rozdzial 7

 0    97 Datenblatt    maciejadammatys
mp3 downloaden Drucken spielen überprüfen
 
Frage Antworten
de kledingzaak
Lernen beginnen
clothes shop
de kleding
Lernen beginnen
clothes
de zaak
Lernen beginnen
shop / store
de broek
Lernen beginnen
trousers
kopen
Lernen beginnen
buy
de verkoopster
Lernen beginnen
saleswoman
helpen
Lernen beginnen
help
het meisje
Lernen beginnen
girl
de jongen
Lernen beginnen
boy
zoek (zoeken)
Lernen beginnen
am looking for
de spijkerbroek
Lernen beginnen
jeans
de maat
Lernen beginnen
size
normaal
Lernen beginnen
usually
soms
Lernen beginnen
sometimes
groter (groot)
Lernen beginnen
larger
de kleur
Lernen beginnen
colour
wat voor
Welke kleur en wat voor model wilt u?
Lernen beginnen
what kind of
Which color and model would you like?
het model
Lernen beginnen
style
lichte (licht)
Lernen beginnen
light
laag
Lernen beginnen
low
verschillende
Lernen beginnen
different
merken (het merk)
Lernen beginnen
brand
probeert (proberen)
Lernen beginnen
try on
allebei
Lernen beginnen
both
ergens
Lernen beginnen
somewhere
passen
Lernen beginnen
try on
paskamers (de paskamer)
Lernen beginnen
changing rooms
beter (goed)
Lernen beginnen
better
dan
Lernen beginnen
than
die
de-word daar
Lernen beginnen
that
de-word there
wijd
Lernen beginnen
wide
kleinere (klein)
Lernen beginnen
smaller
het spijt me
Lernen beginnen
I’m sorry
kleinste (klein)
Lernen beginnen
smallest
dit
het-word hier
Lernen beginnen
this
het-word here
eventueel
Lernen beginnen
if necessary
ruilen
Lernen beginnen
exchange
binnen
Binnen 14 dagen
Lernen beginnen
within
Within 14 days
de bon
Lernen beginnen
receipt
t-shirts (het t-shirt)
Lernen beginnen
t-shirts
liggen
Lernen beginnen
are (lie)
allerlei
Lernen beginnen
all kinds of
wit
Lernen beginnen
white
zwart
Lernen beginnen
black
roze
Lernen beginnen
pink
groen
Lernen beginnen
green
blauw
Lernen beginnen
blue
zo
Lernen beginnen
so
beslissen
Lernen beginnen
decide
staat me het best (staan)
Lernen beginnen
suits me best
het best (goed)
Lernen beginnen
best
pinnen
Lernen beginnen
pay by debit card
Welke maat hebt u?
Lernen beginnen
Which size are you?
Ik heb normaal maat 40, soms groter.
Lernen beginnen
I'm usually size 40, sometimes bigger.
Heb u hem in een kleinere maat?
Lernen beginnen
Did you have it in a smaller size?
Dit is de kleinste maat van dit model.
Lernen beginnen
This is the smallest size of this model.
Welk merk zoek u?
Lernen beginnen
What brand you are looking for?
Heb u deze broek ook in het zwart?
Lernen beginnen
Do you have these pants also in black?
een laag model
Lernen beginnen
a low model
een beetje wijd
Lernen beginnen
a little wide
een strak model
Lernen beginnen
a tight model
Probeert u ze allebei maar even.
Lernen beginnen
Try them both but equally.
Waar kan ik ze passen?
Lernen beginnen
Where can I try them?
Gdzie moge je przymierzyc?
En hoe zitten ze?
Lernen beginnen
And how are they?
Jak leza ciuchy?
Dit roze shirt staat me het best.
Lernen beginnen
This pink shirt is for me the best.
de broek
Zwart - De zwarte broek
Lernen beginnen
the pants
czarne spodnie
de spijkerbroek
Blauw - De blauwe broek
Lernen beginnen
the jeans
tłumaczenie przykłniebieskie spodnieadu ze słówkiem
het T-shirt
Oranje - Het oranje T-shirt
Lernen beginnen
the T-shirt
pomaranczowy T-shirt
De trui
Groen - De groene trui
Lernen beginnen
The sweater
Zielony sweter
De bloes
Geel - De geele bloes
Lernen beginnen
The blouse
Zolta bluzka
Het overhemd
Wit - Het wite overhemd
Lernen beginnen
The shirt
Biala koszula
De rok
Bruin - De bruine rok
Lernen beginnen
The skirt
Brazowa spodnica
De jurk
Rood - De roode jurk
Lernen beginnen
The dress
Czerwona sukienka
De jas
Roze - De roze jas
Lernen beginnen
The coat
Rozowa kurtka
De schoenen
Paars - De paarse schoenen
Lernen beginnen
The shoes
Purpurowe buty
Donkerblauw
Lernen beginnen
Dark blue
Lichtgroen
Lernen beginnen
Light green
Je draagt een spijkerbroek
Lernen beginnen
You wear jeans
klein
kleinER - (het) kleinST
Lernen beginnen
little
mniejszy najmniejszy
groot
grotER - (het) grootst
Lernen beginnen
great
wiekszy najwiekszy
duur
duurDER - (het) duurST
Lernen beginnen
expensive
drozszy najdrozszy
goed
better (dan) - (het) best [even goead als]
Lernen beginnen
good
tlepszy najlepszy [as good as]
veel
meer (dan) - (het) meest [even veel als]
Lernen beginnen
much
wiecej najwiecej [as veel as]
graag
liever het liefst [even graag als]
Lernen beginnen
gladly
chetniej najchetniej [as gladly as]
weinig
minder - het minst [even weinig als]
Lernen beginnen
few
mniej najmniej [as small as]
mij / me
De man geeft mijn een boek
Lernen beginnen
mnie / mi / mna
Komu/Czemu - Ten czlowiek dal mi olowek
jou / je
De vrouw geeft jou (je) de roze jas.
Lernen beginnen
tobie, ci, tobą
Komu/Czemu - Kobieta dala ci rozowa kurtke
hem
Jij geeft hem een boek
Lernen beginnen
jemu, mu, niemu
Komu/ Czmu - Dales mu ksiazke
haar
De man geeft haar de rok
Lernen beginnen
jej, nią, niej
Komu/Czemu - Pan dal jej spodnice
u
De vrouw geeft u de blauwe spijkerbroek
Lernen beginnen
panstwu/panem
Komu/ czmu - Kobieta dala Panstwu niebieskie jeansy
ons
De vrouw geeft ons de rode schoenen
Lernen beginnen
nam, nami, nas
Komu/ Czemu - Pania dala nam czerwone buty
jullie
De vrouw geeft jullie de wite broek
Lernen beginnen
wam, wami, was
Komu/ Czemu - Pani dala wam biale spordnie
hun
De vrouw geeft hun de kleiner jas
Lernen beginnen
im, nim, nimi, nich
komu/Czemu - Pani dala im mniejsza krtke
hem (de words)
Ik heb hem een fles wijn gegeven
Lernen beginnen
him (DEwords)
Dałem mu butelkę wina
het (het words)
Lernen beginnen
it (HET words)
hun
Lernen beginnen
im, nim, nimi, nich
osoby
ze
Lernen beginnen
im, nim, nimi, nich
osoby i rzeczy

Sie müssen eingeloggt sein, um einen Kommentar zu schreiben.