argumentacja

 0    40 Datenblatt    malgorzatastas
mp3 downloaden Drucken spielen überprüfen
 
Frage Antworten
niemożliwe
coś nie może się zdarzyć
Lernen beginnen
onmogelijk
Dat is onmogelijk.
jasny / wyraźny
coś łatwe do zrozumienia
Lernen beginnen
duidelijk
De uitleg is duidelijk.
niewątpliwie
bez żadnych wątpliwości
Lernen beginnen
ongetwijfeld
Hij zal ongetwijfeld winnen.
wątpić
nie być pewnym
Lernen beginnen
twijfelen
Ik twijfel aan zijn verhaal.
zastanawiać się
myśleć nad czymś
Lernen beginnen
zich afvragen
Ik vraag me af waarom.
zgodzić się z
formalne „zgadzać się”
Lernen beginnen
akkoord gaan met
Ik ga akkoord met het voorstel.
zgadzać się z kimś
mieć taką samą opinię
Lernen beginnen
het eens zijn met
Ik ben het met jou eens.
przeciwnik
osoba przeciwna czemuś
Lernen beginnen
de tegenstander
Hij is een tegenstander van dat plan.
zwolennik
osoba popierająca coś
Lernen beginnen
de voorstander
Zij is een voorstander van verandering.
zgadzać się / popierać
wyrazić zgodę
Lernen beginnen
instemmen
Hij stemde in met het voorstel.
okazać się nie takie złe
coś jest lepsze niż oczekiwano
Lernen beginnen
meevallen
Het examen viel mee.
zarzucać komuś
obwiniać kogoś
Lernen beginnen
verwijten
Hij verwijt mij de fout.
zarzut
oskarżenie wobec kogoś
Lernen beginnen
het verwijt
Het verwijt was onterecht.
z jednej strony... z drugiej strony
anderzijds heb ik geen tijd.
pokazuje kontrast
Lernen beginnen
enerzijds... anderzijds
Enerzijds wil ik gaan
także nie
również nie
Lernen beginnen
evenmin
Ik ga niet en hij evenmin.
wręcz przeciwnie
het is juist beter.
coś odwrotnego
Lernen beginnen
integendeel
Integendeel
raczej / wolałbym
preferencja
Lernen beginnen
liever
Ik ga liever naar huis.
preferować / wybierać
formalne „wybierać coś bardziej”
Lernen beginnen
verkiezen
Ik verkies koffie boven thee.
może
możliwość
Lernen beginnen
misschien
Misschien komt hij morgen.
zabraniać
nie pozwalać na coś
Lernen beginnen
verbieden
Het is verboden hier te roken.
zabroniony
coś czego nie wolno robić
Lernen beginnen
verboden
Parkeren is hier verboden.
uniemożliwiać
przeszkodzić w czymś
Lernen beginnen
beletten
Niets belet mij te gaan.
wchodzić (na teren)
wejść do miejsca
Lernen beginnen
betreden
Het gebouw niet betreden.
potrzeba
coś czego ktoś potrzebuje
Lernen beginnen
de behoefte
Ik heb behoefte aan rust.
mieć ochotę na / potrzebować
być gotowym na coś
Lernen beginnen
toe zijn aan
Ik ben toe aan vakantie.
musieć (nie trzeba)
używane z „nie”
Lernen beginnen
hoeven
Je hoeft niet te komen.
powinno się
formalne „powinno się”
Lernen beginnen
dienen
Dit dient zorgvuldig te gebeuren.
polecać
rekomendować coś
Lernen beginnen
aanbevelen
Ik kan dit restaurant aanbevelen.
słownictwo
zasób słów
Lernen beginnen
de woordenschat
Je woordenschat groeit.
słownictwo
formalne określenie słownictwa.
Lernen beginnen
het vocabulaire
dyftong
połączenie dwóch samogłosek np. ui
Lernen beginnen
de tweeklank
ij.
spółgłoska
litera która nie jest samogłoską.
Lernen beginnen
de medeklinker
przyimek
aan.
np. in
Lernen beginnen
de prepositie
op
zdanie podrzędne
zdanie zależne
Lernen beginnen
de bijzin
Ik weet dat hij komt.
szyk zdania
kolejność słów.
Lernen beginnen
de woordvolgorde
określenie
element zdania który coś określa.
Lernen beginnen
de bepaling
wywnioskować
wyciągnąć wniosek.
Lernen beginnen
afleiden
antonim
słowo o przeciwnym znaczeniu.
Lernen beginnen
het antoniem
synonim
słowo o podobnym znaczeniu.
Lernen beginnen
het synoniem
produkty spożywcze
jedzenie w sklepie.
Lernen beginnen
de levensmiddelen

Sie müssen eingeloggt sein, um einen Kommentar zu schreiben.