen beginnen
om
Ze geeft wel ___ haar familie.
zależy jej na kimś
Lernen beginnen
om
De arts ___ het hem ___ roken.
van
Lernen beginnen
raadde
odradzić coś
Ik zou je ___ ___ om dat te doen.
van
Lernen beginnen
afraden
odradzać jakiś pomysł
Ze hebben mij sterk ___ ___ die investering.
van
Lernen beginnen
afgeraden
stanowczo odradzić
Mensen ___ zich ___ huis tijdens de lockdown.
op in
Lernen beginnen
sloten
zamykać się w domu
Hij ___ zich dagenlang ___ zijn kamer.
op in
Lernen beginnen
sloot
zamykać się w pokoju
Het is ongezond om je zo ___ ___ huis.
izolować się w domu
Lernen beginnen
op te sluiten in
Zij ___ zich ___ voor het milieu.
in
Lernen beginnen
zetten
angażować się na rzecz
Veel vrijwilligers ___ zich ___ kwetsbare mensen.
in
Lernen beginnen
zetten
poświęcać się komuś
De organisatie ___ zich actief ___ onderwijs.
in
Lernen beginnen
zet
aktywnie działać na rzecz
Karteikarten erstellen
Nederlands, Vlaams
Sie müssen eingeloggt sein, um einen Kommentar zu schreiben.
×
Main
Der Fortschrittsbalken
Uhr
Erzwingen gute Antwort
Inhalt
Text
Beispieltext
Bilder
Aufnahmen
Aufnahmen beispiels
Aufnahmen nativen
Betonen Grammatik
Optionen Rezept
ignorieren:
Räume
nationalen Zeichen
Klammern
Zeichensetzung
empfindlich
kein Gegenstand des Artikels
vereint Verknüpfungen
bestellen
Fehler melden
Danke für den Hinweis :)
1
2
3
4
überprüfen
weiter
Ich bin direkt ↑
(
Tipp:
Durch Drücken
der Eingabetaste
hält die Antwort so
schlecht
Tip2:
zurück zu der Frage zu sehen, klicken Sie auf den Merkzettel )
Ich weiß nicht,
I
Antwort anzeigen
überprüfen
weiter
Ich bin direkt ↑
(
Tipp:
Durch Drücken
der Eingabetaste
hält die Antwort so
schlecht
Tip2:
zurück zu der Frage zu sehen, klicken Sie auf den Merkzettel )
Gut gemacht, gut Sie gehen :)
Der Schöpfer ist die Flashkarte Bartoszkowalewski90Punkt
Klicken Sie auf Ihre eigenen Lernkarten erstellen :)
Wenn Sie bereit bevorzugen, versuchen Sie unsere professionelle Kurse.
Englische Wörter: Top 500 Verben
versuchen Sie es kostenlos
Englisch für Kinder
versuchen Sie es kostenlos
Wiederholen Sie alle
Wiederholen schwieriger
Ende der Runde
1
Summe
Runde
I
Ich weiß nicht,
1
(
)
(
)
Nächste Runde
Wiederholen Sie, was Sie nicht wissen,
`
1
2
3
4
5
6
7
8
9
0
-
=
Deutsch
English
American English
Français
italiano
Nederlands, Vlaams
Norsk
język polski
português
русский язык
Svenska
español
українська мова
gjuha shqipe
العربية
euskara
беларуская мова
български език
中文, 汉语, 漢語
dansk
Esperanto
eesti keel
føroyskt
suomen kieli
galego
Gàidhlig
ქართული
ελληνικά
עברית
हिन्दी, हिंदी
Bahasa Indonesia
Íslenska
日本語, にほんご
ייִדיש
ಕನ್ನಡ
Қазақша
català, valencià
한국어, 韓國語, 조선어, 朝鮮語
hrvatski jezik
latine
latviešu valoda
lietuvių kalba
Lëtzebuergesch
bahasa Melayu, بهاس ملايو
Malti
македонски јазик
Papiamento
فارسی
Português brasileiro
rumantsch grischun
limba română
српски језик
slovenský jazyk
slovenski jezik
ไทย
český jazyk
Xitsonga
Setswana
Türkçe
magyar
اردو
Tiếng Việt
isiXhosa
isiZulu
q
w
e
r
t
y
u
i
o
p
[
]
\
a
s
d
f
g
h
j
k
l
;
'
z
x
c
v
b
n
m
,
.
/
Ctrl + Alt
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
×
Wählen Sie die richtige Antwort
neuer Test
×
Entdecken Sie alle Paare in der kleinsten Anzahl von Zügen!
0
Treppe
Neues Spiel:
4x3
5x4
6x5
7x6
×
einloggen
einloggen
Einloggen
Anmelden oder E-Mail
Passwort
Einloggen
Passwort vergessen?
Sie haben noch kein Konto?
einloggen
einloggen
Erstellen Sie ein Konto
Starten Sie den Kurs als Geschenk :)
Kostenlos. Ohne Verpflichtungen. Kein Spam.
Ihre E-Mail-Adresse
Erstellen Sie ein Konto
Haben bereits ein Konto?
Ich akzeptiere die
Vorschriften
und
Datenschutzrichtlinie