Moja lekcja

 0    84 Datenblatt    malgorzatastas
mp3 downloaden Drucken spielen überprüfen
 
Frage Antworten
mieć dolegliwości
Lernen beginnen
last hebben van)
boleć bardzo
Lernen beginnen
zeer doen)
z czasem
Lernen beginnen
na verloop van tijd)
powrót do zdrowia
Lernen beginnen
de beterschap)
życzenia szybkiego powrotu do zdrowia
Lernen beginnen
van harte beterschap)
przeziębiony
Lernen beginnen
verkouden)
przeziębienie
Lernen beginnen
de verkoudheid)
zatkany nos
Lernen beginnen
verstopte neus
kichać
Lernen beginnen
niezen
gorączka
Lernen beginnen
de koorts
termometr
Lernen beginnen
de thermometer
pot
Lernen beginnen
het zweet
zawroty głowy
Lernen beginnen
duizelig
mdłości
Lernen beginnen
misselijk
złapać chorobe
Lernen beginnen
oplopen
zapalenie
Lernen beginnen
de ontsteking
stan zapalny
Lernen beginnen
de ontsteking
zakaźny
Lernen beginnen
besmettelijk
przenosić na kogos
Lernen beginnen
overdragen op
dziedziczny
Lernen beginnen
erfelijk
atak serca
Lernen beginnen
de hartaanval
atak
Lernen beginnen
de aanval
rana
Lernen beginnen
de wond / de wonde
zszyć rane
Lernen beginnen
hechten
ciśnienie krwi
Lernen beginnen
de bloeddruk
niepełnosprawny
Lernen beginnen
gehandicapt
inwalida
Lernen beginnen
invalide
niepełnosprawność
Lernen beginnen
de handicap
wózek inwalidzki
Lernen beginnen
de rolstoel
niebezpieczny
Lernen beginnen
gevaarlijk
niebezpieczeństwo
Lernen beginnen
het gevaar
ryzykować
Lernen beginnen
het risico lopen dat
na własne ryzyko
Lernen beginnen
op eigen risico
szkodliwy / niekorzystny
Lernen beginnen
schadelijk / nadelig
niszczyć / rujnować
Lernen beginnen
verwoesten
ranny
Lernen beginnen
gewond
ciężko ranny
Lernen beginnen
zwaargewond
wewnętrzny
Lernen beginnen
inwendig
świadomość
Lernen beginnen
het bewustzijn
stracić przytomność
Lernen beginnen
het bewustzijn verliezen
nieprzytomny
Lernen beginnen
bewusteloos
zemdleć
Lernen beginnen
flauwvallen
szpital
Lernen beginnen
het ziekenhuis
leżeć w szpitalu
Lernen beginnen
in het ziekenhuis liggen
oddział
Lernen beginnen
de afdeling
przewieźć
Lernen beginnen
overbrengen
słaby
Lernen beginnen
verzwakken
dzielny / wytrzymały
Lernen beginnen
flink
giętki
Lernen beginnen
soepel
miękki / luźny
Lernen beginnen
slap
łamać
Lernen beginnen
breken
złamanie
Lernen beginnen
de breuk
paraliżować
Lernen beginnen
verlammen
sparaliżowany
Lernen beginnen
verlamd
inwalida
Lernen beginnen
invalide
niepełnosprawność
Lernen beginnen
de handicap
wózek inwalidzki
Lernen beginnen
de rolstoel
niebezpieczeństwo
Lernen beginnen
het gevaar
ryzykować
Lernen beginnen
het risico lopen dat
na własne ryzyko
Lernen beginnen
op eigen risico
toksyczny
Lernen beginnen
giftig
ranny
Lernen beginnen
gewond
ciężko ranny
Lernen beginnen
zwaargewond
zewnętrzny
Lernen beginnen
uitwendig
świadomość
Lernen beginnen
het bewustzijn
stracić przytomność
Lernen beginnen
het bewustzijn verliezen
nieprzytomny
Lernen beginnen
bewusteloos
zemdleć
Lernen beginnen
flauwvallen
szpital
Lernen beginnen
het ziekenhuis
klinika
Lernen beginnen
de kliniek
leżeć w szpitalu
Lernen beginnen
in het ziekenhuis liggen
przewieźć
Lernen beginnen
overbrengen
nagły wypadek
Lernen beginnen
noodgeval
lekarz
Lernen beginnen
de arts
pielęgniarka
Lernen beginnen
de verpleegkundige
lek / lekarstwo
Lernen beginnen
het medicijn
dawka
Lernen beginnen
de dosis
recepta
Lernen beginnen
het recept
choroba zakaźna
Lernen beginnen
de infectieziekte
profilaktyka
Lernen beginnen
de preventie
rehabilitacja
Lernen beginnen
de revalidatie
opatrunek
Lernen beginnen
het verband
leczyć
Lernen beginnen
behandelen
prognoza
Lernen beginnen
de prognose

Sie müssen eingeloggt sein, um einen Kommentar zu schreiben.