TT + AAN HET

 0    18 Datenblatt    Mikolaj Zaidlewicz
mp3 downloaden Drucken spielen überprüfen
 
Frage Antworten
Czy idziesz dziś do szkoły?
Lernen beginnen
Ga je vaandag naar school?
Dzisiaj nie idę do szkoły
Lernen beginnen
Ik ga vaandag niet naar school
Czy teraz uczysz się do egzaminu?
Lernen beginnen
Ben je nu aan het leren voor het examen?
Nadal się uczę na jutro.
Lernen beginnen
Ik ben nog aan het leren voor morgen.
Dzisiaj pracuje z domu
Lernen beginnen
Hij werkt vandaag thuis
Gotujemy obiad
Lernen beginnen
Wij zijn aan het koken voor het avondeten
Czy byłeś wczoraj w szkole?
Lernen beginnen
Was je gisteren op school?
Wczoraj nie byłem w szkole
Lernen beginnen
Ik was gisteren niet op school
Co robiłeś, kiedy wszedł nauczyciel?
Lernen beginnen
Wat deed je toen de leraar binnenkwam?
Pisałem, kiedy przyszedł
Lernen beginnen
Ik was aan het schrijven toen hij binnenkwam
Całe popołudnie się uczyliśmy
Lernen beginnen
Wij waren de hele middag aan het studeren
Nie uważaliście
Lernen beginnen
Jullie waren niet aan het opletten
Czy jutro znowu idziesz do szkoły?
Lernen beginnen
Ga je morgen weer naar school?
Jutro będę się uczyć w domu
Lernen beginnen
Ik ga morgen thuis studeren
Czy będziesz gotować jutro?
Lernen beginnen
Zal je morgen koken?
Jutro ugotuję coś łatwego
Lernen beginnen
Ik zal morgen iets makkelijks koken
Jutro mamy egzamin
Lernen beginnen
Wij hebben morgen een examen
Zrozumiecie to później
Lernen beginnen
Jullie zullen dat later begrijpen

Sie müssen eingeloggt sein, um einen Kommentar zu schreiben.