niderlandzki pow5

 0    20 Datenblatt    konraddudkiewiczbir
mp3 downloaden Drucken spielen überprüfen
 
Frage Antworten
On ugotował.
Lernen beginnen
Hij kookte.
Ja biegałem aż zaczęło padać.
Lernen beginnen
Ik rende totdat het begon te regenen.
Ubierz się!
Lernen beginnen
Aankleden!
Ubieram się.
Lernen beginnen
Ik ben me aan het verkleden.
Ubrałem kurtkę i spodnie.
Lernen beginnen
Ik trok een jasje en een broek aan.
Chce się z tobą umówić.
Lernen beginnen
Hij wil met je uitgaan.
Uczę się języka aby poznać nowych ludzi.
Lernen beginnen
Ik leer de taal om nieuwe mensen te ontmoeten.
Poprosze dwa jabłka.
Lernen beginnen
Twee appels, alstublieft.
Daj mi znać.
Lernen beginnen
Laat het me weten.
Daj mi znać kiedy będziesz.
Lernen beginnen
Laat me weten wanneer je er bent.
Jak się nazywasz?
Lernen beginnen
Hoe heet jij?
Która godzina? Jest piąta.
Lernen beginnen
Hoe laat is het? Het is vijf uur.
Jest ósma rano.
Lernen beginnen
Het is acht uur in de ochtend.
Jest wpół do siódmej.
Lernen beginnen
Het is half acht.
Jest za piętnaście pierwsza.
Lernen beginnen
Het is kwart voor een.
O której przyjechać?
Lernen beginnen
Hoe laat arriveren?
O której godzinie oni przyjadą?
Lernen beginnen
Hoe laat zullen ze arriveren?
Na zewnątrz jest zimno.
Lernen beginnen
Het is koud buiten.
Wewnątrz jest ciepło.
Lernen beginnen
Het is warm binnen.
Potrzebuje kogoś do pomocy.
Lernen beginnen
Ik heb iemand nodig om te helpen.

Sie müssen eingeloggt sein, um einen Kommentar zu schreiben.